belgischeunie@unionbelge.be

Nationalisme onder het mes: bespreking

Nationalisme onder het mes: bespreking

In zijn boek “nationalisme onder het mes” maakt L. Dierickx, ere-Senator en stichtend lid van Bplus een welhaast feilloze analyse van het uiterst complexe en moeilijk te vatten begrip “nationalisme”, in het bijzonder in dit land. Zoals hij op de achterflap aangeeft wil hij niet het nationalisme zélf aanvallen, maar wel dissecteren. Onvermijdelijk is wel dat Dierickx vanuit zijn passioneel anti-nationalistisch/humanistisch engagement impliciet het (volks)nationalisme, en meer bepaald dat in België analyseert én aan terechte, eerlijke kritiek onderwerpt.

“De taalgrens is een taalgrens, maar moet deze grens ook een sociaal-economische, sportieve,financiële etc… grens zijn”. ‘Waar hebben mensen ooit betoogd om een splitsing van de sociale zekerheid?”; Enkele markante passages kleuren het boek, zoals deze waarin de auteur opmerkt dat men met nationalisme in ons land niet lacht. Geen cabaretier neemt het op de korrel. Nochthans zijn de hilarische situaties legio (cf. de splitsing van de plantentuin in Meise, of- wat ons betreft- de splitsing van de VU, Ijzerbedevaart…). Maar het geheel is allesbehalve humoristisch, omdat – en daar ligt het probleem- nationalisme in België een begrip is dat tot het “non-dictum” behoort. De Franse filosoof Foucault stelde reeds enkele decennia terug dat er een onderscheid bestaat tussen het gangbare discours (“wat gezegd kan worden”) en “le non-dit”, waar men over zwijgt omdat het gewoonweg aberrant is. In de middeleeuwen zou- om een voorbeeld te geven- de moderne genetica niet eens aan-hoord kunnen worden, omdat men de instrumenten niet had om het in een treffend woordgebruik te gieten.

Maar het perverse aan de zaak is, en dat heeft Dierickx goed gezien, dat in België de nationalisten erin geslaagd zijn om een stroming die in se progressief is (verdraagzaamheid tussen mensen, opkomen voor de Belgische democratie…) hebben kunnen omvormen tot iets conservatief-reactionair. ‘La Belgique à papa’. En conservatief is oubollig, en dat willen we niet. Einde discussie. Of beter : een discussie die er geen is. De scherpte van de zinnen waarmee de auteur het fenomeen ontleend zijn van een adembenemende accurratesse. De duivelse kringloop van het nationalisme wordt besproken waarin de leiders van een regio door een geheel eigen jargon bedienen om hun doelen te fatsoeneren. “Beter bestuur”, ‘homogene bevoegdheidspaketten”, “meer splitsen om samen te werken”, “transparantie” … Het vergif sluipt in de manier waarop de zogenaamd democratische machthebbers de taal misbruiken. En wie de media en de taal beheerst, beheerst de macht. Natuurlijk is het enige doel van nationalisten machtsverwerving, maar in hun rekbaar woordgebruik willen ze van ‘Vlamingen goede Vlamingen’ maken. Geen betere werkers of ethisch bewustere wezens, maar slechts getrouwe volksgenoten. Het vijandbeeld is- en zal ook altijd zijn- “de” Franstalige/Waal die op Vlaanderen parasiteert. Maar zo zegt men het natuurlijk niet (tenzij de meest radicalen). Men zal eerder zeggen: “Het is beter voor Vlaanderen én Wallonië dat ze beschikken over meer bevoegdheden”. En zie, de doorknipper van de solidariteit wordt door een onvoorstelbare paradox de beschermer van de twee gemeenschappen. Leugens natuurlijk, maar wie maalt daarom?

In de context van een steeds meer eenwordend Europa vinden nationalisten ook dat er meer macht moet worden verschoven naar de soevereine (!) deelstaten, die dan samenvallen met de sacrosancte taal; ook van die argumenten maakt de auteur brandhout. Openlijk vraagt hij zich zelfs af of ‘de Vlaams-nationalisten tegen Europa zijn?’.

De boekenwinkels liggen bezaaid met politieke boeken over alles en nog wat. In een tijd waarin politici kookboeken schrijven is dit werk een verademing. Maar er is meer: het zou moeten aanzetten tot reflexie en debat. Dat gebeurt niet. In België spreekt men over alles, behalve over een intolerante ideologie die welhaast alle partijen besmet heeft (welk federaal land heeft geen federale partijen? Waarom splitsen socialisten of groenen zich op taalbasis, terwijl we Europese partijen creëren?). “Nationalisme onder het mes” is zonder twijfel één van de beste politieke werken uit het laatste decennium in België. Iedereen die iets wil begrijpen van de ethnificering van ons land zou dit fraai stuk werk bij hem op het rek hebben moeten staan. En elkeen die democratisch bezield is, zou er lessen uit moeten trekken.

Bruno YAMMINE

Ludo Dierickx, Nationalisme onder het mes. Kritiek van het politieke nationalisme in België en in het algemeen, Antwerpen, Fantom, 2002, 272p.