LE PRIX NOBEL DE FRANCIS HALZEN EST AUSSI UNE DISTINCTION POUR LA BELGIQUE UNITAIRE – NOBELPRIJS FRANCIS HALZEN IS ER OOK EEN VOOR HET UNITAIRE BELGIË – DER NOBELPREIS FÜR FRANCIS HALZEN IST AUCH EINE AUSZEICHNUNG FÜR DAS UNITARISCHE BELGIEN

Foto – Photo – Bild: Francis Halzen

Bron – Source – Quelle: wikipedia

HALZEN EST LE 12e BELGE QUI GAGNE UN PRIX NOBEL

Le 6 octobre 2026, le Belge Francis Halzen a reçu le prix Nobel de physique. Il s’agit du douzième Belge de l’histoire à qui un prix Nobel est décerné. Cet immense honneur lui a été décerné pour ses travaux novateurs dans la détection de particules dites “fantômes”, appelées neutrinos. Ce prix est aussi une distinction pour la Belgique unitaire. Le B.U.B. explique pourquoi.

La raison pour laquelle le Brabançon Halzen (né à Tirlemont en 1944) a reçu le prix Nobel est sa découverte concernant la glace de l’Antarctique: celle-ci peut notamment être utilisée pour détecter les neutrinos. Il s’agit de particules extrêmement petites et très difficiles à observer, qui traversent l’Univers. Elles atteignent la Terre et constituent un matériau de recherche particulièrement intéressant pour les scientifiques qui cherchent à comprendre ce qui se passe dans les régions lointaines de l’Univers. Le problème est que les neutrinos sont extrêmement difficiles à observer. Le caractère brillant de la découverte de Halzen réside dans le fait qu’il a établi que la glace de l’Antarctique constituait un détecteur idéal pour les neutrinos. Cela a conduit à la création de l’« Ice Cube Observatory ». Pas moins d’un kilomètre cube de glace de l’Antarctique a été équipé de capteurs lumineux. Dans cette masse de glace, la probabilité de détecter un neutrino est plus élevée. Il devient ainsi possible d’en extraire des informations entièrement nouvelles sur l’Univers.

Avant de travailler au CERN entre 1969 et 1971, puis de partir enseigner aux Etats-Unis, Halzen a étudié à la KUL-UCL bilingue. À l’époque, l’université de Louvain n’avait pas encore été scindée par des politiciens nationalistes insensés et antibelges. Le prix Nobel décerné à Halzen démontre que l’enseignement qui y était dispensé était de niveau mondial. L’excellence ne caractérisait pas seulement l’université bilingue de Louvain: l’ensemble de l’enseignement belge se situait alors au plus haut niveau. Dès lors, pour quelle raison logique, autre que le nationalisme linguistique, cet enseignement d’excellence a-t-il dû être divisé en trois? Par ailleurs, Halzen a suivi ses études en néerlandais. Il est donc faux de prétendre que l’enseignement dans l’État unitaire était de piètre qualité; c’était tout le contraire. De plus, aujourd’hui encore, l’enseignement à l’université de Louvain est bilingue, mais en néerlandais et en anglais. Cela ne semble donc pas déranger les flamingants. Comprenne qui pourra!

Aujourd’hui, le déclin de l’enseignement scientifique dans la Communauté « flamande » est tout simplement alarmant. La proportion d’élèves qui n’atteignent même pas le niveau de performance international le plus bas a triplé, passant de 4 % à 12 % entre 2015 et 2022 (voir l’étude « Trends in International Mathematics and Science Study »).

Entre-temps, dans la petite Belgique, pas moins de six (!) ministres sont compétents en matière d’enseignement : un par communauté — à l’exception de la Communauté “française”, qui en compte deux — auxquels s’ajoutent trois ministres à Bruxelles (un pour la région et deux au sein des commissions communautaires). Cette situation fait également de la Belgique le seul pays au monde à avoir le douteux privilège de ne disposer d’aucun ministre national de l’Enseignement. Il existe toutefois encore un ministre national chargé de la Politique Scientifique. Celui-ci est notamment compétent pour la politique spatiale, les établissements scientifiques nationaux, les infrastructures nationales de recherche, la recherche au service des domaines de compétence nationaux et la coopération scientifique internationale.

Cela n’empêche pas que, depuis 1988, les moyens (et les ministres) consacrés à cette matière aient eux aussi été dispersés entre les différentes communautés et régions. Lors des dernières négociations gouvernementales encore, la N-VA a notamment tenté de démanteler en profondeur la politique scientifique nationale.

L’absurde morcellement de l’enseignement et de la politique scientifique constitue une preuve supplémentaire de la totale contre-productivité du fédéralisme linguistique. Dans le modèle unitaire proposé par la B.U.B., il n’y aura qu’un seul ministre de l’Enseignement et de la Politique scientifique, compétent pour l’ensemble de la Belgique. Simple, efficace et peu coûteux.

