ZESDE STAATSHERVORMING : BEVOEGDHEIDSOVERDRACHTEN / SIXIEME REFORME DE L’ETAT : LE TRANSFERT DE COMPETENCES

Het politieke akkoord aangaande de zesde “staatshervorming” bevat vier luiken:

A. DE BEVOEGDHEIDSOVERDRACHTEN

B. BRUSSEL EN BHV

C. DE FINANCIERINGSWET

D. POLITIEKE VERNIEUWING

In deze analyse gaan we dieper in op de bevoegdheidsoverdrachten, die de kern vormen van deze “staatshervorming”. De discussies aangaande de bevoegdheidsoverdrachten gingen sedert 2010 over volgende domeinen:

1. De Arbeidsmarkt

2. Gezondheidszorgen en kinderbijslagen

3. Justitie

4. Verkeer en transport

5. Binnenlandse Zaken

6. Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

7. Residuaire federale bevoegdheden

L’accord politique sur la sixième “réforme de l’Etat” contient quatre volets:

A. LES TRANSFERTS DE COMPETENCES

B. BRUXELLES ET BHV

C. LA LOI DE FINANCEMENT

D. RENOUVEAU POLITIQUE

Dans ce texte nous analysons les transferts de compétences, le noyeau de cette “réforme de l’Etat”. Les discussions depuis 2010 concernant les transferts de compétences se portaient sur les domaines suivants:

  1. Le marché de l’emploi
  2.  Les soins de santé et les allocations familiales
  3. La Justice
  4.  Mobilité et transports
  5. Affaires intérieures
  6. Commerce extérieur et la Coopération au Développement
  7.  Les compétences fédérales résiduaires
1. ARBEIDSMARKT 1. MARCHE DE L’EMPLOI
A. CONTROLE OP DE BESCHIKBAARHEID VAN WERKLOZEN (decentralisering) A. CONTRÔLE DE LA DISPONIBILITE DES CHOMEURS (décentralisation)
Federale bevoegdheden:

  1. De regels die tot het arbeidsrecht en de sociale zekerheid behoren blijven federaal, evenals de voorzieningen voor sociaal overleg en het loonbeleid.
  2. Het normatieve kader inzake passende betrekking, actief zoekgedrag, administratieve controle en sancties blijft federaal.
  3. De gewesten kunnen, tegen betaling, het sanctioneringsbeleid, uitbesteden aan de federale overheid
  4. Op basis van de Europese richtsnoeren zullen de federale overheid en de Gewesten gemeenschappelijke doelstellingen afspreken over de intensiteit van de begeleiding van werkzoekenden, en zullen ze hierover een nieuw samenwerkingsakkoord sluiten.
  5. Vrijstellingen van beschikbaarheid in geval van studiehervatting of het volgen van een beroepsopleiding: de Gewesten bepalen autonoom welke studies en beroepsopleidingen een uitkeringsgerechtigde werkloze met behoud van zijn uitkeringen kan aanvatten en welke soort werkzoekende voor deze maatregel in aanmerking kan komen na eensluidend advies van de federale staat.

 

 

Compétences fédérales:1. Les règles relevant du droit du travail et de la Sécurité sociale restent fédérales, de même que les dispositifs de concertation sociale ainsi que la politique salariale.2. Maintien au fédéral du cadre normatif en ce qui concerne la réglementation en matière d’emploi convenable, de recherche active d’un emploi, de contrôle administratif et de sanctions.3. Les Régions ont la possibilité de déléguer le pouvoir de sanction à l’autorité fédérale (ONEM) contre rémunération.

4. Sur la base de directives européennes des accords de cooperation seront conclus fixant des objectifs communs relatifs à l’intensité de l’accompagnement des chômeurs

5. Dispenses au critère de disponibilité pour reprendre des études ou pour suivre une formation professionnelle: les Régions déterminent de manière autonome quelles études et formations professionnelles un chômeur indemnisé peut reprendre en conservant ses allocations et quel type de chômeur peut bénéficier de cette mesure. Ladétermination du type de chômeur bénéficiaire par les Régions se fera après avis conforme du fédéral.

6. De volledige uitvoerings- en beslissingsbevoegdheid inzake het actief zoekgedrag en passief zoekgedragwordt gewestelijk, onverminderd (2) wordt gewestelijk 6. La pleine compétence de décision et d’exécution en matière de contrôle de la disponibilité active et passivedeviendra une compétence régionale, excepté (2)
7. De uitvoerings en beslissingsbevoegdheid inzake sanctioneringsbeleid voor (6) behoudens in (2)/(3) wordt gewestelijk. De federale overheid voert wel de sanctie materieel uit. 7. La compétence de décision et d’exécution en matière de sanctionnement en ce qui concerne (6), excepté (2)/(3) ira aux régions. L’autorité fédérale exécutera toutefois la sanction matérielle.
B. HET DOELGROEPENBELEID (regionalisering) B. LA POLITIQUE AXEE SUR LES GROUPES CIBLES (régionalisation)
Federale bevoegdheden:8.  De bevoegdheid voor structurele RSZ-verminderingen 9.  De vrijstelling van het doorstorten van debedrijfsvoorheffing blijft federaal

10.  De RVA en RSZ blijven enige administratieve en technische operatoren

11. na regionalisering creëert de federale overheid geen nieuwe doelgroepen meer, onverminderd beslissingsvrijheid m.b.t. maatregelen inzake loonkost die onder haar bevoegdheid blijven vallen

Compétences fédérales:8.  Les réductions structurelles des charges ONSS9.  la dispense de versement du précompte professionnel

10.  L’ONSS et l’ONEM restent les seuls opérateurs administratifs et techniques

11. L’autorité fédérale n’instaurera plus de nouveaux groupes-cibles après le transfert de cette compétence mais conservera une latitude de décision sur les mesures relatives au coût salarial qui demeurent de sa compétence.

12. De doelgroepgerichte activering van de RVA-werkloosheidsuitkeringen 12. L’activation des allocations de chômage de l’ONEM
13. De doelgroep RSZ-kortingen voor categorieën van werknemers [De RSZ-kortingen voor de werkgevers blijven op het federale niveau] 13. Les reductions ONSS octroyées aux catégories d’employés [les réductions ONSS pour les employeurs resteront au fédéral]
14. De RSZ-kortingen gericht op bepaalde sectoren: bagger- en sleepvaart, huisbedienden, kinderopvang, kunstenaars, de jongerenbonus non-profit [de RSZ-kortingen voor wat betreft de wetenschappelijke Maribel, het wetenschapsbeleid en de universiteiten blijven federaal] 14. Les réductions ONSS octroyées à quelques secteurs spécifiques: dragage et remorquage, gens de maison, accueillants d’enfants, artistes, les bonus jeunes non-marchand [les réductions ONSS en ce qui concerne le maribel scientifique, la politique scientifique et les universités resteront au fédéral]
15. De “trekkingsrechten” in het kader van het wedertewerkstellingsprogramma GESCO 15. L’exonération ONSS pour les contractuels subsidiés (GESCO)
16. de activering van het leefloon (OCMW artikel 60/61) 16. L’activation du revenu d’intégration (article 60/61 CPAS)
17. Middelen betreffende de gedeeltelijke vrijstelling van de bedrijfsvoorheffing van de binnenvaart en sleepvaart [de fiscale vrijstelling op de bedrijfsvoorheffing voor enkele sectoren (baggeraars, zeevisserij, koopvaardij, wetenschappelijk onderzoek, kunstenaars, onthaalouders) blijft federaal]18. Het Ervaringsfonds: regionalisering 17. Les moyens afférents à la dispense partielle de versement du précompte professionnel batelerie et remorquage [l’exonération fiscale du précompte professionel dans quelques secteurs (entreprises de dragage, pêche en mer, marine marchande, recherche scientifique, artistes et gardiens d’enfants) reste fédérale]18. Le Fonds de l’expérience professionnelle: régionalisation
C. DE DIENSTENCHEQUES (regionalisering) C. LES TITRES-SERVICES (régionalisation)
18. Regionalisering van de dienstencheques, met uitzondering van de arbeidsrechtelijke aspecten 18. Régionalisation des titres-services, excepté les aspects liés au droit du travail
D. ARBEIDSBEMIDDELING (regionalisering) D. LE PLACEMENT(régionalisation)
19. De PWA-bevoegdheid valt onder de autonomie van de Gewesten: overheveling naar de Gewesten van de arbeidsbemiddelaars van de PWA’s en van de bijhorende middelen.Indien de Gewesten beslissen om een PWA-voorziening te behouden, zal de federale overheid de financiering van de werkloosheidsuitkeringen van de PWA-werknemers voortzetten, beperkt tot het aantal huidige gerechtigden per gewest. Het systeem zal gelden voor de langdurige werklozen en zij die ver van de arbeidsmarkt staan. 19. La compétence ALE relève de l’autonomie des Régions: transfert aux Régions des accompagnateurs à l’emploi des ALE et des moyens y afférents. Si les Régions décident de maintenir un dispositif ALE, le fédéral poursuivra le financement d’allocations de chômage, limité au nombre de bénéficiaires actuel par Région. Le système s’appliquera aux chômeurs de longue durée et à ceux qui sont très éloignés du marché de l’emploi.
20. Outplacement:  regionalisering van de inhoudelijke vereisten die niet vastliggen in de federale CAO’s 51 en 82; ; de terugbetaling van de outplacementkosten aan de bedrijven; het opleggen van een sanctie aan werkgevers die geen outplacement aanbieden. De arbeidsrechtelijke aspecten blijven federaal. De plicht om outplacement aan te bieden bij ontslag van werknemers en de verplichting om op dat aanbod in te gaan, blijft een federale bevoegdheid. 20. Reclassement:  régionalisation des exigences de fond qui ne sont pas fixées  dans les CCT n° 51 et 82, pour le remboursement des frais de reclassement aux enterprises et pour l’imposition de sanctions aux employeurs en cas d’absence de reclassement. Les aspects lies au droit du travail restent fédéraux. L’obligation de proposer un reclassement en cas de licenciement des travailleurs et l’obligation d’accepter l’offre de reclassement resteront une compétence fédérale.
E. BETAALD EDUCATIEF VERLOF EN INDUSTRIEEL LEERLINGENWEZEN E. CONGE-EDUCATION PAYE ET L’APPRENTISSAGE INDUSTRIEL
21. Regionalisering van het betaald educatief verlof (samenwerkingsakkoord: met betrekking tot het betaald educatief verlof zullen de Gewesten met de Gemeenschappen een samenwerkingsakkoord moeten sluiten om de opleidingen te organiseren en te erkennen). 21. Régionalisation du conge-éducation payé (accord de coopération: En matière de congé-éducation payé, les Régions devront conclure un accord de coopération avec les Communautés pour l’organisation et la reconnaissance des formations).
22. Het industrieel leerlingenwezen: communautarisering 22. Het industrieel leerlingenwezen: communautarisering
F. LOOPBAANONDERBREKING IN DE PUBLIEKE SECTOR F. L’INTERRUPTION DE CARRIERE DANS LE SECTEUR PUBLIC
23. de financiering van het deelstatelijke stelsel van loopbaanonderbreking [behoudens de contractuele personeelsleden in het onderwijs die onder het tijdskrediet vallen] (regelgeving is vandaag al deelstatelijk): regionalisering en communautarisering 23. le financement de l’interruption de carrière dans le secteur public des entités fédérées [à l’exclusion des agents contractuels de l’enseignement qui relèvent du crédit-temps] (la réglementation est aujourd’hui déjà une compétence des entités fédérées): régionalisation et communautarisation
G. ECONOMISCHE MIGRATIE (regionalisering) G. MIGRATION ECONOMIQUE (regionalisering)
24. Regelgevende bevoegdheid arbeidskaarten A en B en de beroepskaart voor zelfstandigen (vandaag zijn de gewesten bevoegd voor de uitreiking van arbeidskaarten A, B en C aan buitenlandse arbeiders, maar is de reglementering federaal)De werknemer die een arbeidskaart A in een van de Gewesten krijgt, kan op basis van diezelfde vergunning eveneens in de twee andere gewesten werken. De zelfstandige die in één gewest een beroepskaart heeft gekregen kan zijn activiteit niet in een ander gewest vestigen, maar er wel zijn activiteit uitoefenen. 24. régionalisation du pouvoir réglementaire concernant les permis de travail A et B et de la carte professionnelle pour les travailleurs indépendants (actuellement les régions octroient les permis de travail A, B et C aux travailleurs étrangers, mais la réglementation est une compétence fédérale).Le travailleur qui obtient un permis de travail A dans une des Régions peut travailler dans les deux autres Régions sur base de ce même permis. Le travailleur indépendant qui a obtenu une carte professionnelle dans une Région ne peut pas établir le siège de son activité dans une autreRégion mais peut y exercer son activité.
H. PROGRAMMA’S H. PROGRAMMES
25. de startbaanovereenkomsten in het kader van de ‘globale’ projecten: regionalisering en communautarisering 25. les conventions de premier emploi dans le cadre des projets globaux :aux Communautés et aux Régions
25. de start- en stagebonus voor stagiairs uit het alternerend onderwijs: regionalisering 25. le bonus de démarrage et de stage pour les stagiaires issus de l’enseignement en alternance : aux Régions
26. de werkhervattingstoeslag voor oudere werklozen en éénoudergezinnen: regionalisering 26. le complément de reprise du travail pour les chômeurs âgés et les familles monoparentales : aux Régions
27. de resterende federale programma’s voor sociale economie: regionalisering (opzegging samenwerkingsakkoord) 27. autres programmes fédéraux d’économie sociale: aux Régions. (annulation d’un accord de cooperation)
I. UITZENDARBEID I. UITZENDARBEID
28. Alle arbeidsrechtelijke bepalingen die de uitzendarbeid regelen blijven federaal.29. de Gewesten en de Gemeenschappen worden bevoegd om uitzendarbeid in hun respectievelijke overheidsdiensten en lokale besturen toe te staan, en de Gewesten worden bevoegd om in het kader van tewerkstellingstrajecten op uitzendarbeid een beroep te doen. 27. Toutes les dispositions du droit du travail régissant le travail intérimaire restent fédérales.29. les Régions et les Communautés deviennent compétentes pour permettre le travail intérimaire dans leur secteur public respectif et le secteur local et les Régions pour recourir au travail intérimaire dans le cadre des trajets de mise au travail.
J. RVA J. ONEM
30. Rekening houdende met de nieuwe bijkomende bevoegdheden van de Gewesten zal de beheerstructuur van de RVA worden aangepast om een vlotte samenwerking tussen de RVA en de Gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling te garanderen. Daartoe zal elk Gewest deelnemen aan de vergaderingen van het beheerscomité van de RVA via een vertegenwoordiger van deGewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling. 30. Afin de garantir une bonne coopération entre l’ONEm et les services régionaux pour l’emploi et compte tenu des nouvelles compétences des Régions, la structure de gestion de l’ONEm sera adaptée. À cette fin, chaque Région participera, en la personne d’un représentant du service régional pour l’emploi, aux réunions du comité de gestion de l’ONEM.

