Men kan de opmars van de N-VA en van Bart De Wever betreuren. Maar meer betreurenswaardig is het dat geen enkele partij ten gronde de contradicties en onwaarheden die in zijn Vlaams-nationalistisch discours verscholen gaan, fundamenteel in vraag stelt. Daarmee dedouaneren ze een nationalisme, dat eigenlijk banaal – want inhoudsloos – is.

Er is geen verschil tussen N-VA en Vlaams Belang. Deze laatste partij heeft alle andere taalgesplitste partijen min of meer met zich meegesleurd; foto Blokwatch

De nationalisten, die het voortdurend – en dit gedurende jaren – hadden over de onwettigheid van de verkiezingen indien BHV niet gesplitst was, hebben er zelf niet alleen aan deelgenomen maar hebben ze ook op 6 juli 2010 in het Parlement goedgekeurd door het afleggen van de grondwettelijke eed.

En dat is slechts één contradictie. Wat te denken van het feit dat men nu hoort dat “de Franstaligen” een staatshervorming moeten aanvaarden. Zoniet zorgen de flaminganten voor het einde van België. Beschuldigde N-VA de anderen niet van “bangmakerij”? Maar, meer nog, moet de andere taalgroep – alsook alle Belgen die geen verdere defederaliseringen wensen – “kiezen” tussen de afbraak of … de sloop? Wat met de Grondwet waarin ingeschreven staat dat een staatshervorming maar kan wanneer men in beide taalgroepen een meerderheid vindt? Of geldt de Grondwet enkel maar om dingen te lezen die er niet instaan, zoals de splitsing van een kiesarrondissement of een kroonprins die geen uitspraken mag doen?

Nog een flagrante contradictie: de traditionele partijen, die nu al 20 jaar het radicale nationalisme van het Vlaams Blok – later Vlaams Belang – bestreden hebben en elke deelname, zelfs op lokaal vlak met deze partij plechtig geweigerd hebben (“cordon sanitaire”), staan bijna allemaal te springen om met de radicale nationalisten van de N-VA te regeren. De N-VA is niet tegen de “Walen”, maar weigert wel met hen in een democratisch staatsverband samen te leven. Het adagium is nu dat we een communautair akkoord vooral niet mogen blokkeren, want dat is “spelen met vuur”. Dit akkoord zal erop gericht zijn om de Belgische federatie verder te ontmantelen en dus, meer nog dan vandaag, de solidariteit en de democratische dialoog over verscheidene thema’s tussen de vertegenwoordigers van verschillende taalgroepen in ons land op te heffen.

Wie zich hiertegen verzet is een querulant en een polemist. De toekomst is aan de splitsers die een homogene gemeenschap moeten creëren. Welnu, deze retoriek is een afspiegeling van de basisideologie van het Vlaams Belang. Wie pleit voor multiculturaliteit, krijgt steevast de volle laag van deze partij die staat voor gesloten grenzen, een streng uitwijzingsbeleid en die uitgesproken opvattingen heeft over mensen die toevallig tot een andere godsdienst behoren. Wie pleit tegen de multiculturaliteit enz. is een “goede Vlaming” en staat voor een homogene samenleving. De verzoeners zijn dus volgens hen multiculturele ruziestokers en diegenen die zich tegen het kosmopolitisme keren zijn voor een vreedzame samenleving. Of, naar de N-VA vertaald, de federalisten en unitaristen zijn de stugge blokkeerders, de splitsers brengen harmonie.

Voorts pleit de N-VA voor confederalisme als een tussenstap naar een onafhankelijk Vlaanderen. Mooi. Nochtans is een confederatie een bond van onafhankelijke staten die zelf beslissen wat ze nog samen doen. Anders gezegd, de oprichting van een confederatie is pas mogelijk binnen een post-secessionistisch scenario. Je kan dus niet én voor confederalisme én tegen Vlaamse onafhankelijkheid zijn. Dat geen enkele partij wijst op deze evidente tegenstelling is normaal: OPEN VLD en CD&V pleiten zelf voor confederalisme. Sommige Franstalige partijen spreken van een louter semantische discussie. SP.A en Groen! roeien met de nationalistische stroom mee.