HALZEN IS DE TWAALFDE BELG DIE EEN NOBELPRIJS WINT

Op 6 oktober 2026 ontving de Belg Francis Halzen de Nobelprijs Fysica. Hij is de twaalfde Belg in de geschiedenis die een Nobelprijs wint.  Die enorme eer viel hem te beurt wegens zijn baanbrekend werk inzake het opsporen van zogenaamde “spookdeeltjes”, neutrino’s genaamd. Deze prijs is er ook een voor het unitaire België. De B.U.B. legt uit waarom.

De reden waarom de Brabander Halzen (° Tienen, 1944) de Nobelprijs ontving, was het feit dat hij ontdekte dat het ijs van Antarctica gebruikt kon worden om neutrino’s op te sporen. Dat zijn uiterst kleine en zeer moeilijk zichtbare deeltjes die door het heelal zweven. Ze bereiken de aarde en zijn uiterst interessant onderzoeksmateriaal voor wetenschappers om te weten te komen wat  er ver in het heelal gebeurt. Het probleem is dat neutrino’s uiterst moeilijk te observeren zijn. Het briljante aan de vondst van Halzen, is dat hij ontdekte dat het ijs van Antarctica de ideale detector zou zijn voor neutrino’s. Dat leidde tot de oprichting van het “Ice Cube Observatorium”. Daar werd liefst een kubieke kilometer ijs met lichtsensoren bedekt. In die ijsmassa is de kans groter dat een neutrino gedetecteerd wordt. Hieruit valt geheel nieuwe informatie uit het heelal te distilleren.

Alvorens tussen 1969 en 1971 aan het CERN te werken, om daarna in de Verenigde Staten te gaan doceren, studeerde Halzen aan de tweetalige KUL-UCL. De Leuvense universiteit was toen nog niet door dwaze en anti-Belgische taalnationalistische politici gesplitst. Dat het onderwijs er van wereldniveau was, bewijst de Nobelprijs van Halzen. Niet alleen de tweetalige, Leuvense universiteit stond destijds op topniveau, hetzelfde gold voor het hele Belgisch onderwijs. Vraag is dan, om welke logische en niet-taalnationalistische reden dit uitmuntend onderwijs in drie moest gesplitst worden? Overigens genoot Halzen zijn onderwijs in het Nederlands. Het is dus niet zo dat dit onderwijs in de unitaire staat op een laag peil stond, integendeel.  Bovendien is het onderwijs aan de Leuvense universiteit vandaag ook tweetalig, maar dan Nederlands – Engels. Dat vinden de flaminganten dus niet erg. Begrijpe wie begrijpen kan.

Vandaag is de achteruitgang in het wetenschapsonderwijs  van de “Vlaamse” gemeenschap ronduit alarmerend. Het aandeel leerlingen dat zelfs het laagste internationale prestatieniveau niet haalt, verdrievoudigde van 4% naar 12% tussen 2015 en 2022 (zie “Trends in International Mathematics and Science Study”).

Intussen zijn er in het kleine België liefst zes ( ! ) ministers die bevoegd zijn voor Onderwijs: één per gemeenschap – behoudens de “Franse” gemeenschap waar er twee zijn – gevoegd bij drie ministers in Brussel (een voor het gewest en twee in de gemeenschapscommissies). Die situatie zorgt ervoor dat België meteen ook het enige land ter wereld is dat de twijfelachtige eer geniet om over geen nationale minister van Onderwijs te beschikken. Voor het Wetenschapsbeleid is er wel nog een nationale minister, die o.a. bevoegd is voor het Ruimtevaartbeleid, de nationale wetenschappelijke instellingen, de nationale onderzoeksinfrastructuur, het onderzoek ter ondersteuning van nationale beleidsdomeinen en de internationale wetenschappelijke samenwerking.

Dat belet dat de middelen (en ministers) voor die materie sedert 1988 ook versnipperd zijn over de verschillende gemeenschappen en gewesten. Nog tijdens de laatste regeringsonderhandelen probeerde met name de N-VA het nationale Wetenschapsbeleid verregaand te ontmantelen.

De absurde versnipperingen van onderwijs en wetenschapsbeleid zijn een zoveelste bewijs van de totale contraproductiviteit van het taalfederalisme. In het unitaire model dat de B.U.B. voorstelt, zal er slechts plaats zijn voor een minister van Onderwijs en Wetenschapsbeleid, bevoegd voor heel België. Simpel, efficiënt en goedkoop.

