info@unionbelge.be - info@belgischeunie.be

BELGISCHE FRIETKOTEN ZIJN IMMATERIEEL ERFGOED – LES FRITERIES BELGES SONT UN HERITAGE IMMATERIEL

BELGISCHE FRIETKOTEN ZIJN IMMATERIEEL ERFGOED – LES FRITERIES BELGES SONT UN HERITAGE IMMATERIEL

“VLAAMSE” REGERING VOERT VOORSTEL B.U.B. UIT
 
In februari 2005 riep de B.U.B. op om de Belgische frietkoten te beschermen als nationaal erfgoed (zie ons toenmalig persbericht). Dat werkte toen nogal wat hoongelach van bepaalde separatisten op. Het is daarom ironisch dat uitgerekend de “Vlaamse” regering de Belgische frietkoten op 11 februari 2014 als – weliswaar “Vlaams” – immaterieel cultureel erfgoed erkende. Op een week tijd is dit al een tweede punt van ons programma – het eerste was de uitwisseling van “native speakers” voor taalonderwijs (zie onze tekst) – dat door de particratie uitgevoerd wordt.

De cel “immaterieel erfgoed” van de “Vlaamse” overheid richtte een zeer geslaagde site op vol weetjes over de Belgische frietcultuur, met zowaar een mooie drietalige affiche getiteld “De Belgische Frietkot cultuur”. Op de site zijn woorden als “Vlaams”, “Vlamingen” en “Vlaanderen” volledig geband en heeft men het enkel over België en de Belgen. Een Belgisch ministerie van cultuur had het niet beter gedaan, tenzij dan dat de informatie niet in de drie landstalen aangeboden wordt. Eigenlijk is het een half mirakel dat uitgerekend de “Vlaamse” overheid de Belgische frietkotencultuur niet gerecupereerd heeft als “Vlaamse” frietkotencultuur. Het bewijst nogmaals wat een sterk merk België is.

Natuurlijk is het absurd dat maar één gemeenschap dit erfgoed erkent. Het zou de nationale regering moeten zijn die dit initiatief neemt. Hoewel cultuur sedert 1970 een gemeenschapsbevoegdheid is, voert de Belgische overheid trouwens vandaag nog altijd een cultuurbeleid, met name door het beheer van elf, vaak zeer prestigieuze, federale culturele instellingen. Op grond van die residuaire bevoegdheid kan dus ook perfect een nationaal beleid inzake immaterieel erfgoed gevoerd worden, temeer daar het hier om een materie gaat die door en door Belgisch is. Het zullen alvast niet de Belgische frituristen zijn die hiertegen zouden protesteren, want die zijn in één unitaire beroepsvereniging verzameld (www.navefri.be). En ziet u al een demonstratie van meer dan tien man tegen een nieuw Belgisch ministerie van cultuur?

Separatisten wijzen steevast de gedeelde gewoontes van de Belgen, zoals op culinair vlak, af als irrelevante argumenten. Gastronomie vormt nochtans een nationaal bindteken omdat ze deel uitmaakt van de collectieve herinneringen van alle Belgen.

Natuurlijk is het feit dat er nu eenmaal zoiets bestaat als een Belgische cultuur op zich strictu senso geen “argument” voor de eenheid van België. Het is wel een onweerlegbare vaststelling en, belangrijker, een verklaring waarom België nog steeds één land vormt, waarin minstens 85% van de bevolking zich Belg voelt en dit ondanks bijna een halve eeuw “staatshervormingen”, dagelijkse verbale aanvallen van subversieve en separatistische organisaties alsook onophoudelijke anti-Belgische media-propaganda. De frietkoten zijn ogenschijnlijk een detail, maar niet voor wie verder nadenkt.
 
LE GOUVERNEMENT “FLAMAND” EXECUTE UNE PROPOSITION DU B.U.B.
 
En février 2005, le B.U.B. lançait un appel à protéger les friteries belges comme patrimoine national (voir notre communiqué de presse de l’époque). Certains séparatistes s’en sont moqués. C’est pourquoi il est ironique que précisément le gouvernement “flamand” ait reconnu les friteries belges comme héritage immatériel ce 10 janvier 2014. En une semaine, il s’agit déjà d’un deuxième point de notre programme – après celui concernant l’échange de “native speakers” en matière d’enseignement (voir notre texte) – qui est mise en œuvre par la particratie.

La cellule de “l’héritage immatériel” du gouvernement “flamand” a créé un site internet très réussi, rempli de données intéressantes et doté d’une affiche trilingue, intitulée “La culture des friteries belge”. Sur le site, les mots “flamand”, “Flamands” et “Flandre” ont été bannis et on n’y parle que de la Belgique et des Belges. Un ministère belge de la culture ne l’aurait pas fait mieux, sauf le fait que l’information n’est pas offerte dans les trois langues nationales. Toutefois, il est déjà un petit miracle que  le gouvernement flamand n’ait pas récupéré la culture belge des friteries comme une culture « flamande » des friteries. Ceci prouve de nouveau que la marque Belgique est forte.

D’autre part, il est évidemment absurde qu’il n’y ait qu’une seule communauté qui reconnaît cet héritage. Le gouvernement national devrait prendre cette initiative. Bien que la culture soit une compétence des communautés depuis 1970, le gouvernement belge mène toujours une politique culturelle, notamment en gérant onze institutions culturelles fédérales, souvent très prestigieuses. En vertu de cette compétence résiduaire, il peut donc aussi mener une politique nationale en matière d’héritage immatériel, d’autant plus qu’il s’agit en l’occurrence d’une matière entièrement belge. Ce ne seront en tout cas pas les frituristes belges qui y seraient opposés vu qu’ils se sont rassemblés au sein d’une association professionnelle unitaire (www.navefri.be). Et voyez-vous vraiment une manifestation de plus de dix personnes contre un nouveau ministère belge de la culture?

Les séparatistes rejettent systématiquement les us et coutumes des Belges, comme sur le plan culinaire. Néanmoins, la gastronomie constitue un trait d’union national parce qu’elle fait partie de la mémoire collective de tous les Belges.

Bien sûr, l’existence d’une culture belge n’est pas en soi un “argument” pour l’unité de la Belgique. Toutefois, c’est un constat irréfutable et explique surtout la pérennité de la Belgique, un Etat dont au moins 85% de la population se sent belge malgré presqu’un demi siècle de “réformes” de l’Etat, d’attaques verbales quotidiennes d’organisations subversives et séparatistes ainsi qu’une propagande incessante et antibelge à travers les médias. Les friteries sont apparemment un détail, mais non pour ceux qui pensent plus loin.