Volgende contradictie. De N-VA pleit voor het overhevelen van bevoegdheden van de federale staat naar de deelstaten. Dat is in een confederaal model natuurlijk onmogelijk, omdat de onafhankelijke lidstaten daar zelf – als ze dat willen – bevoegdheden overdragen naar het confederale niveau. Niemand die het tegenspreekt. Dat is natuurlijk ook moeilijk, daar elke partij in min of meerdere mate een voorstander is van regionaliseringen en communautariseringen. Inspiratie voor deze taalgebonden defederaliseringen zullen ze echter niet vinden in een liberaal, socialistisch of ecologistisch discours, maar enkel in het nationalisme.

De N-VA stelt voorts dat het probleem in België bij de structuren en niet bij de mensen – ook niet bij de politici – ligt. Dat is toch een verbijsterende stelling, want uitgerekend de Volksunie, waarvan de N-VA een “opvolger” is, heeft deze federale structuren mee gewild, mee uitgetekend en mee gestemd. Dit is ook een onware stelling. Want ook al werken de Belgische structuren – op z’n zachtst gezegd – niet optimaal, met politici die denken aan het algemeen belang kan men zelfs een zo ingewikkeld, duur, inefficiënt en ondemocratisch systeem als het onze doen werken.

Dat brengt ons bij het ander thema. België, zo de N-VA, is de optelsom van twee democratieën en dus geen democratie. België kan dus beter verdwijnen volgens de partij. Als België geen democratie is, wat is het dan wel? We hebben nog geen lid van de partij horen stellen dat we in een dictatuur leven, noch in een autocratie, noch in een totalitair regime. Wel is het zo dat de Belgische democratie onvolmaakt is. Terecht kan men zich de vraag stellen of dit niet in grote mate het gevolg is van nationalistische agitatie. Zo zijn alle parlementaire partijen op taalbasis ingedeeld, gelden in het parlement bijzondere meerderheden, alarmbelprocedures e.d.m. Welnu, deze mechanismen zijn de wil geweest van zowel francofone als Vlaamse nationalisten en regionalisten. Diezelfde nationalisten weigeren een Brabantse of een nationale kieskring – elementen die België democratischer zouden maken. Ze willen, integendeel, de enige meertalige (en dus democratische) kieskring in België splitsen. Ze willen meer bevoegdheden splitsen, zodat er nog meer samenwerkingsakkoorden en overlegcomités (die niet door een gekozen parlement kunnen gecontroleerd worden) ontstaan.

Vraag is dan of een confederaal systeem België wel democratischer en efficiënter zal maken. Daarvoor is het nodig om te kijken naar de eigenschappen van een confederatie. Een confederatie kent allereerst geen Grondwet, maar wordt gevestigd door een verdrag dat onder het internationale recht valt. Zodoende worden de Belgen die vandaag in dezelfde staat wonen in twee of meer afzonderlijke staten ondergebracht. Zij zullen zich niet langer verhouden als burgers van dezelfde staat, maar wel als inwoners van twee staten. De diplomatieke relatie tussen “Vlaanderen” en “Wallonië” wordt derhalve geïnstitutionaliseerd. Dat brengt mee dat het overleg tussen staten, het aantal overlegcomités enz. exponentieel – en parallel met het democratisch deficit – zal stijgen.

Een confederatie bestaat bovendien in Belgische context altijd uit drie delen – de gewesten of de gemeenschappen. Dus ook al raken “Vlaanderen” en “Wallonië” het in diplomatieke onderhandelingen over alles eens, dan nog kan de kleinste deelstaat alles blokkeren. De nationalisten beseffen dit wel, vandaar ook hun voorstel om Brussel onder co-bestuur van de twee grote gemeenschappen te brengen. Op Brussels vlak wil de N-VA dus een soort samenwerkingsfederalisme invoeren voor alle materies, waarvan ze zelf zeggen dat het op Belgisch niveau onmogelijk is.

Anderzijds – en geheel in tegenspraak hiermee – willen de nationalisten alle bevoegdheden op Brussels niveau centraliseren (o.m. door één politiezone te creëren, door de macht van de gemeentebesturen uit te hollen enz.). Dat doen ze, naar eigen zeggen, om de versnippering tegen te gaan. Niet alleen is dit een flagrante contradictie met hun confederaal verhaal, het is – meer nog – onlogisch, gelet op het feit dat de N-VA zich tegen unitarisme op Belgisch niveau – waar de bevoegdheden nog méér versnipperd zijn – kant.
Hoe dan ook, een confederaal systeem verhoogt de inefficiëntie en het ondemocratisch gehalte van het beleid, hoewel de N-VA die zou willen wegwerken.

