FEU DE FORÊT DANS LES HAUTES FAGNES: LE FEDEERALISME ECHOUE A NOUVEAU – NATUURBRAND IN DE HOGE VENEN: HET FEDERALISME FAALT OPNIEUW – WALDBRAND IM HOHEN VENN: DER FÖDERALISMUS SCHEITERT ERNEUT

Afbeelding – Image – Bild: A.I.

LES POMPIERS ET LA PROTECTION CIVILE ONT URGEMMENT BESOIN DE PLUS DE MOYENS

En 2017, Jan Jambon (N-VA), qui était à l’époque ministre de l’Intérieur, a sévèrement réduit les budgets de la Protection civile. Le service a été sous-financé et en partie démantelé. Notre pays paie aujourd’hui un lourd prix pour l’incendie de forêt dans les Hautes Fagnes.

Lorsque Jan Jambon (N-VA) était ministre de l’Intérieur, il a décidé le 5 avril 2017 de fermer quatre des six casernes de la protection civile en Belgique. Il s’agit de celles situées à Ghlin (Mons) dans la province de Hainaut, à Liedekerke dans le Brabant, à Jabbeke en Flandre-Occidentale et à Libramont dans le Luxembourg. Seules les casernes de Brasschaat dans la province d’Anvers et de Crisnée dans la province de Liège ont été conservées. 

Comme si une caserne par région linguistique suffisait à garantir la sécurité des Belges. Nous tenons également à rappeler que, lors des négociations sur la sixième ‘réforme’ de l’État (2010-2011), la régionalisation des services d’incendie et de la Protection civile a longtemps figuré sur la table des négociations particratiques.

Économies et Démantèlement

Le démantèlement de la Protection civile a rapidement débuté: un maximum de tâches a été transféré aux services d’incendie. Ce qui restait a été sous-financé. Les commandants des pompiers et les experts ont averti qu’une grande partie de l’expertise serait perdue et que notre pays ne serait pas en mesure de faire face à une grande catastrophe (naturelle). Au lieu d’écouter les experts, Jan Jambon a décidé de mener son plan à bien, ce qui était une idée stupide.

Avertissements majeurs

En juillet 2021, la vallée de la Vesdre a été frappée par de graves inondations. Ce fut la première grande catastrophe naturelle sans une Protection civile correctement équipée. Cette catastrophe a été un avertissement majeur : il est rapidement devenu clair qu’une Protection civile efficace et performante est nécessaire (lien).

Il en va de même des pompiers en Belgique dont les budgets ne cessent de baisser. Les pompiers bruxellois ont d’ailleurs fait grève pour cette raison au mois de juillet 2026.

Malheureusement, les politiciens sont plus intéressés à s’enrichir eux-mêmes qu’à gouverner un pays. Notre pays paie ainsi un lourd prix pour l’incendie de forêt dans les Hautes Fagnes.

La responsabilité de la particratie est évidente et écrasante: à cause du fédéralisme, voulu par la particratie seule, le niveau fédéral est délaissé au profit des inutiles régions et communautés. Tous les partis au pouvoir en sont responsables. Ils doivent tous être punis. Pourquoi ne pas supprimer les dotations aux partis politiques pendant deux ans pour payer la restauration des Hautes Fagnes (2 x 86 millions d’euros)?

La frontière linguistique n’est pas une frontière climatique !

Dans la « logique » du fédéralisme belge, la frontière linguistique est d’ailleurs aussi une frontière climatique, ce que la B.U.B. avait déjà souligné au début du mois de juillet. Ainsi, De Standaard (17 août 2026) souligne que la Belgique compte pas moins de sept (!) ministres du Climat. C’est évidemment ridicule et grotesque. Nombre d’entre eux, rapporte le quotidien, se renvoient la balle. Au niveau national, il s’agit de Jean-Luc Crucke (Les Engagés). En région « flamande », Melissa Depraetere (Climat, Vooruit) et Jo Brouns (Environnement, CD&V) sont compétents; en région « wallonne », il s’agit de Cécile Neven (Climat, MR), Anne-Catherine Dalcq (Nature et Forêts, MR) et Yves Coppieters (Environnement, Les Engagés). A Bruxelles, enfin, Ans Persoons (Environnement et Climat, Vooruit) est compétente.