Wat is er beslist?

  1. Inzake de controle van de beschikbaarheid op werklozen verkrijgen de gewesten een uitvoerings- en beslissingsbevoegdheid voor wat het actief en passief zoekgedrag betreft, zij het binnen een federaal kader. Anders gezegd: het federale ministerie van Werk beslist of 50-jarigen langer aan het werk moeten, de gewestelijke diensten (VDAB, Forem, Actiris, Arbeitsamt) voeren deze maatregel uit. De bevoegdheid inzake vrijstellingen wordt gedeeld tussen de federale staat en de gewesten, met dien verstande dat de federale overheid de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid behoudt.
  2. Het sanctioneringsbeleid voor de gedecentraliseerde bevoegdheden wordt eveneens verdeeld tussen de federale staat en de gewesten.
  3. Inzake het doelgroepenbeleid is de regionalisering indrukwekkend (1,2 miljard €), al blijven bepaalde aspecten wel federaal (sommige doelgroepen, het fiscale doelgroepenbeleid, de federale beslissingsvrijheid m.b.t. een aantal loonkostmaatregelen).
  4. De grootste defederalisering is evenwel die van de dienstencheques (1,4 miljard €), een systeem dat pas sinds 2004 werd ingevoerd en nu dus geregionaliseerd zou worden (op de arbeidsrechtelijke aspecten na).
  5. Ook de bevoegdheid over de arbeidsbemiddeling wordt geregionaliseerd. Dat is vreemd, want sedert 1988 zijn de gewesten al terzake bevoegd. De PWA’s worden geregionaliseerd, waarbij de gewesten de keuze krijgen om ze al dan niet te behouden. Doen ze dat wel, dan blijven de PWA-werknemers gefinancierd door de federale staat. Outplacement wordt dan weer een gedeelde bevoegdheid tussen de federale staat en de gewesten.
  6. Het betaald educatief verlof (mits een samenwerkingsakkoord) en het industrieel leerlingenwezen – federale restbevoegdheden sedert de communautarisering van het beroepsopleiding – worden gedefederaliseerd. Aanvullend op de regelgevende bevoegdheid van de gemeenschappen en de gewesten worden wordt ook de financiering van de loopbaanonderbreking geregionaliseerd, zij het dan enkel voor wat de gemeenschappen en de gewesten betreft en met uitzondering van de contractuele personeelsleden in het onderwijs.
  7. Inzake economische migratie krijgen de gewesten de regelgevende bevoegdheid over drie arbeidskaarten die ze vandaag al uitreikten, maar niet over arbeidskaart C, hoewel ze die vandaag ook al uitreiken. Begrijpe wie kan. De buitenlandse zelfstandige die in het Vlaams gewest een arbeidskaart krijgt, zal zich evenwel niet kunnen vestigen in een ander gewest: een manifeste discriminatie. Overigens is deze defederalisering in tegenspraak met het voornemen van de federale onderhandelaars om slechts één (federale) minister van migratie te behouden.
  8. Voorts worden er nog een aantal programma’s (uit het zgn. “eerste pakket”) geregionaliseerd en inzake uitzendarbeid krijgen de gewesten een aanvullende bevoegdheid (zonder tot een formele splitsing over te gaan). De beheersstructuren van de RVA worden aangevuld met één afgevaardigde uit elk gewest (maar omgekeerd niet!).

 

Besluit:

–  In totaal wordt er 4,3 miljard euro overgeheveld. Evenwel zit in die 4,3 miljard euro – merkwaardig genoeg – ook de 1 miljard euro vervat voor de GESCO’s (gesubsidieerde contractuelen), hetgeen sedert 1988 een gewestelijke bevoegdheid is. Niettemin wordt er al bij al toch ca. 30% van het werkgelegenheidsbeleid geregionaliseerd.

–  De verzoening tussen enerzijds een federale normerende bevoegdheid en anderzijds een gewestelijke uitvoerende bevoegdheid zal ervoor zorgen dat de maatregelen in de praktijk regionaal zullen verschillen. Daarmee zet men, op termijn, de eenheid van de Belgische arbeidsmarkt en dus van de sociale zekerheid nog meer onder druk. De gewesten krijgen dan wel geen bevoegdheid om een eigen sanctioneringsbeleid te voeren, maar vraag is hoe lang het kan uithouden.

–  De regionalisering van grote delen van het doelgroepenbeleid en van de dienstencheques (die zelfs niet in de nota-Bart De Wever stond) is volstrekt niet gemotiveerd, buiten dan door nationalistisch geïnspireerde doeleinden

–  Ook in andere bevoegdheidsdomeinen wordt de gewestelijke (of gemeenschaps-)bevoegdheid nog uitgebreid, zonder dat daar één enkele herfederalisering tegenover staat.

–   Indien dit politiek akkoord wordt uitgevoerd, zullen er nog meer bevoegdheids- en belangenconflicten ontstaan tussen de federale overheid en de regionale arbeidsdiensten.

–  Het akkoord leidt niet alleen tot een minder coherent bestuur, maar is ook onlogisch (zie maatregelen inzake economische migratie).

–  Vraag is, of de Belgische vakbonden zich op termijn niet zullen “aanpassen” aan deze nieuwe structuren (lees: zich te splitsen).

–  Hoewel aan de federale CAO’s niet geraakt wordt, kan men zich toch afvragen hoelang ons sociaal overlegmodel – dat internationaal geprezen wordt – nog zal kunnen standhouden teggen verregaande regionaliseringen en communautariseringen.

–   Deze defederaliseringen raken aan de RVA en de RSZ : aan de kern van de sociale zekerheid dus.

2. GEZONDHEIDSZORGEN EN GEZINSBELEID 2. SOINS DE SANTE ET POLITIQUE FAMILIALE
A. OPRICHTING INTERFEDERAAL CENTRUM A. CREATION D’UN INSTITUT INTERFEDERAL
31. Er zal een instituut worden opgericht dat een overlegd antwoord zal geven op de grote, onder meer budgettaire, uitdagingen met betrekking tot de toekomst van de gezondheidszorg (vergrijzing, knelpuntberoepen in dat domein, technologische ontwikkeling, maatschappelijke ontwikkelingen, leefmilieuaandoeningen, enz.). Dit instituut zal de permanente en interfederale ontmoetingsplaats vormen voor het overleg tussen de voor gezondheid bevoegde ministers, en zal tot taak hebben een gemeenschappelijke en toekomstgerichte visie en een duurzaam gezondheidsbeleid te definiëren. Het zal zich daarvoor onder andere steunen op de studies van het Studiecomité voor de vergrijzing en van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg. Het zal de opdrachten van het Kankercentrum overnemen. Een samenwerkingsakkoord zal zijn samenstelling en financiering regelen. Dit instituut zal van de bestaande structuren vertrekken teneinde de budgettaire weerslag strikt te beperken. De huidige opdrachten en samenstelling van de Algemene raad van het RIZIV en de werking van de interministeriële conferentie Gezondheid zullen ongewijzigd blijven. 31. Un institut sera créé dans le but de garantir des réponses concertées aux grands défis, notamment budgétaires, à rencontrer en ce qui concerne l’avenir des soins de santé (vieillissement, métiers en pénurie dans ce domaine, évolutions technologiques, évolutions sociétales, maladies environnementales, etc.). Cet institut fera office de lieu permanent et interfédéral de concertation entre les ministres compétents en matière de santé. Il sera chargé de définir une vision prospective commune et une politique de soins durable.  Il s’appuiera, entre autres, pour ce faire, sur les études menées par le Comité d’étude sur le vieillissement et par le Centre fédéral d’expertise des soins de santé. Il reprendra les missions du Centre du cancer. Sa composition et son financement seront définis par accord de coopération. Cet institut sera créé au départ de structures existantes afind’en limiter strictement l’impact budgétaire. Les missions et la composition actuelles du Conseil général de l’INAMIainsi que le fonctionnement de la Conférence interministérielle santé resteront inchangés.
B. FEDERALE KERNTAKEN B. LES MISSIONS ESENTIELLES DU FEDERAL
32. De interpersoonlijke solidariteit houdt in dat er een gelijke toegang is voor allen tot de terugbetaalde gezondheidszorg, waarbij de vrije keuze van de patiënt gegarandeerd wordt, conform het Europese principe van vrij verkeer van personen. De patiënt zal eenzelfde prijs betalen voor eenzelfde product of prestatie, ongeacht waar in België hij deze gezondheidszorg geniet. Om dat te waarborgen is het de federale overheid die de voogdij over het RIZIV uitoefent.De federale overheid blijft tevens bevoegd voor het crisisbeleid wanneer een acute pandemie dringende maatregelen vereist. 32. La solidarité interpersonnelle implique l’égalité d’accès pour tous aux soins de santé remboursés, en garantissant le libre choix du patient, conformément au principe européen de la libre circulation des personnes. Le patient paiera le même prix pour un même produit ou une même prestation, quel que soit l’endroit en Belgique où ce soin lui est prodigué. Pour garantir qu’il en sera bien ainsi, c’est l’autorité fédérale qui exerce la tutelle sur l’INAMI.L’autorité fédérale reste également compétente pour la politique de crise dans l’éventualité où une pandémie aigüe nécessiterait des mesures urgentes.
C. GEHANDICAPTENBELEID C. AIDE AUX HANDICAPES
33. De mobiliteitshulpmiddelen worden aan de deelstaten overgedragen.34. De tegemoetkoming hulp aan bejaarden wordt aan de gemeenschappen overgedragen (in Brussel zal de GGC die bevoegdheid krijgen). 33. Les aides à la mobilité seront transférées aux entités fédérées34. L’allocation d’aide aux personnes âgées sera communautarisée (à Bruxelles, elle sera transférée à la Cocom).
D. ZIEKENHUISBELEID D. LA POLITIQUE DES HÔPITAUX
35. De Gemeenschappen zullen bevoegd zijn om de normen te definiëren waaraan de ziekenhuizen en de diensten, de zorgprogramma’s, ziekenhuisdiensten, enz. moeten beantwoorden om erkend te worden, met dien verstande dat:1) de programmatie een federale bevoegdheid blijft, maar waarbij er asymmetrische bilaterale overeenkomsten kunnen worden gesloten als een Gemeenschap dat wenst ;2) de financiering van de ziekenhuizen een federale bevoegdheid blijft (Behalve voor wat betreft A1 en A3 van de BFM) evenals 3) de regels met betrekking tot het vastleggen en deverrekening van het budget van de financiële middelen van de ziekenhuizen4) men zal verifiëren dat de door de Gemeenschappen uitgevaardigde erkenningsnormen geen negatieve impact hebben op de federale budgetten, behalve in geval van bilateraal akkoord ;5) de kwalitatieve referentienormen die door de Europese Unie worden vastgesteld zijn van toepassing. 35. Les Communautés seront compétentes pour définir les normes auxquelles les hôpitaux, ainsi que les services, programmes de soins, fonctions… hospitaliers doivent répondre pour être agréés, étant entendu que :1) la programmation reste de compétence fédérale, des accords bilatéraux asymétriques pouvant néanmoins être conclus lorsqu’une Communauté le souhaite ;2) le financement des hôpitaux (sauf les elements A 1 et 1 3 du budget des hôpitaux) reste de compétence fédérale, demême que les règles relatives à la fixation et à la liquidation du budget des moyens financiers des hôpitaux ;3) on vérifiera que les normes d’agrément édictées par lesCommunautés n’ont pas d’impact négatif sur les budgets fédéraux, à défaut d’accord bilatéral ;5) les normes qualitatives de référence sont celles édictées par l’Union européenne.
36. De onderdelen A1 en A3 van het ziekenhuisbudget (BFM) zullen worden overgeheveld (nieuwbouw, renovatie, groot onderhoud…).1)      Een jaarlijkse dotatie zal voorzien worden in de financieringswet. Deze dotatie zal uit twee delen bestaan: een uitdovend deel dat jaarlijks wordt berekend ten belope van de reeds aangegane engagementen (gedurende 33 jaar), en een nog af te spreken bedrag voor de nieuwe toekomstige en toegestane investeringen. 2)      Voor deze nieuwe investeringen zullen de verdeelsleutels tussen de deelstaten worden geactualiseerd zodat ze overeenstemmen met de werkelijke investeringsuitgaven van alle ziekenhuizen, met inbegrip van de universitaire ziekenhuizen. 3)      Een technische werkgroep, samengesteld uit ambtenaren van de federale overheid, dienst boekhoudingen van de ziekenhuizen en van de deelstaten, zal de concrete berekening maken.4)       Een Gemeenschap die de tenlasteneming buiten het ziekenhuis wil bevorderen, in het bijzonder met betrekking tot de geestelijke gezondheidszorgsector of het ouderenbeleid, zal bovendien met de federale overheid bilaterale akkoorden in verband met de reconversie van ziekenhuisbedden kunnen sluiten. 36. Les éléments A1 et A3 du budget des hôpitaux (BMF) seront transférés.1) Une dotation annuelle sera prévue dans la loi de financement. Cette dotation sera composée de deux parties: une partie extinctive, calculée chaque année en fonction des engagements déjà pris (pendant 33 ans), et un montant à convenir pour les nouveaux investissements qui serontconsentis dans le futur.2) Pour ces nouveaux investissements, les clés de répartition entre entités seront actualisées de façon à correspondre aux dépenses réelles d’investissements de tous les hôpitaux, y compris académiques.3) Le calcul concret sera réalisé par un groupe de travail technique qui sera composé de fonctionnaires de l’autorité fédérale, service comptabilité des hôpitaux, et des entités fédérées.4) Des accords bilatéraux de reconversion de lits hospitaliers pourront par ailleurs être conclus entre l’autorité fédérale et une Communauté qui souhaite promouvoir la prise en charge en dehors de l’hôpital, en ce qui concerne en particulier le secteur des soins de sante mentale ou la politique des personnes âgées.
E. GERIATRIE E. LA GERIATRIE
De volledige bevoegdheid (inclusief de prijsbepaling voor de bewoners) inzake37. rusthuizen,38. rust- en verzorgingstehuizen