DER NOBELPREIS FÜR FRANCIS HALZEN IST AUCH EINE AUSZEICHNUNG FÜR DAS UNITARISCHE BELGIEN

HALZEN IST DE 12te BELGIER, DER EINEN NOBELPREIS GEWINNT

Am 6. Oktober 2026 erhielt der Belgier Francis Halzen den Nobelpreis für Physik. Es ist der zwölfte Belgier der Geschichte, der einen Nobelpreis bekommt. Diese große Ehre wurde ihm für seine bahnbrechenden Arbeiten zur Entdeckung sogenannter “Geisterteilchen”, der Neutrinos, zuteil. Dieser Preis ist auch eine Auszeichnung für das unitarische Belgien. Die B.U.B. erklärt, warum.

Der Grund dafür, dass Halzen aus Brabant (geboren 1944 in Tienen) den Nobelpreis erhielt, war seine Entdeckung, dass das Eis der Antarktis zur Aufspürung von Neutrinos genutzt werden kann. Dabei handelt es sich um äußerst kleine und nur sehr schwer nachweisbare Teilchen, die durch das Universum fliegen. Sie erreichen die Erde und sind für Wissenschaftler ein äußerst interessantes Forschungsobjekt, um herauszufinden, was sich in den weit entfernten Regionen des Universums ereignet. Das Problem besteht darin, dass Neutrinos äußerst schwer zu beobachten sind. Das Geniale an Halzens Entdeckung ist, dass er erkannte, dass das Eis der Antarktis ein idealer Neutrinodetektor sein könnte. Dies führte zur Gründung des „IceCube-Observatoriums“. Dort wurde nicht weniger als ein Kubikkilometer Eis mit Lichtsensoren ausgestattet. In dieser Eismasse ist die Wahrscheinlichkeit höher, ein Neutrino nachzuweisen. Auf diese Weise lassen sich völlig neue Informationen über das Universum gewinnen.

Bevor Halzen zwischen 1969 und 1971 am CERN arbeitete und anschließend in den Vereinigten Staaten lehrte, studierte er an der zweisprachigen KUL-UCL. Die Universität Löwen war damals noch nicht von törichten, belgienfeindlichen Sprachnationalisten unter den Politikern gespalten worden. Dass die dortige Ausbildung Weltniveau hatte, beweist Halzens Nobelpreis. Nicht nur die zweisprachige Universität Löwen befand sich damals auf höchstem Niveau; dasselbe galt für das gesamte belgische Bildungswesen. Es stellt sich daher die Frage, aus welchem logischen, nicht nationalistischen Grund diese hervorragende Bildung in drei Teile aufgespalten werden musste. Im Übrigen absolvierte Halzen seine Ausbildung auf Niederländisch. Es ist also keineswegs so, dass das Bildungswesen im Einheitsstaat ein niedriges Niveau gehabt hätte – ganz im Gegenteil. Außerdem ist die Lehre an der Universität Löwen auch heute noch zweisprachig, allerdings auf Niederländisch und Englisch. Das scheint die Flaminganten also nicht zu stören. Wer soll das verstehen?

Heute ist der Rückgang der naturwissenschaftlichen Bildungsleistungen in der „flämischen“ Gemeinschaft schlichtweg alarmierend. Der Anteil der Schüler, die nicht einmal das niedrigste internationale Leistungsniveau erreichen, hat sich zwischen 2015 und 2022 von 4 % auf 12 % verdreifacht (siehe „Trends in International Mathematics and Science Study“).

Inzwischen gibt es im kleinen Belgien nicht weniger als sechs (!) Minister, die für das Bildungswesen zuständig sind: einen pro Gemeinschaft – mit Ausnahme der „französischen“ Gemeinschaft, die über zwei verfügt –, hinzu kommen drei Minister in Brüssel (einer für die Region und zwei in den Gemeinschaftskommissionen). Damit ist Belgien zugleich das einzige Land der Welt, das sich des zweifelhaften Privilegs erfreut, keinen nationalen Bildungsminister zu haben. Für die Wissenschaftspolitik gibt es allerdings noch einen nationalen Minister, der unter anderem für die Raumfahrtpolitik, die nationalen wissenschaftlichen Einrichtungen, die nationale Forschungsinfrastruktur, die Forschung zur Unterstützung nationaler Politikbereiche und die internationale wissenschaftliche Zusammenarbeit zuständig ist.

Das hindert jedoch nicht daran, dass auch die für diesen Bereich vorgesehenen Mittel und die zuständigen Minister seit 1988 auf die verschiedenen Gemeinschaften und Regionen aufgesplittert worden sind. Noch bei den letzten Regierungsverhandlungen versuchte insbesondere die N-VA, die nationale Wissenschaftspolitik weitgehend abzubauen.

Die absurde Zersplitterung des Bildungswesens und der Wissenschaftspolitik ist ein weiterer Beweis für die völlige Kontraproduktivität des sprachlich geprägten Föderalismus. Im Einheitsmodell, das die B.U.B. vorschlägt, wird es nur einen Minister für Bildung und Wissenschaftspolitik geben, der für ganz Belgien zuständig ist. Einfach, effizient und kostengünstig.