Si la communauté germanophone devenait une région à part entière — comme le souhaitent certains « génies » du fédéralisme — le nombre actuel pourrait aisément passer à dix. Le système actuel conduit évidemment à des situations proprement désolantes. Citons De Standaard : « Dans leurs réactions adressées à ce journal [De Standaard, B.U.B.], les ministres énumèrent ce qu’ils font eux-mêmes : le Blue Deal flamand (Brouns), le “Plan wallon Air-Climat” (Neven), le recours au stock stratégique de 100 000 masques FFP2 (Coppieters), le Plan flamand Énergie-Climat (Depraetere)… Dans le même temps, ils renvoient à leurs collègues : Depraetere à Brouns, Coppieters à Dalcq. Neven renvoie à l’ensemble du gouvernement wallon » (De Standaard, 17 août 2026).

Dans la crise actuelle, le ministre belge compétent est en outre totalement impuissant. Il ne peut que déclarer ne disposer d’« aucune compétence fonctionnelle » et affirmer qu’il a déjà remis, il y a un an, aux autres autorités un rapport sur le risque d’incendies de végétation. Il souhaite également « une analyse approfondie une fois la crise sous contrôle ». Il ne s’agit donc ni de mesures contraignantes ni de compétences permettant de modifier quoi que ce soit sur le terrain à l’heure actuelle.

L’Union Belge (B.U.B.) est claire : les pompiers et la Protection civile doivent d’urgence recevoir davantage de moyens et les casernes fermées doivent être rouvertes. De plus, les politiciens qui ont négligé ou détruit ces services de secours doivent être tenus pour responsables!

De plus, il faut mettre un terme à ce fédéralisme insensé qui fait qu’en Belgique, pas moins de sept ministres sont compétents en matière de Climat, rendant évidemment impossible toute politique cohérente.

DE BRANDWEER EN DE CIVIELE BESCHERMING HEBBEN DRINGEND MEER MIDDELEN NODIG

In 2017 bespaarde toenmalig Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) zwaar op de Civiele bescherming. De dienst werd ondergefinancierd en deels ontmanteld. Hierdoor betaalt ons land een zware prijs bij de bosbrand in de Hoge Venen.

Toen Jan Jambon (N-VA) minister van Binnenlandse Zaken was, heeft hij op 5 april 2017 besloten om vier van de zes kazernes van de civiele bescherming in België te sluiten. Het betreft degene die gelegen waren in Ghlin (Bergen) in de provincie Henegouwen, Liedekerke in Brabant, Jabbeke in West-Vlaanderen en Libramont in Luxemburg. Slechts de kazernes van Brasschaat in de provincie Antwerpen en Crisnée in de provincie Luik bleven behouden. Alsof een kazerne per taalgebied volstaat om de veiligheid van de Belgen te waarborgen.

We brengen ook graag in herinnering dat tijdens de onderhandelingen over de zesde ‘staatshervorming’ (2010-2011) de regionalisering van de brandweer en civiele bescherming lange tijd op de particratische onderhandelingstafel gelegen hebben.

Besparen en Ontmantelen

Al snel werd gestart met de ontmanteling van de Civiele Bescherming: er werden zoveel mogelijk taken overgeheveld naar de Brandweer. Wat overbleef werd ondergefinancierd. Brandweercommandanten en experten waarschuwden dat veel expertise verloren ging Ons land ging een grote (natuur)ramp niet te baas kunnen.  In plaats van naar de experten te luisteren besloot Jan Jambon zijn plan uit te voeren, dat was een dom idee.

Grote Waarschuwing

In juli 2021 werd de Vesder-vallei getroffen door zware overstromingen. Het was de eerste grote natuurramp zonder goed uitgeruste Civiele Bescherming. Deze ramp was een grote waarschuwing: het werd snel duidelijk dat een efficiënte en effectieve Civiele Bescherming nodig is (link)

Hetzelfde geldt voor de brandweer in België, waarvan de budgetten blijven dalen. De Brusselse brandweer heeft hierom overigens gestaakt in juli 2026.

Helaas zijn politici geïnteresseerd in zichzelf te verrijken in plaats van een land te besturen. Hierdoor betaalt ons land een zware prijs bij de bosbrand in de Hoge Venen.

De verantwoordelijkheid van de particratie is overduidelijk en verpletterend: door het federalisme, dat uitsluitend door de particratie werd gewild, wordt het federale niveau verwaarloosd ten gunste van de nutteloze gewesten en gemeenschappen. Alle regeringspartijen zijn hiervoor verantwoordelijk. Ze moeten allemaal gestraft worden. Waarom worden de dotaties aan de politieke partijen niet gedurende twee jaar geschrapt om het herstel van de Hoge Venen te betanken (2 x 86 miljoen euro)?

De taalgrens is geen klimaatgrens!