39. centra voor dagverzorging,

40. centra voor kort verblijf,

41. geïsoleerde G-diensten en Spdienstenzal integraal aan de Gemeenschappen worden overgedragen.

La compétence complète (y compris la fixation du prix réclamé aux résidents) en matière de

  1. maisons de repos,
  2. maisons de repos et soins,
  3. centres de soins de jour,
  4. centres de court séjour,
  5. services G isolés et services Sp isolés

sera intégralement transférée aux Communautés.

F. “LONG CARE”-ZORGEN  F. LES SOINS “LONG CARE”
42. De volgende revalidatieovereenkomsten zullen naar de deelstaten worden overgeheveld: NOK, PSY, verslaafden, slechthorenden, gezichtsstoornissen, psychosociale revalidatie voor volwassenen, functionele revalidatie vroegtijdige stoornissen interactie ouderskinderen, autisme, revalidatie-instellingen voor kinderen met een ernstige medisch-psychologische aandoening, instellingen voormotorische revalidatie. Les conventions de revalidation suivantes seront transférées aux entités fédérées : ORL, psy, toxicomanes, malentendants, deficiencies visuelles, rééducation psycho-sociale pour adultes, reeducation fonctionnelle pour les troubles précoces des interactions parents -enfants, autisme, établissements de rééducation pour enfants présentant une pathologie médico-psychologique grave, établissementsde rééducation motrice.
G. GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORGEN G. LES SOINS DE SANTE MENTALE
43. De overlegplatforms geestelijke gezondheidzorg worden aan dedeelstaten overgedragen.44. De volledige bevoegdheid inzake depsychiatrische verzorgingstehuizen (PVT) en de44. initiatieven Beschut Wonen (BeWo) wordt naar de Gemeenschappen overgeheveld. 43. Les plateformes de soins de santé mentale sont transférées aux entitésfédérées.44.La compétence complète en matière de maisons de soinspsychiatriques (MSP) et45. d’initiatives d’habitation protégée (IHP) seratransférée aux Communautés.
H. PREVENTIE- EN DRUGSBELEID H. LA POLITIQUE DE PREVENTION ET DE DROGUE
46. Alleen de deelstaten kunnen preventie-initiatieven nemen.47. Als die preventieve acties de medewerking vragen van zorgverstrekkers door middel van terugbetaalde prestaties (bv. screeningshonoraria of het honorarium voor het toedienen van een vaccin) dan kunnen die prestaties vanuit het RIZIV worden gehonoreerd. Dit kan op asymmetrische wijze met het RIZIV worden overeengekomen.47. De middelen die momenteel federaal worden ingezet voor preventie worden overgedragen (vaccinaties- en campagnes, “screening”, campagnes tandhygiëne scholen, consultaties tabaksontwenning, nationaal voedings- en gezondheidsplan)  alsook het Fonds ter bestrijding vanverslavingen. 46. Seules les entités fédérées peuvent prendre des initiatives en matière de prévention.47. Si ces actions de prévention supposent la participationdes prestataires de soins par l’intermédiaire d’actes remboursables (par exemple des honoraires de dépistage ou les honoraires pour l’administration d’un vaccin), ces prestations pourront être honorees par l’INAMI. Ces accords peuvent être conclus avec l’INAMI de manièreasymétrique.47. Les moyens que le fédéral affecte actuellement à la prévention seront transférés (vaccinations, campagnes de vaccinations, “screening”, campagnes hygiene dentaire dans les écoles, les consultations pour la prevention du tabagisme, le plan national nutrition-santé) de même que le Fonds de lutte contre les assuétudes.
I. ORGANISATIE VAN DE EERSTELIJNSGEZONDHEIDSZORG I. L’ORGANISATION DES SOINS DE PREMIERE LIGNE
De ondersteuning van de gezondheidszorgberoepen van de eerste lijn en de organisatie van de eerstelijnsgezondheidszorg:48. Impulseofonds49. Huisartsenkringen

50. Lokaal Multidisciplinaire Netwerken (LMN)

51. Geïntegreerde diensten thuiszorg (GDT)

52. Preventie-acties door tandartsenworden aan de deelstaten overgedragen

53. De palliatieve netwerken en de palliatieve multidisciplinaire teams worden aan de deelstaten overgedragen

Le soutien aux métiers de la santé de première ligne et l’organisation des soins de première ligne48. fonds Impulseo49. cercles de médecinsgénéralistes,

50. Réseaux Locaux Multidisciplinaires (RLM),

51. Services Intégrés de Soins à Domicile (SISD),

52. actions de prévention menées parles dentistes  seront transférés aux entités fédérées.

53. Les réseaux palliatifs et les équipes multidisciplinaires palliatives seront transférés aux entités fédérées.

J. SAMENWERKINGSAKKOORDEN TUSSEN FEDERALE STAAT EN DEELSTATEN J. ACCORDS DE COOPERATION ENTRE L’ETAT FEDERAL ET LES ENTITES FEDEREES
54. De samenstelling en de financiering van het in (30) bedoelde instituut55. eHealth (cofinanciering deelstaten en federale overheid)56. De nalevingsmodaliteiten van internationale verplichtingen i.v.m. het gezondheidsbeleid: Het principe daarbij is dat de federale overheid hieromtrent het nodigeoverleg organiseert wanneer de bestaande overlegstructuren(COORMULTI) hier nog niet in voorzien.57. De bevoegdheid inzake subquota wordt aan de gemeenschappen overgedragen

58. De deelstaten worden bevoegd om de zorgverstrekkers te erkennen, met naleving van de door de federale overheid bepaalde erkenningsvoorwaarden.

59. De federale overheid organiseert een overleg met de deelstaten vooraleer zij sociale akkoorden in de zogenaamde “federale sectoren” afsluit (en, insgelijks, overleggen de deelstaten vooraf met de federale overheid).

60. De wijze waarop het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) wordt bestuurd en gefinancierd

54. La composition et le financement de l’Institut mentionné au point (30)55. eHealth (cofinancement par le fédéral et les entités fédérées).56. les modalités de respect des engagements internationaux en rapport avec la politique de santé : Le principe est que l’autorité fédérale organise la concertation nécessaire à ce sujet lorsque rien n’est encore prévu dans lesstructures de concertation existantes (COORMULTI).

57. La compétence relative à la définition de sous-quotas est transférée aux Communautés

58. Les entités fédérées sont compétentes pour agréer les prestataires de soins dans le respect des conditions d’agrément déterminées par le fédéral.

59. L’autorité fédérale organise une concertation avec les entités fédérées avant de conclure des accords sociaux dans les «secteurs fédéraux» (et, de même, les entités fédérées se concertent préalablement avec le fédéral).

60. le mode de gestion et de financement du Centre fédéral d’expertise des soins de santé (KCE)

K. GEZINSBIJSLAGEN K. ALLOCATIONS FAMILIALES
61. Het recht op kinderbijslag wordt vastgelegd in de Grondwet.62. Overheveling kinderbijslag, geboortepremies en adoptiepremies naar de Gemeenschappen. In Brussel is de GGC bevoegd, met uitsluiting van de twee Gemeenschappen.63. Vóór de overheveling wordt het verschil tussen loontrekkenden en zelfstandigen weggewerkt. 61. Le droit aux allocations familiales sera consacré dans la Constitution.62. Transfert des allocations familiales, des allocations de naissance et des primes d’adoption aux Communautés. À Bruxelles, c’est la COCOM qui sera compétente à l’exclusion des deux Communautés.63. Préalablement au transfert, la différence entre travailleurs salariés et travailleurs indépendants sera gommée.

Wat is er beslist?

–   In totaal zijn er in het “Vlinderakkoord” zijn er, voor wat gezondheidszorgen en gezinsbeleid betreft, zo’n 35 “maatregelen” opgenomen, waarvan de overgrote meerderheid negatief zijn

–   Het overgedragen pakket aan bevoegdheden bedraagt in deze materie liefst 10,1 miljard euro, in totaal bijna 60% van de defederaliseringen van deze “staatshervormingen. Deze defederaliseringen raken allemaal aan de sociale zekerheid, net als die in de arbeidsmarkt. Zo’n 85% van de overgedragen middelen in deze staatshervorming raakt aan de sociale zekerheid.

–  Inzake het gehandicaptenbeleid wordt er voor 573 miljoen euro overgedragen naar de deelstaten. Nochtans wordt daardoor het gehandicaptenbeleid niet volledig gesplitst, omdat de Directie-Generaal Personen met een Handicap federaal blijft (in alle vorige nota’s zou die gecommunautariseerd worden).

–   Inzake de hospitalisatie-politiek, wordt een deel van het budget voor bouw, renovatie en groot onderhoud (531 miljoen euro) volledig overgeheveld en worden de bevoegdheden, volkomen willekeurig, versnipperd tussen het federale niveau en het deelstatelijke.

