LA FIN DU DERNIER BATEAU DU CONGO CONSTITUE UNE ATTAQUE SUR LE PATRIMOINE BELGE

Après des années de mauvaise gestion, la vie du dernier bateau du Congo belge s’est achevée ce 30 mai 2013. Une fois de plus, la particratie ne semble pas avoir le moindre respect pour notre patrimoine national belge.

A partir de la fin des années 1940, cinq navires avaient été construits pour rallier notre ancienne colonie Congo à la Belgique: l’Albertville, le Léopoldville, l’Elisabethville, le Baudouinville et le Charlesville. Ces bateaux ont tous été nommés d’après des princes belges, des régents ou leurs conjoints. Visiblement, il fallait bien que le prince Charles – qui fut régent de Belgique entre 1944 et 1950 dans des circonstances très difficiles – ainsi que le navire qui portait son nom soient effacés de la mémoire collective.

Le très luxueux Charlesville navigua dès 1951 vers le Congo. Il a continué à le faire même après l’indépendance congolaise et ce jusqu’en 1967. Dans les années 1960 et 1970, le navire – entretemps entre les mains de la RDA – fut utilisé pour les liaisons transatlantiques. Entre 1977 et 1991, il servit comme lieu d’exposition et de formation maritime. Après la réunification de l’Allemagne, il fut transféré à la ville de Rostock pour le sauver de la démolition. Il était voué à de nombreuses fonctions: auberge de jeunesse, hôtel, centre pour les chômeurs … Il semble que l’Allemagne était plus soucieuse de notre patrimoine que la Belgique…

Lorsque, vers 2005, le bateau commença à coûter cher en raison de travaux de réparation, rien ne fut entrepris par les nombreux gouvernements en Belgique pour le sauver de la destruction. C’est ainsi qu’il put être vendu en décembre 2012 à un chantier de ferraille en Lituanie. Le mois suivant, le nationaliste flamingant Geert Bourgeois (N-VA) – probablement sous la pression de la contestation grandissante en Belgique contre une possible démolition – informa les autorités allemandes du statut de monument du navire. Au sein du gouvernement illégal “flamand”, ce monsieur occupe le poste de «ministre» du tourisme. Joke Schauvliege (CD&V), une autre soi-disant «ministre», de la culture cette fois-ci, n’a pas bougé le petit doigt, même après que l’Etat allemand de Mecklenburg-Vorpommern en a interdit provisoirement la démolition et après que Rostock a voulu faire donation du navire à la Communauté “flamande” à condition que cette dernière garantisse qu’ils allaient protéger le navire (il n’y manquerait que cela !).

Cette offre était également adressée à l’Etat belge, mais apparemment, le «gouvernement fédéral» ne se sentait pas plus concerné que les autres par la préservation de notre patrimoine belge. Il est en effet trop occupée par la démolition de l’Etat par des réformes de l’Etat anticonstitutionnelles. La ville d’Anvers aurait elle aussi pu prendre soin du navire mais là le bourgmestre est le nationaliste “flamand” Bart De Wever qui a également levé le nez sur le rapatriement du navire colonial.

Le 31 mai 2013, le Charleville a coulé au large de la côte polonaise. Le navire était en route de Rostock vers la Lituanie, vendu pour le prix de la ferraille, afin d’y être mis au rebut. Le navire aurait pourtant dévié de l’itinéraire pour naviguer vers la ville polonaise de Gdansk (Dantzick) où il a coulé. La seule bonne nouvelle, c’est que cette fin du navire est plus honorable qu’une démolition.

Quoi qu’il en soit, le B.U.B. s’indigne de ce scandaleux délaissement du patrimoine belge par la particratie nationaliste qui ne se soucie aucunement de la Belgique. Le navire a été la propriété de la Compagnie Maritime Belge pendant plus de 15 ans, 23 ans de la RDA, puis de nouveau plus de 20 ans de l’Allemagne réunifiée, mais n’a même pas survécu un an à la mal gouvernance des nombreux gouvernements que compte notre pays. Si la gestion du patrimoine était restée nationale, plus d’argent aurait été disponible pour sauver le navire. Le fédéralisme est donc également une catastrophe pour notre patrimoine national.

Ce crime allongera le casier déjà bien rempli de la particratie anti-belge!