De N-VA pleit, geheel in die lijn, in zijn programma voor een afschaffing van de Senaat en voor een onrechtstreekse verkiezing – door de deelstaten – van de Kamer. Dat is een regelrechte terugkeer naar het getrapt kiesstelsel van het Ancien Régime. En dat voor een partij die de monarchie geregeld vergelijkt met een instelling uit dit bestel (parlementen ontstonden overigens in de middeleeuwen) ! Geen enkele partij of journalist kaartte dit aan.

De N-VA pleit ook voor solidariteit. Maar welke solidariteit? Citaat: “Maak (…) komaf met transfers die het tegenovergestelde effect hebben op tewerkstelling en economische groei, begin met solidariteit die Wallonië opnieuw doet geloven in zichzelf”. (N-VA programma, p. 66). Deze “solidariteit” zal blijkbaar niet plaatsvinden tussen personen, maar wel tussen lidstaten in een statenbond. Daarbij geldt dan dat de rijkere lidstaat ten allen tijde de “solidariteit” eenzijdig kan opzeggen. Wat normaal geregeld wordt in een democratisch verkozen parlement, moet voor de N-VA gebeuren door vrijblijvende gesprekken tussen gesplitste uitvoerende machten. Dit is de triomf van het diplomatieke op het democratische denken, iets wat men op Europees niveau trouwens zoveel mogelijk probeert weg te werken.

In veel van het discours van de N-VA zit een determinisme verscholen. Voor Bart De Wever is de Belgische natie al honderd jaar aan het uiteenvallen. Daarbij definieert hij niet precies wat een natie is. Wel horen we dat Nederlands- en Franstaligen een andere “publieke cultuur” hebben, andere dagbladen lezen, andere beleidsvisies hebben enz. Wat de “Vlaamse” (“Waalse”) kijk op milieu, mobiliteit, sociale zekerheid enz. is, vernemen we er niet bij. Zijn daar geen tegenstellingen tussen bijvoorbeeld socialisten enerzijds en liberalen anderzijds? Lazen de Belgen in 1900 dezelfde dagbladen? Lezen de Zwitsers vandaag dezelfde kranten?

Andere nationalisten zeggen dat België geen natie is, maar een artificiële creatie uit de 19de eeuw (“Vlamingen en Walen leven gedwongen samen”). In 1830 leunden de Belgische patriotten, aldus de Vlaams-nationalistische historiografie, “aan bij Frankrijk”. Het “huwelijk” moet volgens hen dus ontbonden worden. Eerste vaststelling: België is ouder dan 1830 en bestaat als protonatie al minstens sedert de 16de eeuw. Net zoals Duitsland ouder is dan 1870 en Frankrijk ouder dan de Franse revolutie. Van een statenbond ontwikkelde België zich naar de eenheidssstaat van 1830. Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Nederland, de V.S.A, Zwitserland enz. maakten gelijkaardige processen van staatsvorming door. Als de nationalisten het uiteenvallen van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1830 betreuren, dan is het vreemd dat ze de Nederlanden nog verder willen versnipperen. Voorts zijn alle staten kunstmatig. Regio’s als Vlaanderen en Wallonië zijn nog véél kunstmatiger dan België (ze zijn er een neocreatie van), idem zo voor de Europese Unie. Wie zich tegen het “kunstmatige” België richt, moet a fortiori de E.U. verwerpen, temeer daar die 26 talen en zelfs drie alfabetten telt. Tenslotte nog volgende bedenking: de huidige Vlaamse Beweging, waarvan het anti-belgicisme de kern is, is tijdens de Eerste Wereldoorlog ontstaan. Het is de Duitse bezetter die een Vlaams-nationale beweging heeft geschapen om het economisch sterke België te destabiliseren ten voordele van Duitsland. Het kleine groepje flaminganten dat aan de oorsprong van het hedendaagse Vlaams-nationalisme lag, deed heel wat meer dan “aanleunen” bij Duitsland. Zij waren de spreekbuizen van een imperialistisch regime, waaronder België en de Belgen vandaag nog altijd lijden.

Bruno YAMMINE
Lid partijraad B.U.B.
07.07.2010

Post Navigation