–   Voorts wordt de volledige residentiële geriatrie gesplitst (2,6 miljard euro). Daarmee worden de bevoegdheden die de gemeenschappen vandaag al hadden terzake aanzienlijk uitgebreid.

–   Wat de revalidatie-overeenkomsten betreft wordt willekeurig de helft ervan (170 miljoen euro) naar de gemeenschappen overgeheveld.

– Inzake de geestelijke gezondheidszorgen wordt er voor 174,8 miljoen euro gedefederaliseerd; ook hier worden de infrastructuren aangepakt.

–   De preventieve zorgen (in principe vandaag al een bevoegdheid van de gemeenschappen) worden de resterende federale programma’s gesplitst (75 miljoen euro). De federale bevoegdheid blijft louter bevoegd voor de pandemieën.

–    Voor wat het drugsbeleid betreft, wordt slechts een zeer klein deel gesplitst (5 miljoen euro). Tenslotte wordt er nog eens zo’n 44 miljoen euro overgeheveld in de zgn. “eerstelijnsgezondheidszorgen”.

–   Bovendien wordt er voorzien in zeven samenwerkingsakkoorden. Eén ervan, een samenwerkingsakkoord tussen de federale staat en de gemeenschappen, luidt: “De deelstaten worden bevoegd om de zorgverstrekkers te erkennen, met naleving van de door de federale overheid bepaalde erkenningsvoorwaarden”. De absurditeit ten top.

–   Het grootste deel van de defederaliseringen zit hem echter in de gezondheidszorgen, waar de hele gezinspolitiek gesplitst wordt: de kinderbijslagen, het kraamgeld, de geboorte- en adoptiepremies en het FCUD (de kinderopvang). Prijskaartje: 5,9 miljard euro (236.000.000.000 BEF!).

–   Tot slot wordt er nog voorzien in de oprichting van een interfederaal centrum voor de gezondheidszorgen. Splitsen om dan opnieuw samen te werken. Gekker kan haast niet.

Besluit:

–   In de nota-De Wever werd voorzien in een volledige communautarisering van het gehandicaptenbeleid, de geestelijke gezondheidszorgen en het drugsbeleid. Inzake de preventie-politiek zou de federale overheid enkel nog initiatieven kunnen nemen, mits toestemming van de gemeenschappen (een confederaal principe). Daarbovenop zouden de gemeenschappen inzake de kwaliteit van de gezondheidszorgen een aanvullende normerende bevoegdheid krijgen met impact op de federale sanctioneringsmechanismen, alle revalidatie- en herscholingsovereenkomsten zouden door de gemeenschappen moeten worden goedgekeurd alvorens de federale overheid ze ratificeert. Bovendien zouden de gemeenschappen vertegenwoordigd worden in eHealth, in het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg, in de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid (KSZ) en, nog belangrijker in de beheersorganen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Zover gaat dit akkoord duidelijk niet.

–  Nochtans volgt het akkoord voor het overige de lijnen die De Wever uitgestippeld had, zeker – maar niet alleen – in de hospitalisatiepolitiek (waar het akkoord zelfs nog verder gaat), in de residentiële geriatrie en in het gezinsbeleid. Wanneer de kinderbijslagen gesplitst worden, is er duidelijk een rode lijn overschreden. Een kind zal dan niet langer een kind zijn. Ironisch genoeg zal dat ook gelden voor zogenaamde “Vlaamse” kinderen, al naar het gewest waarin ze wonen. Nochtans waren de Franstalige partijen in het algemeen, en het CDH in het bijzonder, hier enorm tegen gekant. Bij de invoering van de “Vlaamse” kindpremie in 2009 verklaarde de partij dat er “geen sprake kon zijn van een regionalisering van de gezinsbijslagen […] Het CDH verwerpt elke regionalisering van de gezinsbijslagen, die de interpersonele solidariteit, gesymbolsiseerd door de sociale zekerheid in vraag zou stellen” (LLB, 2 februari 2009). Sommigen zeggen dat de kinderbijslagen hun federaal karakter behouden, omdat de financiering federaal blijft. Nochtans is (en blijft) de financiering van het gemeenschapsonderwijs ook federaal en beweert niemand dat dit een federale bevoegdheid is.

– De kinderbijslagen zijn één van de vijf pijlers van de sociale zekerheid (ca. 7%). Wat belet dan nog om een volgende keer een andere pijler in één klap weg te zagen? Het budget van de gezondheidszorgen bedraagt 30 miljard euro. Als dit akkoord wordt uitgevoerd wordt daar in één klap zo’n 13% uit weggetrokken. Ter vergelijking: in het “eerste pakket” van de staatshervorming zou “enkel” het FCUD gecommunautariseerd worden, hetgeen 0,0001% was van het budget van de sociale zekerheid.

– Nochtans is de splitsing van de kinderbijslagen niet voor morgen, want 1) moet het verschil tussen zelfstandigen en niet-zelfstandigen weggewerkt worden, iets wat men al jaren zegt te zullen doen, maar nog nooit gedaan heeft; 2) moet de Grondwet ervoor gewijzigd worden op een punt waarvoor ze niet tot wijziging vatbaar verklaard is.

–   Opvallend is dat het nationalisme een spoor trekt van de wieg tot het graf: van de kinderopvang over de gezinsbijslagen tot de palliatieve zorgen. Cynischer kan haast niet.

 

3. JUSTITIE 3. JUSTICE
A. ALGEMEEN A. GENERAL
64. Artikel 144 van de grondwet zal worden aangepast om er in te bekrachtigen dat de Raad van State en federale administratieve rechtbanken waarvoor dit relevant is zich ook over de privaatrechtelijke gevolgen van een vernietiging kunnen uitspreken. De uitvoeringsregels zullen gelijktijdig met de herziening van artikel 144 van de grondwet worden besproken en gestemd. 64. L’article 144 de la Constitution sera adapté afin qu’y soit consacré le principe selon lequel le Conseil d’Etat et, le cas échéant des tribunaux administratifs fédéraux puissent aussi se prononcer sur les effets en droit privé d’une annulation. Les modalités de mise en oeuvre seront discutées et adoptées, simultanément à la révision de l’article 144 de la Constitution.
B. VERVOLGINGSBELEID EN STRAFUITVOERING B. POLITIQUE DE POURSUITE ET APPLICATION DES PEINES
65. De deelstaten zullen, via een door de deelstaatregering afgevaardigde minister, over een positief injunctierecht beschikken voor de materies waarvoor zij bevoegd zijn. De afgevaardige minister van de deelstaat zal zijn aanvraag aan de federale minister van Justitie bezorgen die haar onmiddellijk zal laten uitvoeren.66. In de materies die tot hun bevoegdheden behoren zullen de deelstaten met de federale staat een samenwerkingsakkoordsluiten dat betrekking zal hebben op:a) het vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie;b) het opstellen van richtlijnen inzake het strafrechtelijk beleid;c) het formaliseren van de vertegenwoordiging van de deelstaten in het College van procureurs-generaal;d) de kadernota Integrale veiligheid en het Nationaal veiligheidsplan. 65. Les entités fédérées, via un Ministre délégué par le gouvernement de l’entité fédérée, jouiront d’un droit d’injonction positive dans les matières relevant de leurs compétences. Le Ministre délégué de l’entité fédérée adressera sa demande au Ministre fédéral de la Justice qui en assurera l’exécution immédiate.66. Dans les matières relevant de leurs compétences, les entités fédérées concluront avec l’autorité fédérale, un accord de coopération qui portera sur :a) la politique de poursuites du Ministère Public etb) l’établissement de directives en matière de politique criminelle;c) la formalisation de la représentation des entités fédérées au sein du Collège des procureurs généraux.d) la note-cadre Sécurité intégrale et le plan national de sécurité.
67. Strafuitvoeringsrechtbanken: betrokkenheid van de Gemeenschappen door de deelname van de directeurs-generaal van de Justitiehuizen aan het selectiecomité van de assessoren 67. Tribunaux d’application des peines : implication des Communautés par la participation des Directeurs généraux des Maisons de Justice au comité de sélection des assesseurs.
68. Justitiehuizen: Communautarisering van de 1) organisatie en 2) de bevoegdheden m.b.t. strafuitvoering, 3) slachtofferonthaal, 4) eerstelijnshulp en 5) betoelaagdeopdrachten. Een samenwerkingsakkoord tussen de federale staat en de deelstaten zal, ieder voor wat zijn bevoegdheden betreft, gesloten worden om het partnership te organiseren. 68. Maisons de Justice: Communautarisation de1) l’organisation et des 2) compétences relatives à l’exécution des peines, 3) à l’accueil aux victimes, 4) à l’aide de première ligne et 5) aux missions subventionnées. Un accord de coopération sera conclu entre l’Etat fédéral et les entités fédérées, chacun dans les matières qui relèvent de ses compétences, pour organiser le partenariat.
C. JEUGDSANCTIERECHT C. DROIT SANCTIONNEL DE LA JEUNESSE
69. Communautarisering (GGC in Brussel) van de volgende materies:- het bepalen van de aard van de maatregelen ten aanzien van de minderjarigen die een als strafbaar omschreven feit hebben gepleegd;- de regels inzake de uithandengeving;- de regels inzake de plaatsing in een gesloten instelling;- de gesloten instellingen, volgens nader te bepalen uitvoeringsregels 69.  Communautarisation (COCOM à Bruxelles) des matières suivantes:- définition de la nature des mesures pouvant être prises à l’égard demineurs ayant commis un fait qualifié d’infraction ;- règles de dessaisissement ;- règles de placement en établissement fermé ;- les établissements fermés, selon des modalités à déterminer.

 

Wat is er beslist?

 

  1. Art. 144 van de Grondwet wordt herzien, weliswaar voor niet-communautaire doeleinden. Nochtans is art. 144 helemaal niet voor herziening vatbaar verklaard.
  2. De gewesten en gemeenschappen zullen beschikken over een positief injunctierecht, voor wat hun eigen bevoegdheden betreft, d.i. het recht van de minister van justitie om aan de Procureur des Konings de opdracht te geven een bepaalde zaak te onderzoeken of te vervolgen. Nochtans zal dit recht niet uitgeoefend worden door een regionale of communautaire minister van justitie (zoals in de nota’s-De Wever en Vande Lanotte) maar via de federale minister van Justitie. In de praktijk houdt dit weinig in.
  3. Nog m.b.t. hun eigen bevoegdheden worden de deelstaten, middels een samenwerkingsakkoord, betrokken – wat dat ook moge inhouden – bij een aantal federale bevoegdheden. Erg negatief (en onnodig) is dat de deelstaten een vertegenwoordiging krijgen bij het college van procureurs-generaal.
  4. Nog negatiever is het feit dat de justitiehuizen gecommunautariseerd worden. In België bestaan er sinds eind jaren 1990 28 justitiehuizen, waarvan de bevoegdheid vooral – maar niet uitsluitend – betrekking heeft op de maatschappelijke reïntegratie van delinquenten. Het is niet geheel duidelijk welke bevoegdheden van de justitiehuizen federaal blijven, wel dat die er nog zijn, aangezien de overdracht enkel kan geschieden d.m.v. een samenwerkingsakkoord om een “partnership” tussen de federatie en de deelstaten te formaliseren.
  5. Het jeugdsanctierecht is sedert 1988 in principe een bevoegdheid van de gemeenschappen. Dit punt wordt uitgebreid tot vandaag nog federale aspecten, zelfs tot de gesloten instellingen (de enige uitbreiding van deze nota tov. de nota’s Bart De Wever/Vande Lanotte.

 

Besluit:

 

–    Ondanks de bevoegdheidsoverdrachten, kan men toch stellen dat men inzake justitie min of meer de status-quo heeft bewaard. Dat wordt duidelijk wanneer men bekijkt wat er in de vorige nota’s op tafel lag: de oprichting van eigen administratieve colleges voor de gewesten, de overheveling van het hele departement justitie, behoudens de delen van het burgerlijk en van het strafwetboek die nog federaal zouden blijven, de opleiding van magistraten, de benoeming van magistraten, de overheveling van de volledige organisatie en infrastructuur (gevangenissen, statuut geïnterneerden,  enz. Enkel het Hof van Cassatie, de Raad van State en het federaal parket zou nog exclusief federaal gebleven zijn.

–   Nochtans had men i.p.v. het jeugdsanctierecht verder op te splitsen, volledig moeten herfederaliseren en elk aspect van het justitieel beleid op Belgisch niveau moeten behouden. De splitsingen, hoe gedeeltelijk ook in dit departement, zijn overigens in manifeste tegenspraak met de theorie van de homogene bevoegdheidspaketten.