In de ‘logica’ van het Belgische federalisme, is de taalgrens overigens ook een klimaatgrens, iets waar de B.U.B. al begin juli op wees. Zo wijst De Standaard (17 augustus 2026) erop dat er liefst zeven ( ! ) klimaatministers zijn in België. Dit is natuurlijk belachelijk en grotesk. Velen, zo meldt het dagblad, wijzen mekaar met de vinger. Op nationaal niveau gaat het om Jean-Luc Crucke (Les Engagés). In het ‘Vlaams’ gewest zijn Melissa Depraetere (Klimaat, Vooruit) en Jo Brouns (Omgeving, CD&V) bevoegd, in het ‘Waals’ Gewest gaat het om Cécile Neven (Klimaat, MR), Anne-Catherine Dalcq (Natuur en Bossen, MR) en Yves Coppieters (Leefmilieu, Les Engagés). In Brussel ten slotte is Ans Persoons (Leefmilieu en Klimaat, Vooruit) bevoegd. 

Als de Duitstalige gemeenschap een volwaardig gewest zou worden – zoals sommige federalistische ‘genieën’ dat willen – kan het bestaande aantal gemakkelijk tot tien oplopen. Het huidige systeem  leidt uiteraard tot schrijnende toestanden. We citeren: ‘In hun reacties aan deze krant [De Standaard, B.U.B.] benoemen de ministers wat ze zelf doen: de Vlaamse Blue Deal (Brouns), het Waalse ‘Lucht-Klimaatplan’ (Neven), het aanspreken van de strategische voorraad van 100.000 FFP2-maskers (Coppieters), het Vlaams Energie- en Klimaatplan (Depraetere) … Tegelijk verwijzen ze naar hun collega’s: Depraetere naar Brouns, Coppieters naar Dalcq. Neven verwijst naar de voltallige Waalse regering’ (De Standaard, 17 augustus 2026). 

In de huidige crisis, is de bevoegde Belgische minister bovendien volledig machtloos. Hij kan enkel verklaren “geen functionele bevoegdheden” te hebben en zeggen dat hij de andere autoriteiten al een jaar geleden een rapport bezorgde over het risico op vegetatiebranden. Ook wenst hij ‘een grondige analyse als de crisis eenmaal onder controle is’. Het gaat dus niet om dwingende maatregelen of bevoegdheden die nu op het terrein iets veranderen.

De Belgische Unie (B.U.B.) is duidelijk: de brandweer en de Civiele Bescherming moeten dringend meer middelen krijgen en de gesloten kazernes moeten worden heropend. Daarnaast moeten de politici die deze hulpdiensten hebben verwaarloosd of kapotgemaakt verantwoordelijk worden gesteld!

Bovendien moet er komaf worden gemaakt met het waanzinnige federalisme dat ervoor zorgt dat er in België niet minder dan zeven ministers zijn, allen bevoegd voor Klimaat, waardoor een coherent beleid uiteraard onmogelijk is.

DIE FEUERWEHR UND DER ZIVILSCHUTZ BENÖTIGEN DRINGEND MEHR MITTEL

Im Jahr 2017 kürzte Jan Jambon (N-VA), der damalige Innenminister, die Mittel für den Zivilschutz massiv. Der Dienst wurde unterfinanziert und teilweise abgebaut. Zahlt unser Land nun einen hohen Preis für den Waldbrand in den Hohen Venen.

Als Jan Jambon (N-VA) Innenminister war, beschloss er am 5. April 2017, vier der sechs Kasernen des Zivilschutzes in Belgien zu schließen. Es handelt sich um jene in Ghlin (Bergen) in der Provinz Hennegau, Liedekerke in Brabant, Jabbeke in Westflandern und Libramont in Luxemburg. Nur die Kasernen von Brasschaat in der Provinz Antwerpen und Crisnée in der Provinz Lüttich blieben erhalten. Als ob eine Kaserne pro Sprachgebiet ausreichen würde, um die Sicherheit der Belgier zu gewährleisten.

Wir möchten auch daran erinnern, dass während der Verhandlungen über die sechste ‘Staatsreform’ (2010-2011) die Regionalisierung der Feuerwehr und des Zivilschutzes lange Zeit auf dem partikratischen Verhandlungstisch lag.

Sparen und Abbau

Der Abbau des Zivilschutzes begann schnell: So viele Aufgaben wie möglich wurden an die Feuerwehr übertragen. Was übrig blieb, wurde unterfinanziert. Feuerwehrkommandanten und Experten warnten davor, dass viel Fachwissen verloren gehe und unser Land einer großen (Natur-) Katastrophe nicht gewachsen sein würde. Anstatt auf die Experten zu hören, entschied Jan Jambon, seinen Plan umzusetzen – das war eine dumme Idee.