 

EINDE LAATSTE CONGOBOOT IS AANSLAG OP BELGISCH ERFGOED

Na jaren wanbeheer kwam er op 30 mei 2013 een einde aan de laatste Congoboot. Eens te meer blijkt de verenigde particratie niet het minste respect te hebben voor ons Belgisch nationaal erfgoed.

Vanaf eind jaren 1940 werden er vijf schepen gebouwd om België met onze toenmalige kolonie Congo te verbinden: de Albertville, Leopoldville, Elisabethville, Baudouinville en de Charlesville. Deze boten waren allen genoemd naar Belgische vorsten, regenten of hun echtgenoten. Blijkbaar moeten Prins Karel – in zeer moeilijke omstandigheden Regent van België tussen 1944 en 1950 – en het schip dat zijn naam draagt uit het collectieve geheugen gewist worden.

De zeer luxueuze Charlesville voer vanaf 1951 naar Congo. Het bleef dat doen, zelfs na de Congolese onafhankelijkheid en dit tot 1967 toe. In de jaren 1960 en 1970 werd het schip – inmiddels in handen van de DDR gekomen – ingezet voor transatlantische verbindingen. Tussen 1977 en 1991 deed het schip dienst als maritiem tentoonstellings- en opleidingsinstituut. Na de Duitse eenmaking werd het overgedragen aan de stad Rostock, om het voor de sloop te behoeden. Het zou nog meerdere functies vervullen: jeugdherberg, hotel, centrum voor werklozen… Het lijkt erop dat Duitsland méér begaan was met ons erfgoed dan België…

Toen het schip o.w.v. herstellingswerken vanaf ongeveer 2005 veel begon te kosten werd niets ondernomen door de vele overheden in België om het van de ondergang te redden. Zo kon het in december 2012 zomaar verkocht worden aan een sloperij in Litouwen. De volgende maand liet de Vlaams-nationale fanaticus Geert Bourgeois (N-VA) – ongetwijfeld onder druk van het groeiend protest in België tegen een mogelijke sloop – weten dat hij de Duitse overheid op de hoogte had gesteld dat het schip de status van een monument had. In de illegale “Vlaamse” regering bekleedt dit heerschap het ambt van “minister” van toerisme. Joke Schauvliege (CD&V), een andere zogezegde “minister”, van cultuur dit maal, stak helemaal geen vinger uit, ook niet nadat de Duitse deelstaat Mecklenburg-Vorpommern voorlopig de sloop verbood en nadat Rostock het schip aan de « Vlaamse » gemeenschap wou schenken, mits er een garantie kwam dat ze het schip zou beschermen (het zou er nog aan mankeren !).

Dat aanbod gold ook voor de Belgische staat maar blijkbaar is ook de “federale overheid” volkomen niet bekommerd om de bewaring van ons Belgisch erfgoed. Daarvoor is ze te druk bezig met het slopen van de staat door ongrondwettelijke staatshervormingen. Ook de stad Antwerpen mocht zorg dragen voor het schip, maar daar is de “Vlaams”-nationalist Bart De Wever burgemeester en die haalde ook zijn neus op voor de repatriëring van het koloniaal schip.

Op 31 mei 2013 zonk de Charlesville voor de Poolse kust. Het schip was op weg van Rostock naar Litouwen, verkocht voor de prijs van oud ijzer, om er te worden verschroot. Het zou echter van de vaarroute afgeweken zijn om koers te zetten naar het Poolse Gdansk (Dantzig), waar het gezonken is. Het enige goede nieuws is dat dit scheepseinde eerbaarder is dan een afbraak.

Hoe dan ook tilt de B.U.B. erg zwaar aan deze schandalige verkwanseling van het Belgische erfgoed door een taalnationalistische particratie die niets om België geeft. Het schip was meer dan 15 jaar eigendom van de Compagnie Maritime Belge, 23 jaar van de DDR en dan nog eens meer dan 20 jaar van het verenigde Duitsland, maar overleefde geen jaar het wanbeleid van de vele overheden die ons land “rijk” is. Als het beheer van het patrimonium nationaal was gebleven, was er meer geld beschikbaar geweest om het schip te redden. Het federalisme is dus ook een catastrofe voor ons nationaal patrimonium.

Deze misdaad wordt op het al goed gevulde strafblad van de anti-Belgische particratie geschreven !

Post Navigation