 

 

4. MOBILITEIT 4. MOBILITE
A. VERKEERSREGLEMENT EN WEGCODE A. CODE DE LA ROUTE ET REGLEMENT DU CODE DE LA ROUTE
70. Het verkeersreglement blijft een federale bevoegdheid, behalve de overheveling naar de Gewesten van:• de snelheidsbeperkingen op de openbare weg, uitgezonderd de autosnelwegen;• de regelgeving inzake het plaatsen van verkeerstekens(overeenkomstig het 1e pakket);• de regelgeving inzake de beveiliging van de lading en de hoogst toegelaten massa en de massa’s over de assen van de voertuigen op de openbare weg;• de regelgeving met betrekking tot het gevaarlijk en uitzonderlijk vervoer (volgens nader te bepalen regels teneinde de coördinatie van de procedures tussen de Gewesten te verzekeren);• de handhaving van de geregionaliseerde regels van hetverkeersreglement, met inbegrip van het bepalen vanadministratieve en strafrechtelijke sancties. Het bepalen van deze sancties doet geen afbreuk aan de prerogatieven van de politie, het parket en van de rechtbanken en hoven.Gewestelijke ambtenaren zullen bevoegd kunnen zijn om op de toepassing van de gewestelijke regels toe te zien (zie artikel 11 van de bijzondere wet van 8 augustus 1980).70. Men zal meer rekening houden met het advies van de Gewesten met betrekking tot de wijzigingen aan het verkeersreglement. Indien een gewest een negatief advies geeft over de federale voorstellen, zal er een overleg tussen de federale staat en de Gewesten worden georganiseerd via de interministeriële conferentie. Bij gebrek aan een akkoord, neemt de federale regering de uiteindelijke beslissing.Anderzijds zullen de Gewesten op eigen initiatief voorstellen kunnen doen om de regels van het verkeersreglement te wijzigen. Indien de Gewesten en de federale staat het, na overleg, over deze wijzigingen eens zijn, zullen ze worden goedgekeurd en in het verkeersreglement worden ingevoegd.71. Update van het samenwerkingsakkoord van 17 juni 1991 betreffende de wegen die Gewestgrenzen overschrijden, dat met name tot andere aspecten van de intergewestelijke mobiliteit en inzonderheid inzake

verkeersveiligheid zal worden uitgebreid.

70. Le Code de la route reste de compétence fédérale, à l’exception du transfert aux Régions :-de la détermination des limites de vitesse sur la voie publique, sauf sur les autoroutes;• de la réglementation en matière de placement de la signalisation routière (conformément au 1er paquet) ;• de la réglementation en matière de sûreté de chargement et de masse maximale autorisée et des masses entre les essieux des véhicules sur la voie publique ;• de la réglementation relative au transport dangereux etexceptionnel (selon des modalités à déterminer afin d’assurer la coordination des procédures entre Régions) ;• du contrôle des règles du Code de la route qui sont régionalisées en ce compris la fixation des sanctions administratives et pénales. La fixation de ces sanctions ne porte pas atteinte aux prérogatives de la police, du parquet, et des Cours et Tribunaux. Des fonctionnaires régionaux pourront être habilités à contrôler l’application des règlesrégionales (cf. art. 11 de la loi spéciale du 8 août 1980).70. La prise en compte de l’avis des Régions sera renforcée en ce qui concerne les modifications au Code de la route. Si une des Régions rend un avis défavorable sur les propositions fédérales, une concertation sera organisée entre le fédéral et les Régions via la Conférence Interministérielle. A défaut d’accord, la décision finale

revient au Gouvernement fédéral. Par ailleurs, les Régions pourront proposer d’initiative des modifications au Code de la route. Si ces propositions font consensus, après concertation entre les Régions et le fédéral, elles seront adoptées et incluses dans le Code de la route.

 

 

 

72. Actualisation de l’accord de coopération du 17 juin 1991, concernant les routes dépassant les limites d’une Région, qui sera notamment élargi à d’autres aspects de la mobilité interrégionale et en particulier en matière de sécurité routière.

B. VERKEERSVEILIGHEID EN VOERTUIGEN B. SECURITE ROUTIERE ET VEHICULES
72. De voogdij van de Gewesten over de aanvullende regelgeving inzake verkeersveiligheidwordt bevestigd.73. Overheveling naar de Gewesten van het Verkeersveiligheidsfonds. De middelen die verband houden met bevoegdheden die federaal blijven, blijven op federaal niveau.De overige middelen worden naar de Gewesten overgedragen.74. Overheveling van de bevoegdheden van het BIVV naar de Gewesten. Door middel van een samenwerkingsakkoord tussen de Gewesten, waarbij de federale overheid wordt betrokken, zullen op de autosnelwegen nationale bewustmakingsacties naar het brede publiek kunnen worden gevoerd.75. De normering van de verkeersinfrastructuur en de controle op de technische normeringvan de voertuigen worden naar de Gewesten overgeheveld.76. De technische keuring van voertuigen, homologatie van radars en andere instrumenten die gelinkt zijn met de Gewestelijke bevoegdheden worden naar de Gewesten overgeheveld. Het federaal niveau blijft bevoegd voor de productnormen en de inschrijving van de voertuigenEr wordt afgesproken dat elke burger zijn voertuig in eenkeuringscentrum van het Gewest van zijn keuze kan laten keuren, ongeacht zijn verblijfplaats. 72. La tutelle des Régions sur les règlements complémentaires en matière de sécurité routièreest confirmée.73. Transfert aux Régions du Fonds de sécurité routière. Les moyens afférents aux compétences qui demeureront du ressort de l’autorité fédérale resteront au niveau fédéral. Les autres moyens seront transférés aux Régions.74. Transfert des compétences de l’IBSRaux Régions. Un accord de coopération entre les Régions, auquel sera associée l’autorité fédérale, permettra d’organiser, le long des autoroutes, des actions nationals de sensibilisation destinées au grand public.75. Transfert aux Régions de la fixation des normes de l’infrastructure routière et du contrôle des normes techniques des véhicules.76. Transfert aux Régions du contrôle technique des véhicules, de l’homologation des radars et autres instruments liés aux competences régionales. Le niveau fédéral restera compétent pour les normes de produit et l’immatriculation des véhicules. Il est entendu que chaque citoyen peut procéder au contrôle technique de son véhicule dans un centre de contrôle de la Région de son choix quel que soit son lieu de domicile.
C. RIJOPLEIDING EN -SCHOLEN C. FORMATION A LA CONDUITE ET LES AUTO-ECOLES
67. De rijopleiding, de rijscholen en de examencentra worden geregionaliseerd (rijbewijs blijft federaal). Er wordt afgesproken dat: een rijschool die in een Gewest erkend is eveneens in de andere Gewesten werkzaam kan zijn; de regionalisering van de rijopleiding geen afbreuk doet aan de initiatieven voor rijbewijslessen op school; elke burger een rijopleiding in een rijschool van het Gewest van zijn keuze kan volgen, ongeacht zijn verblijfplaats; elke burger zijn examen in een examencentrum van het Gewest van zijn keuze kan afleggen, ongeacht zijn verblijfplaats. 67. Régionalisation de la formation à la conduite, des autoécoles et des centres d’examen (le permis de conduire restera fédéral). Il est entendu : qu’une auto-école qui est reconnue dans une Région peutégalement opérer dans les autres Régions ; que la régionalisation de la formation à la conduite ne porte pas préjudice aux initiatives visant à enseigner le permis de conduire dans les écoles; que chaque citoyen peut suivre la formation à la conduite dans une auto-école de la Région de son choix, quel que soit le lieu de son domicile ; que chaque citoyen peut passer l’examen dans un centred’examen de la Région de son choix, quel que soit le lieu de son domicile.
D. BINNENSCHEEPVAART D. NAVIGATION INTERIEURE
68. De regelgeving en de controle op de binnenscheepvaartgaan naar de Gewesten, inclusief de bevoegdheid van de politie (artikel 11 bijzondere wet 8 augustus 1980). 68. Transfert aux Régions de la réglementation et du contrôle de la navigation intérieure, y compris le pouvoir de police (article 11 de la loi spéciale du 8 août 1980).
E. NMBS EN DE SPOORWEGEN E. SNCB ET LES CHEMINS DE FER
69. Vertegenwoordigers van de Gewesten in de raden van bestuur van de entiteiten van de NMBS-Groep- Nadat de federale overheid een meerjareninvesteringsplan heeft goedgekeurd dat in voldoende financiering voorziet en de 60/40-sleutel respecteert, zullen de Gewesten voor een bijkomende financiering kunnen zorgen voor de aanleg, aanpassing of modernisering van de spoorlijnen. Deze bijkomende gewestelijke financiering zal een evenredigheid ten aanzien van de federale financiering moeten naleven. Deze evenredigheid zal door een verplicht samenwerkingsakkoord tussen de federale overheid en het (de) betrokken Gewest(en) moeten worden vastgelegd. Datsamenwerkingsakkoord zal dus de voorwaarde vormen voor de bijkomende gewestelijke financiering.– Binnen de NMBS zal een structuur worden opgericht waarin de drie Gewesten en de federale overheid vertegenwoordigd zijn en die het geheel van de uitbating van het Gewestelijk Expresnet (GEN) zal beheren. 69. Représentants des Régions dans les CA des entités du groupe SNCB- Après que le fédéral ait adopté un plan d’investissement pluriannuel doté de financements suffisants et respectant la clé 60/40, les Régions pourront apporter un financement additionnel pour l’aménagement, l’adaptation ou la modernisation des lignes de chemin de fer. Ce financement additionnel des Régions devra respecter une proportionnalité par rapport au financement fédéral. Cetteproportionnalité sera fixée par un accord de coopération obligatoire entre le fédéral et la ou les Régions concernées ; lequel conditionnera donc le financement additionnel régional.– Au sein de la SNCB sera créée une structure dans laquelle les trois Régions et le fédéral seront représentés pour gérer ensemble l’exploitation du Réseau Express Régional (RER) de la SNCB.
F. INTERREGIONALE MOBILITEIT F. MOBILITE INTERREGIONALE
70. Intergewestelijke mobiliteit rond Brussel: binnen de door de bijzondere wet opgerichte hoofdstedelijke gemeenschap zullen de drie Gewesten met elkaar overleggen overde mobiliteit, de verkeersveiligheid en dewegenwerken vanuit, naar en rond Brussel. Over het sluiten of onbruikbaar maken van de op- en afritten van de ring zal er voorafgaand overlegd worden. 70. Mobilité interrégionale autour de Bruxelles : Au sein de la communauté métropolitaine créée par la loi spéciale se tiendra la concertation entre les trois Régions relative à la mobilité, à la sécurité routière et les travaux routiers, de, vers et autour de Bruxelles. Le fait de fermer ou de rendreinutilisables les accès et sorties du ring fera l’objet d’une concertation préalable.

Wat is er beslist?

  1. Het verkeersreglement en de wegcode blijven federaal behoudens de snelheidsbeperkingen op regionale wegen (maar niet op de autosnelwegen) [vooral art. 11 van de wegcode], de regelgeving inzake de plaatsing van verkeerstekens [art. 13-16 van de verkeerswet], de beveiliging van de lading en de toegelaten massa’s en de regelgeving m.b.t. zwaar en uitzonderlijk vervoer (wat met nucleair vervoer?) [art. 45-48 van de wegcode]. Al bij al blijft zo’n 90% van de verkeerswet en van de wegcode federaal. Bovendien heeft de federale overheid het laatste woord inzake wijzigingen aan het verkeersreglement, al is het niet duidelijk of dit ook geldt voor de geregionaliseerde regels. Op secundaire wegen die gewestoverschrijdend zijn, moet er bovendien eenzelfde regeling gelden (d.m.v. een samenwerkingsakkoord). Toch is het meer dan gewettigd om zich af te vragen waartoe deze absurde regionaliseringen dienen. Verkeer heeft te maken met veiligheid en is dus bij uitstek een federale kerntaak. Wel is dit akkoord een vooruitgang tegenover de voorgestelde volledige regionalisering van het verkeersreglement, de wegcode én de handhaving ervan.
  2. Wat de verkeersveiligheid betreft, trekken de gewesten het beleid duidelijk naar zich toe, behalve op de autosnelwegen. De bevoegdheden van het BIVV worden geregionaliseerd, hoewel dat instituut zijn bekendheid ontleent aan nationale sensibilisatiecampagnes op autosnelwegen, iets wat de federale overheid nog steeds mag doen. De regionalisering van de veiligheidsnormering van de wegen is een gevolg van de regionalisering van de wegeninfrastructuur in 1988.
  3. Wat de voertuigen en de verkrijging van een rijbewijs betreft, wordt de situatie zeer complex. Vandaag is de situatie als volgt: de federale staat is bevoegd voor de rij-opleiding, de rijscholen en de uitreiking van het rijbewijs (die voortvloeit uit de twee vorigen). Ze normeert de voertuigen en voert de controle op die normen logischerwijs uit. Ze is bevoegd voor de technische normering van de voertuigen en voert die controles uit. Tenslotte is ze bevoegd voor de productnormen en de homologatie van instrumenten die met federale en gewestelijke bevoegdheden verbonden zijn en voor de homologatie van beiden. Tenslotte is ze bevoegd inschrijving van de voertuigen. Van die 13 federale bevoegdheden gaan er – geheel willekeurig – vijf naar de gewesten (cf. infra, R = wordt geregionaliseerd; F = blijft federaal).