Große Warnung

Im Juli 2021 wurde das Vesdertal von schweren Überschwemmungen heimgesucht. Es war die erste große Naturkatastrophe ohne einen gut ausgerüsteten Zivilschutz. Diese Katastrophe war eine große Warnung: Es wurde schnell klar, dass ein effizienter und wirksamer Zivilschutz notwendig ist (Link)

Das Gleiche gilt für die Feuerwehr in Belgien, deren Budgets kontinuierlich sinken. Die Brüsseler Feuerwehr hat aus diesem Grund im Juli 2026 sogar gestreikt.

Leider sind Politiker eher daran interessiert, sich selbst zu bereichern, als ein Land zu regieren. Deshalb zahlt unser Land einen hohen Preis für den Waldbrand in den Hohen Venen.

Die Verantwortung der Partikratie ist offensichtlich und erdrückend: Wegen des Föderalismus, den allein die Partikratie wollte, wird die föderale Ebene zugunsten der unnützen Regionen und Gemeinschaften vernachlässigt. Alle Regierungsparteien tragen dafür die Verantwortung. Sie müssen alle bestraft werden. Warum streicht man nicht für zwei Jahre die Parteienfinanzierung, um die Wiederherstellung der Hohen Venen zu bezahlen (2 x 86 Millionen Euro)?

Die Sprachgrenze ist keine Klimagrenze!

In der „Logik“ des belgischen Föderalismus ist die Sprachgrenze im Übrigen auch eine Klimagrenze, etwas worauf die B.U.B. bereits Anfang Juli hingewiesen hatte. So weist De Standaard (17. August 2026) darauf hin, dass es in Belgien nicht weniger als sieben (!) Klimaminister gibt. Das ist natürlich lächerlich und grotesk. Viele von ihnen, so berichtet die Tageszeitung, schieben sich gegenseitig die Verantwortung zu. Auf föderaler Ebene handelt es sich um Jean-Luc Crucke (Les Engagés). In der „flämischen“ Region sind Melissa Depraetere (Klima, Vooruit) und Jo Brouns (Umwelt, CD&V) zuständig; in der „wallonischen“ Region sind es Cécile Neven (Klima, MR), Anne-Catherine Dalcq (Natur und Wälder, MR) und Yves Coppieters (Umwelt, Les Engagés). In Brüssel schließlich ist Ans Persoons (Umwelt und Klima, Vooruit) zuständig.

Wenn die Deutschsprachige Gemeinschaft zu einer vollwertigen Region würde – wie es sich manche föderalistischen „Genies“ wünschen –, könnte die derzeitige Zahl problemlos auf zehn ansteigen. Das derzeitige System führt natürlich zu geradezu beklagenswerten Zuständen. Wir zitieren: „In ihren Stellungnahmen gegenüber dieser Zeitung [De Standaard, B.U.B.] benennen die Minister, was sie selbst unternehmen: den flämischen Blue Deal (Brouns), den wallonischen ‚Luft-Klima-Plan‘ (Neven), die Inanspruchnahme des strategischen Vorrats von 100.000 FFP2-Masken (Coppieters), den flämischen Energie- und Klimaplan (Depraetere) … Gleichzeitig verweisen sie auf ihre Kollegen: Depraetere auf Brouns, Coppieters auf Dalcq. Neven verweist auf die gesamte wallonische Regierung“ (De Standaard, 17. August 2026).

In der gegenwärtigen Krise ist der zuständige belgische Minister zudem völlig machtlos. Er kann lediglich erklären, über „keine funktionalen Zuständigkeiten“ zu verfügen, und darauf hinweisen, dass er den anderen Behörden bereits vor einem Jahr einen Bericht über das Risiko von Vegetationsbränden vorgelegt habe. Außerdem wünsche er sich „eine gründliche Analyse, sobald die Krise unter Kontrolle ist“. Es geht also weder um verbindliche Maßnahmen noch um Zuständigkeiten, mit denen sich jetzt vor Ort irgendetwas verändern ließe.

Die Belgische Union (B.U.B.) ist klar: die Feuerwehr und der Zivilschutz müssen dringend mehr Mittel erhalten und die geschlossenen Kasernen müssen wiedereröffnet werden. Darüber hinaus müssen die Politiker, die diesen Hilfsdienste vernachlässigt oder zerstört haben, zur Verantwortung gezogen werden!

Außerdem muss Schluss gemacht werden mit dem wahnsinnigen Föderalismus, der dazu führt, dass es in Belgien nicht weniger als sieben Minister gibt, die allesamt für den Klimaschutz zuständig sind, wodurch eine kohärente Politik natürlich unmöglich wird.