 

Rij-opleiding R
Rij-scholen R
Rijbewijs F
Normering voertuigen F
Controle normering voertuigen R
Technische voorschriften voertuigen ? (F)
Controle technische voorschriften R
Productnormen federale verkeersinstrumenten F
Productnormen gewestelijke verkeersinstrumenten F
Homologatie gewestelijke verkeersinstrumenten R
Homologatie federale verkeersinstrumenten F
Inschrijving voertuigen F
  1. Wat de binnenscheepvaart (de waterwegen zijn in 1988 geregionaliseerd) betreft, wordt er – onder het mom van eenzijdige homogenisering – nog meer gesplitst.
  2. In de NMBS-groep zullen vertegenwoordigers van de gewesten zetelen (de NMBS is wellicht nog niet complex genoeg). Hoeveel en welke impact dat zal hebben, is niet duidelijk. Niet ongevaarlijk: de “Octopusnota” voorziet gewestelijke vertegenwoordigers als een tussenstap naar de volledige splitsing. Hetzelfde geldt voor de (weliswaar zeer restrictieve) gewestelijke additionele financiering van de spoorwegen.
  3. Positief is wel dat de “Brusselse metropolitane gemeenschap” (= Brabant) inzake mobiliteit, verkeersveiligheid en openbare werken een inhoud krijgt. Negatief is dat de federale overheid daar niet bij betrokken wordt, hoewel ze er van rechtswege in zetelt én inzake twee van de drie domeinen over belangrijke bevoegdheden beschikt.

Besluit:

–  Hoewel het ook hier “erger kon” is de schade inzake verkeer al bij al beperkt. De federale overheid blijft alleszins, ook als dit akkoord volledig wordt uitgevoerd, bevoegd voor de luchthaven van Zaventem, de NMBS en de spoorwegen, het verkeersreglement en de wegcode (op enkele uitzonderingen na) en belangrijke voorschriften inzake voertuigen en verkeersinstrumenten, naast wat residuaire bevoegdheden inzake verkeersveiligheid.

–  Nochtans had een echt verantwoordelijke overheid de zaken heel anders aangepakt, met name door heel het verkeers-, wegen-, waterwegen-, haven- en luchthavenbeleid opnieuw naar zich toe te trekken en een nationale maatschappij voor openbaar vervoer op te richten.

5. BINNENLANDSE ZAKEN 5. AFFAIRES INTERIEURES  
71. Federaal crisiscentrum: gewesten betrekken72. Rampenfonds: regionalisering73. Grootstedenbeleid: De federale overheid houdt op middelen in te zetten die tot de bevoegdheden van de gewesten of de gemeenschappen behoren74. Provinciale instellingen: De nodige grondwetsartikelen zullen worden gewijzigd teneinde de volledige uitoefening van de autonomie van de Gewesten ten aanzien van de provincies te garanderen, zonder afbreuk te doen aan de huidige specifieke bepalingen van de pacificatiewet enaan die van de functie van de gouverneurs. 71. Centre de crise federal: associer les regions72. Fonds de Calamités: régionalisation73. Politique de Grandes Villes: L’autorité fédérale cessera de consacrer des moyens à des projets relevant descompétences des Communautés ou des Régions.74. Les articles de la Constitution nécessairesseront modifiés afin d’assurer l’exercice complet des Régions à l’égard des provinces, sans préjudice des dispositions spécifiques visées actuellement par la loi de pacification communautaire et relatives à lafonction des gouverneurs.
6. BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING B. COMMERCE EXTERIEUR ET LA COOPERATION AU DEVELOPPEMENT
75. Belgisch Agentschap voor Buitenlandse Handel: de rol van de gewesten versterken76. Belgische Maatschappij voor Internationale Investeringen (BMI): rol van de gewesten versterken; de overheidsdelegatie moet voor het merendeel uit vertegenwoordigers van de gewesten bestaan77. Finexpo: idem78. Nationale Delcrederedienst: idem 75. Agence Belge pour le Commerce Exterieur: renforcer le rôle des régions76. Société Belge d’investissement international (SBI): renforcer le rôle des regions. La délégation des pouvoirs publics doit se composer majoritairement de représentantsdes Régions.77. Finexpo: idem78. Office National du Ducroire: idem 

Wat is er beslist?

De ministeries van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (eigenlijk al geregionaliseerd in 2001) en dat van Binnenlandse Zaken wilden De Wever en – in mindere mate – Vande Lanotte tot een lege doos herleiden. Daarvoor stuurde men aan op een regionalisering van volgende materies of instellingen:

    • Ontwikkelingssamenwerking
    • De Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel
    • Finexpo
    • De Belgische Maatschappij voor Internationale Investeringen (BMI)
    • De provinciale instellingen, m.i.v. de hertekening der provinciegrenzen
    • Het Rampenfonds
    • Het Grootstedenbeleid
    • Het binnenlands Veiligheids- en Preventiebeleid
    • De Brandweer
    • De Civiele Bescherming
    • Voorts dienden de gewesten betrokken te worden bij de afbakening van politiezones
    • Idem voor de afbakening van zones voor dringende medische hulpverlening
    • De gewesten zouden ook betrokken worden bij de organisatie en de werking van het federaal crisiscentrum
    • De rol van de gewesten en de gemeenschappen in de Nationale Delcrederedienst diende vergroot te worden

Van deze 14 splitsingen, zijn er 9 verdwenen en zijn er drie maatregelen afgezwakt. Eén ervan is integraal gebleven: de (ongemotiveerde) regionalisering van het Rampenfonds. Volledig weg zijn de splitsingen van de brandweer, van de civiele bescherming, van het veiligheids- en preventiebeleid, van ontwikkelingssamenwerking en de gewestelijke inbreng bij de afbakening van de politiezones en de zones voor dringende medische hulpverlening. In de Belgische Dienst voor Buitenlandse Handel wordt de rol van de deelstaten vergroot. Finexpo, de BMI blijven bestaan, al zouden de gewesten een meerderheidsaandeel in de overheidsdelegatie verkrijgen (hetgeen uiteraard negatief is). Inzake het grootstedenbeleid zou de federale overheid “enkel” stoppen met middelen in te zetten die behoren tot de gemeenschaps- en gewestbevoegdheden. Eén keer wordt verder gegaan dan de nota-Bart De Wever (wellicht een toegeving in deze koehandel): de gewesten zouden een meerderheidsaandeel verwerven in de Nationale Delcrederedienst. De gewesten worden nu “gewoon” ‘betrokken’ bij het federale crisiscentrum. Inzake de provinciale instellingen worden het aantal leden van de Bestendige Deputatie en van de Raden nu al door de gewesten bepaald. De gouverneurs kan men, gelet op hun functie als commisarissen, van het centraal gezag niet afschaffen. Nochtans is het niet mogelijk om de provincies af te schaffen: de grondwetsartikels daaromtrent zijn niet eens ter herziening vatbaar verklaard (niet dat de Constituante zich daarvan iets schijnt aan te trekken). Sterker nog: er zijn niet eens grondwetsartikels veranderd om de huidige maatregelen inzake de provincies in dit akkoord door te voeren.

Besluit:

Inzake deze twee bevoegdheidsdomeinen is de schade aanzienlijk dan wat er aanvankelijk op tafel lag, maar dat maakt het uiteraard nog geen goed akkoord.

RESIDUAIRE FEDERALE BEVOEGDHEDEN COMPETENCES FEDERALES RESIDUAIRES
A. WETENSCHAPSBELEID A. POLITIQUE SCIENTIFIQUE
80. Interuniversitaire attractiepolen: Naar de Gemeenschappen na afloop van fase VII van de IAP. Teneinde de overgang vlot te laten verlopen zal de overheveling gepaard gaan met een samenwerkingsakkoord tussen de Gemeenschappen.81. Technologische attractiepolen: naar de Gewesten 80. Aux Communautés à l’issue de la phase VII des PAI . Afin de faciliter la transition, le transfert ira de pair avec un accord de coopération entre les Communautés.81. Pôles d’attraction technologiques: aux Régions

Wat is er beslist?

– De interuniversitaire attractiepolen en de technologische attractiepolen worden gedefederaliseerd. De IUAP zijn het enige federale project dat nationaal wetenschappelijk onderzoek van hoog niveau stimuleert, waar Belgische en buitenlandse vorsers in betrokken zijn (totaal: 5000 medewerkers). De defederalisering komt er ondanks verzet van de hele wetenschappelijke wereld. Deze splitsing is een zoveelste bewijs van het feit dat de motieven van de onderhandelaars louter ingegeven zijn door taalnationalisme. De overheveling moet evenwel gepaard gaan met een samenwerkingsakkoord. Wederom: splitsen om daarna samen te werken.

– De technologische attractiepolen zijn samenwerkingsverbanden tussen universiteiten en gespecialiseerde sectorale centra binnen het kader van het federale wetenschapsbeleid. Niemand heeft ooit een reden gegeven waarom dit programma gesplitst moest worden, zelfs geen schijnreden…

B. ENERGIE EN LEEFMILIEU  B. ENERGIE ET ENVIRONNEMENT 
82. Distributietarieven: gas naar de gewesten. Idem elektriciteit, behoudens de tarieven van de netwerken die een transportfunctie hebben, zelfs indien ze een nominale spanning gelijk aan of lager dan 70.000 volt hebben, en onverminderd alle andere bevoegdheden die de federaleoverheid momenteel uitoefent:1)      de prospectieve studies inzake energie; 2)      de nucleaire brandstofcyclus; 3)      de energieproductie, met inbegrip van de offshore; 4)      de grote infrastructuren voor de aanvoer en opslag van energie;5)      het energietransport; 6)      het beleid inzake de uiteindelijke energieprijs voor de gebruiker, (inclusief het socialeprijzenbeleid); 7)      de energie-efficiëntie van de federale gebouwen.

83. Fonds ter Reductie van de globale energiekost: naar de gewesten

84. Handhaving regelgeving doorvoer afvalstoffen: naar de Gewesten (met een samenwerkingsakkoord om de coördinatie tussen de federale overheid en de Gewesten te verzekeren, aangezien dat ook de douane en de politie aangaat).

De overdracht heeft geen betrekking op nucleaire afvalstoffen.

85. De Gewesten en het federale niveau verbinden er zich via een samenwerkingsakkoord toe om de samenwerking rond het nucleaire exportbeleid te vergemakkelijken. Het

samenwerkingsakkoord zal voortbouwen op de huidige geldende wettelijke en institutionele bepalingen en zich richten op informatie-uitwisseling, expertiseuitwisseling

en het doeltreffend maken van de voorziene procedures.

86. De werking van de Nationale Klimaatcommissie wordt geoptimaliseerd en haar rol wordt versterkt. De nadere uitvoeringsregels van die hervormingen zullen het voorwerp uitmaken van technische besprekingen.

Er zal een klimaatresponsabiliseringsmechanisme

worden ingesteld.

87. Substitutierecht ten voordele van de federale staat in het kader van internationale klimaatverplichtingen:

Er wordt een substitutierecht ten voordele van de federale staat ingevoerd voor het geval waarin een Gewest of een

Gemeenschap de internationale verplichtingen die uit het Kaderverdrag van de Verenigde Naties over de klimaatverandering of uit één van zijn protocollen voortvloeien niet zou naleven, zoals bepaald in het bijzondere wetsvoorstel van 3 maart 2008 (doc Senaat, nr. 4-602/1).

82. Tarifs de distribution: le gaz aux régions. Idem pour l’électricité, excepté les tarifs des réseaux qui remplissent une fonction de transport, même s’ils ont une tension nominale égale ou inférieure à 70.000 volts. Toutes les autres compétences actuellement gérées par le fédéral restent de compétence fédérale. Cela vise:1) les études prospectivesen énergie2) le cycle du combustible nucléaire ; 3) la production de l’énergie, y compris off-shore ; 4) les grandes infrastructures d’approvisionnement et destockage en énergie ; 5) le transport d’énergie ; 6) la politique des prix finals de l’énergie pour le consommateur (en ce compris la politique sociale des prix)

7) l’efficacité énergétique des bâtiments fédéraux.

83. Fonds de réduction du coût global de l’énergie: aux regions

84. Respect des règles relatives au transit des déchets: aux Régions (avec un accord de cooperation pour garantir la coordination entre le fédéral et les Régions, vu que cela concerne aussi les douanes et la police).

Le transfert ne porte pas sur les déchets nucléaires.

85. Les Régions et le niveau fédéral s’engagent dans un accord de coopération à faciliter la coopération pour ce qui est de la politique en matière d’exportation de matières nucléaires. L’accord de coopération se fondera sur les dispositions légales et institutionnelles en vigueur et sera axé sur les échanges d’information, le partage d’expertise et le moyen de rendre efficacies les procédures prévues.

86. Le fonctionnement de la Commission nationale Climat sera optimalisé et son rôle, renforcé. Les modalités de ces réformes feront l’objet de discussions techniques. Un mécanisme de responsabilisation climatique sera instauré.

87. Droit de substitution au profit du fédéral dans le

cadre des obligations internationales relatives au

climat:

Il est instauré un droit de substitution au profit de l’autorité fédérale pour le cas où une Région ou une Communauté ne respecterait pas les obligations internationales découlant de la Convention-Cadre des Nations unies sur les changements climatiques ou d’un de ses protocoles, comme prévu dans la proposition de loi spéciale du 3 mars 2008 (doc Sénat, n° 4-

602/1).

Wat is er beslist?

–  Inzake de distributietarieven van energie vindt er een gedeeltelijke verschuiving plaats van het federale naar het gewestelijke niveau voor wat gas en elektriciteit betreft, hoewel er op dat laatste punt uitzonderingen zijn. Nochtans zijn de gewesten bevoegd voor meer dan alleen maar gas en elektriciteit. Bovendien is de vraag hoe men een gedeeltelijke regionalisering van het distributietarief wil combineren met het uiteindelijke prerogatief van de federale staat om de prijs voor de verbruiker vast te stellen. Dat is volkomen onlogisch.

–    De regionalisering van het FRGE, dat in 2006 opgericht werd, is (alweer) een voorbeeld van politieke ruilhandel. De gewesten worden maar gedeeltelijk bevoegd voor de distributietarieven, dus moeten ze dit fonds er nog bij krijgen.

–      De regionalisering van de handhaving van de doorvoer van de afvalstoffen (vandaag al een gewestbevoegdheid) en het sluiten van een samenwerkingsakkoord ter vergemakkelijking van het nucleaire exportbeleid, zijn gemorrel in de marge.

–    Ondanks alles is dit luik niet volkomen negatief: het federale klimaatbeleid wordt versterkt en het internationaal substitutierecht van de federale staat – i.c. een uitvoerings- en wetgevingsbevoegdheid voor deelstatelijke materies –  tov. de gewesten en de gemeenschappen wordt uitgebreid. Vandaag bestaat er al zo’n substitutierecht, maar dan enkel in het geval dat België (lees: een gewest) veroordeeld wordt door een internationaal hof. Nu wordt dit uitgebreid tot de internationale verplichtingen, voortvloeiend uit het kaderverdrag van de Verenigde Naties.

 

C. LANDBOUW C. AGRICULTURE
88. Belgisch Interventie- en Restitutiebureau (BIRB): naar de Gewesten89. Landbouwrampenfonds: naar de Gewesten 88. Bureau belge d’intervention et derestitution: aux Régions89. Fonds des calamités agricoles: aux Région

Wat is er beslist?

–    Landbouw werd in 2001 bijna volledig geregionaliseerd. Een aantal aspecten (Voedselketen, dierenwelzijn, BIRB, inkomensvervangende maatregele bij uittreding oudere landbouwers…). Door deze twee maatregelen wordt het federale departement nog verder uitgehold.

 

D. ECONOMIE EN INDUSTRIE D. ECONOMIE EN INDUSTRIE
90. Vergunningsbeleid inzake handelsvestigingen/Nationaal Sociaal-Economisch Comité voor de Distributie: Naar de Gewesten, Bij de overdracht zal in een verplicht overleg voorzien worden, volgens nog te bepalen modaliteiten, voor projecten in zones die aan een ander Gewest grenzen én door hun omvang en aantrekkingskracht een impact kunnen hebben op een of meerdere andere Gewesten. 90. Autorisations en matière d’implantations commerciales/ Comité socioéconomique national pour la distribution: aux Régions, Lors du transfert, une concertation obligatoire, selon des modalités à déterminer, sera prévue pour les projets situés dans des zones limitrophes d’une autre Région et qui, par leur taille ou leur attractivité, peuvent avoir un impact sur une ou plusieurs autres Régions.
91. Participatiefonds: naar de Gewesten,  alle activiteiten worden stopgezet, maar er blijft een lichte structuur over waarmee de Gewesten het verleden beheren (lopende kredieten en leningen) 91. Fonds de Participation: aux Régions. Cessation de toutes les activités mais maintien d’une structure légère associant les Régions pour gérer le passé (crédits et emprunts en cours)
92. Toegang tot het beroep – vestigingsvoorwaarden: Overheveling naar de Gewesten, met een lijst van de beroepen waarvoor de toegang federaal blijft. 92. Accès à la profession – conditions d’établissement: transfert aux Régions; avec liste des professions dont l’accès reste federal.
93. Erkenning toeristische centra: Bindend advies van het betrokken Gewest voorafgaand aan de federale erkenning als toeristisch centrum. 93. Agrément des centres touristiques: Avis conforme de la Région concernée préalable à la reconnaissance fédéralecomme centre touristique.
94. Prijzencontrole: de deelstaten zullen bevoegd zijn om de prijzen te controleren in materies die onderhun bevoegdheid vallen:1)       Het afvalbeleid2)        Het waterbeleid3)        de openbare gasdistributie en de distributie en het lokale vervoer van elektriciteit via netwerken met een nominale spanning gelijk aan of kleiner dan 70.000 volt en die geen transportfunctie vervullen,4)       de taxidiensten en diensten voor het verhuur van auto’s met bestuurder,5)       de huur van goederen bestemd voor verblijf, pacht en handel6)       de hotelaspecten van de rusthuizen en7)       de teledistributie.

De transversale maatregelen zoals de

prijsblokkering zullen federaal blijven.

94. Contrôle des prix: Les entités fédérées seront compétentes pour contrôler les prix dans les matières quirelèvent de leurs competences:1)       La politique des déchets2)        la politique de l’eau3)        la distribution publique de gaz et la distribution et le transport local d’électricité au moyen de réseaux dont la tension nominale est égale ou inférieure à 70.000 volts et qui ne remplissent pas une fonction de transport4)       les services de taxi et les services de location de voitures avec chauffeur5)       la location de biens destinés à l’habitation, le bailcommercial, et le bail à ferme6) les aspects hôteliers de la gestion des maisons de repos

7) la télédistribution.

Les mesures transversales comme le blocage

des prix resteront fédérales.

Wat is er beslist?

–     Inzake het industrieel en economisch beleid trekken de gewesten nog meer bevoegdheden naar zich toe. Het voorafgaand advies voor de erkenning van een toeristisch centrum is nog anekdotisch, maar de vestigingswet en de toegang tot het beroep zijn dat allerminst. Wat als het Vlaams gewest beslist de toegang tot het beroep te liberaliseren en het Waals gewest niet? Iemand zal dan in het Vlaams gewest zonder voorwaarden een beroep kunnen uitoefenen, maar in het Waalse niet. Wat is de zin van verschillende vestigingswetten? Hoe zal dit de burger ten goede komen?

–    Het participatiefonds is een federale instelling die o.a. kredieten verleent aan zelfstandigen, beoefenaars van vrije beroepen en kleine ondernemingen. Vraag is, wat het doel is van een splitsing van deze instelling, behoudens de uitholling van de Belgische staat.

–      Tot op heden was enkel de federale overheid bevoegd voor de prijzencontrole. Ten einde de ongelijkheid tussen de Belgen nog meer aan te wakkkeren, wordt de prijscontrole voor zeven regionale materies gesplitst.

 

E. WONEN, HUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING E. HABITATION, LOGEMENT ET AMENAGEMENT DU TERRITOIRE
95. De woninghuurwet96. De handelshuur

97. De pachtwet

98. De onteigeningsprocedure, behalve voor de onteigeningen die door de federale overheid of de rechtspersonen die van haar afhangen gebeuren, en die aan de federale procedure onderworpen blijven.

99. De aankoopcomités

95. baux d’habitation96. baux commerciaux

97. bail à ferme

98. transfert aux Régions de la procedure d’expropriation, sauf pour les expropriations faites par l’autorité fédérale ou les personnes morales qui dépendent de celle-ci, qui resteront soumises à la procédure fédérale

99. Les comités d’acquisition

Wat is er beslist?

–   Een andere “vette vis” die de onderhandelaars binnengehaald hebben is de splitsing van de huurwet en de onteigeningsprocedure. Nochtans heeft niemand in de vastgoedsector ooit om zulke regionalisering gevraagd. De wetten inzake ruimtelijke ordening zijn al versnipperd tussen drie gewesten, deze absurde splitsing zal de onoverzichtelijkheid van het geheel nog doen toenemen.

–    In België zijn er vandaag 14 aankoopcomités die onroerende goederen, die de overheid niet meer nodig heeft, verkoopt. Hoe gaat men zulke splitsing in de praktijk omzetten? Wat als de federale staat bepaalde onroerende goederen niet meer nodig heeft?

–     Nochtans kon het in dit domein nog erger: de nota-Bart De Wever/Vande Lanotte voorzagen in een defederalisering van resp. het hele vastgoedrecht en al het voorgaande, m.i.v. het kadaster.

 

F. TELECOMMUNICATIE F. TELECOMMUNICATIONS
100. De omroepbevoegdheid van de Gemeenschappen wordt aangepast aan de ingrijpende technische evoluties en de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof, met behoud van een federaal regelgevend kader inzake elektronische communicatie: regulering van de telecommunicatiemarkten, beheer van en controle op het gebruik van het spectrum, bescherming van de consument, domeinnamen, nummering, universele dienstverlening en privacy. Eventueel via een gedetailleerd samenwerkingsakkoord. Een deskundigenwerkgroep zal deze hervorming voorbereiden. 100. La compétence en matière de radio- et télédiffusion des Communautés sera adaptée aux évolutions fondamentales de la technologie et à la jurisprudence de la Cour constitutionnelle, avec maintien d’un cadre réglementaire fédéral pour les communications électroniques: régulation des marchés des télécommunications, gestion et contrôle de l’utilisation du spectre, protection du consommateur, noms de domaine,numérotation, service universel et respect de la vie privée. Éventuellement via un accord de coopération détaillé. Cette réforme sera préparée par un groupe de travail composé d’experts.

Wat is er beslist?

–   Sedert 1980 zijn de gemeenschappen bevoegd voor de radio-omroep en de televisie. In 2005 verruimde het Grondwettelijk Hof het begrip “omroep” en stelde het dat de gemeenschappen bevoegd zijn voor «  de via die infrastructuur aangeboden radio-omroepdiensten, die ook de televisie omvatten, met inbegrip van de diensten die openbare informatiegegevens verstrekken die vanuit het oogpunt van degene die uitzendt, voor het publiek in het algemeen of voor een deel ervan bestemd zijn en geen vertrouwelijk karakter hebben, zelfs wanneer ze op individueel verzoek worden uitgezonden en ongeacht de techniek die voor het uitzenden ervan wordt gebruikt.» (Grw.H., nr. 128/2005, 13 juli 2005, B.7.2.). De Nota-De Wever stelde: “De omroepbevoegdheid van de Gemeenschappen wordt aangepast aan de ingrijpende technische evoluties en de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof, met behoud van een federaal regelgevend kader voor tarieven, universele dienstverlening en privacy”. Anders gezegd: de gemeenschappen zouden bevoegd worden voor het internet – tot de domeinnamen toe – op enkele uitzonderingen na. In dit akoord is dat beslist niet het geval: de federale overheid behoudt zeer belangrijke bevoegdheden inzake electronische communicatie. Vraag is: voor hoelang?

 

G. ASIEL EN MIGRATIE G. ASILE ET MIGRATION
101. De Gemeenschappen worden bevoegd voor het uitreiken van een studiekaart. De federale overheid behoudt de bevoegdheid voor de toekenning van het verblijfsrecht. 101. Les Communautés deviendront compétentes pour la délivrance d’une carte d’études. L’autorité fédérale restera compétente pour l’octroi du droit de séjour.
102. Federaal Impulsfonds Migrantenbeleid: Opheffen, middelen naar de Gemeenschappen overhevelen [De kwestie van de huidige financiering van de FIM-projecten door de Nationale Loterij zal worden bestudeerd]. De federale overheid houdt op middelen in te zetten voor projecten die tot de bevoegdheden van de Gemeenschappen of de Gewesten behoren.103. Europees Integratiefonds: Opheffen, middelen naar deGemeenschappen overhevelen. De federale overheid houdt op middelen in te zetten voor projecten die tot de bevoegdheden van de Gemeenschappen of de Gewesten behoren. 102. Fonds d’Impulsion fédéral à la politique des immigrés: Supprimer, transférer les moyens aux Communautés [La question du financement actuel par la Loterie Nationale des projets FIPI sera examinée] L’autorité fédérale cessera de consacrer des moyens à des projets relevant des compétences des Communautés ou des Régions.103. Fonds européen d’Intégration: Supprimer, transférer les moyens aux Communautés. L’autorité fédérale cessera de consacrer des moyens à des projets relevant descompétences des Communautés ou des Régions.

Wat is er beslist?

–     De gemeenschappen worden bevoegd voor het uitreiken van studiekaarten, voor het federaal impulsfonds migrantenbeleid en voor het (nu al deels gecommunautariseerde) Europees integratiefonds.

–    Deze maatregelen zijn volstrekt absurd, gelet op het feit dat de onderhandelaars zelf beslisten nog maar één federale ministerie voor migratie over te houden, gelet op de … te grote versnippering.

 

H. FEDERALE INSTELLINGEN  
104. Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS): Interfederaliseren. Samenwerkingsakkoord tussen de federale staat en de deelstaten om de nadere regels van deze interfederalisering te definiëren.105. Instituut Nationale Rekeningen (INR): De deelstaten integreren. Samenwerkingsakkoordtussen de federalestaat en de deelstaten om de nadere regels van deze integratie te definiëren.

106. Kruisbankpunt van Ondernemingen (KBO): Vertegenwoordiging van de Gewesten.

107. Interfederalisering van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding (CGKR): Voortzetting van de onderhandelingen met de deelstaten met het oog op de omvorming van het CGKR tot een interfederaal centrum.

104. Institut National de Statistique: Interfédéraliser. Accord de coopérationentre le fédéral et les entités fédérées pour definer les modalités de cette interfédéralisation.105. Institut des Comptes Nationaux (ICN): Intégrer les entités fédérées. Accord de coopération entre le fédéral et les entités fédérées pour définir les modalités de cette integration.

106. Banque Carrefour des Entreprises (BCE): Représentation des Régions.

Wat is er beslist?

–   De maatregel inzake het CGKR is bladvulling. Dat er in het KBO een vertegenwoordiging komt van de gewesten is uiteraard nefast, maar “logisch” gelet op de defederalisering van de bevoegdheidsuitbreiding van de gewesten inzake de vestigingswet.

–   Het NIS is een federale instelling: wat is de reden van deze “interfederalisering”? Wat houdt die in? We hebben er het raden naar. Waarom de deelstaten “geïntegreerd” moeten worden in het INR is eveneens onduidelijk (deze maatregel stond zelfs niet in de nota-De Wever).

–     Waarom worden enkel federale instellingen geïnterfederaliseerd? De vraag stellen, is ze beantwoorden.

 

I. VARIA  
108. Plantentuin van Meise: Overdracht, cfr. het akkoord Peeters-Demotte109. Dierenwelzijn: naar de Gewesten

110. Filmkeuring: naar de Gewesten, mits een aangepaste oplossing voor Brussel

111. Deontologische Orden: De splitsing van de orden zal gebeuren na overleg met de betrokken beroepsorden. Erzal in bijzondere regels worden voorzien voor de inwoners van de zes randgemeenten, op basis van heteensluidende advies van de betrokken orden. De splitsing van de orden moet gepaard gaan met een koepelstructuur per orde die met de deontologie belast is (minstens voor de medische beroepen).

112. Openbaar Ambt: Door aanpassing van de bijzondere wet op de hervorming der instellingen krijgen de deelstaten de bevoegdheid over het administratief en geldelijk statuut van hun ambtenarenkorps. De overheden zullen gezamenlijk samenwerkingsakkoorden sluiten over kwesties van globaal belang en zullen dit, verplicht, in het bijzonder doen voor wat betreft de maxima van de weddes, omwille van de impact op de pensioenen. De mobiliteit tussen de verschillende entiteiten zal mogelijk blijven.

108. Jardin Botanique de Meise: transfert, cf. accord Peeters-Demotte109. Le bien-être des animaux: aux Régions

110. Le contrôle des films: Aux Communautés moyennant une solution adaptée pour Bruxelles

111. Les orders déontologiques: La scission des ordres se fera après concertation avec les ordres professionnelsconcernés. Des modalités particulières seront prévues pour les habitants établis dans les six communes périphériques, sur avis conforme des ordres concernés. La scission des orders doit aller de pair avec une structure faîtière par ordre chargée de la déontologie (au moins pour les professions médicales).

112. Fonction Publique: Une adaptation de la loi spéciale de réformes institutionnelles conférera aux entités fédérées la compétence relative au statut administratif et pécuniaire de leur function publique. Les niveaux de pouvoirs passerontensemble des accords de coopération sur des questions d’intérêt global et le feront en particulier, obligatoirement, pour ce qui concerne les maxima des traitements, en

raison de leur impact sur les pensions. La mobilité entre les diverses entités restera possible.

Wat is er beslist?

–     Alsof de splitsingscatalogus nog niet lang genoeg was, behaagde het de onderhandelaars om – voor de tweede maal – de Plantentuin van Meise te defederaliseren. De immorele regionalisering van het dierenwelzijn komt er, na goede gewoonte, tegen het advies van alle organisaties op het terrein. De splitsing van de deontologische orden (weliswaar met behoud van een nationale koepel) en de (voorwaardelijke) communautarisering van de filmkeuring zijn zonder meer taalracistisch.

–    Dat de deelstaten bevoegd worden over hun ambtenarenapparaat zonder evenwel hun pensioen te moeten uitkeren, is een verdere verarming van de federale staat.

 

J. OVERDRACHT FISCALE BEVOEGDHEDEN J. DEPENSES FISCALES TRANSFEREES
113. Materies waarvoor de Gewesten in de toekomst de exclusieve bevoegdheid zullen hebben en waarvoor de uitgaven zullen worden overgeheveld:• belastingsverminderingen of -kredieten voor de eigen woning;• belastingsverminderingen en -kredieten voor de uitgaven voor de beveiliging tegen diefstal of brand van een woning;• belastingsverminderingen of -kredieten met betrekking tot de uitgaven voor het onderhoud en de restauratie van beschermde monumenten;• fiscale uitgaven dienstencheques, fiscale uitgaven energiebesparing;• belastingsvermindering – grootstedenbeleid (renovatie vanwoningen);• belastingvermindering – renovatie sociale huurwoningen. 113. Matières pour lesquelles les Régions auront à l’avenir la compétence exclusive et pour lesquelles les dépenses seront transférées:

  • réductions ou des crédits d’impôts afférents à la maison d’habitation
  • réduction et crédits d’impôt pour les dépenses de sécurisation contre le vol ou l’incendie d’une habitation ;
  • réductions ou crédits d’impôts relativement aux dépenses faites
  • pour l’entretien et la restauration de propriétés classées ;
  • dépenses fiscales titres services, dépenses fiscales économie d’énergie.
  • réduction d’impôt – Politique des grandes villes (renovation d’habitations)
  • réduction d’impôts – Rénovation habitations à loyer social

Wat is er beslist?

–   Minder bekend is dat van de 16,9 miljard euro overgehevelde middelen 11% niet rechtstreeks komt van bevoegdheden, maar wel van belastingsverminderingen of –uitgaven. Daarover ontstond al meteen heibel. Immers, van de ca. 2 miljard fiscale bevoegdheden gaan  er 333 miljoen over energiebesparing. De federale regering schroefde dit budget al terug tot 80 miljoen euro: het gat in de begroting van de federale regering zou anders te groot worden. Daarop dreigden Ecolo! en Groen! (1 december 2011) om de financieringswet niet mee goed te keuren., waarvoor we hen terloops feliciteren.

 

K. ANDERE INSTITUTIONELE MAATREGELEN K. AUTRES MESURES INSTITUTIONELLES
114. Toerisme: Naar de Gewesten, onverminderd het behoud van de bevoegdheden voor de Gemeenschappen inzake de promotie van Brussel op nationaal en internationaal niveau. De Gemeenschappen kunnen subsidies voor toeristische infrastructuur blijven toekennen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de andere betrokken deelstaten zullen ter zake samenwerkingsakkoorden sluiten. Er zal een specifieke oplossing worden gestemd voor de Duitstalige Gemeenschap om haar die bevoegdheid te laten behouden,ongeacht de regionalisering (artikel 139 van de Grondwet).115. Voor de financiering en subsidiëring van de gemeentelijke sportinfrastructuurzal het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de mogelijkheid hebben om op dezelfde manier als de Gemeenschappen op te treden.

116. De beroepsopleidingblijft een gemeenschapsbevoegdheid. Er wordt de wettelijke mogelijkheid voorzien voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest om programma’s voor beroepsopleidingen op te zetten in het kader van het werkgelegenheidsbeleid, waarbij rekening wordt gehouden met het specifieke karakter van Brussel.

117. Gezamenlijke decreten:De mogelijkheid invoeren om de samenwerkingsprocedures tussen de entiteiten te vereenvoudigen. Voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de GGC zullen deze decreten bij dubbele meerderheid “pre-Lombard” worden aangepast.

118. Volksraadpleging: Mogelijk voor de Gewesten, over aangelegenheden van Gewestelijk belang.

119. Rekenhof: De parlementen van de deelstaten zullen het Rekenhof, in voorkomend geval tegen betaling, opdrachten kunnen toevertrouwen. Artikel 180 van de grondwet zal worden geactualiseerd om met de nieuwe opdrachten van het Rekenhof rekening te houden.

120. Het samenwerkingsakkoord van 24.12.02 zal herzien worden, teneinde een Agentschap voor de Patrimoniale Informatie op te richten.

114. Tourisme: Aux Régions, sans préjudice du maintien des compétences pour les Communautés en ce qui concerne la promotion de Bruxelles au niveau national et international. Les Communautés pourront continuer à octroyer des subsides en matière d’infrastructures touristiques sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale. Des accords de coopération seront conclus entre la Région de Bruxelles-Capitale et les autres entités concernées en ces matières. Une solution spécifique sera adoptée pour la Communauté germanophone pour lui conserver cette compétence, nonobstant sa régionalisation (article 139 de la Constitution).115. La Région de Bruxelles-Capitale aura la possibilité d’intervenir au même titre que les Communautés en ce qui concerne le financement et la subsidiation des infrastructures sportivescommunales

116. La formation professionnellereste une matière communautaire tout en prévoyant la possibilité légale pour la Région de Bruxelles-Capitale de mettre sur pied des programmes de formation professionnelle dans le cadre desa politique d’emploi en tenant compte du caractère spécifique de Bruxelles.

117. Décrets conjoints:Introduction de la possibilité pour simplifier les procédures de coopération entre entités. Pour la Région Bruxelles-Capitale et la Cocom, ces décrets seront adaptés à la double majorité « pré-Lombard ».

118. Consultation populaire:Possible pour les Régions, sur des matières d’intérêt regional.

119. Cour des Comptes: Les Parlements des entités fédérées pourront confier des missions à la Cour des comptes, le cas échéant, moyennant rémunérations. L’article 180 de la Constitution sera actualize pour tenir compte des nouvelles missions de la Cour.

120. L’accord de coopération du 24/10/2002 sera revu afin de permettre la mise en place de l’Agence d’information patrimoniale

Wat is er beslist?

–     Inzake toerisme, sport en beroepsopleiding worden de bevoegdheden van de gemeenschap naar het gewest verschoven en worden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest beiden bevoegd (Vlaamse gemeenschap, Franse gemeenschap en Brussels gewest). Het Belgisch federalisme was allicht nog niet complex genoeg.

–    Inzake het Rekenhof willen de onderhandelaars art. 180 van de Grondwet herzien, hoewel desbetreffend artikel niet ter herziening vatbaar verklaard is.

–    De maatregel inzake de volksraadpleging is uiteraard positief. Natuurlijk wordt die niet op federaal niveau ingevoerd: de burger zou zich wel eens tegen de staatshervorming(en) kunnen keren.