info@unionbelge.be - info@belgischeunie.be

WAAR BLIJFT HET BELOOFDE NIEUWE BRABANT ? – POUR QUAND LE NOUVEAU BRABANT QUI NOUS A ETE PROMIS ?

Voorzitter Hans Van de Cauter op de gemeenteraad van Ukkel - Président Hans Van de Cauter au conseil communal d'Uccle (03.12.2018)

WAAR BLIJFT HET BELOOFDE NIEUWE BRABANT ? – POUR QUAND LE NOUVEAU BRABANT QUI NOUS A ETE PROMIS ?

Voorzitter Hans Van de Cauter op de gemeenteraad van Ukkel - Président Hans Van de Cauter au conseil communal d'Uccle (03.12.2018)

Voorzitter Hans Van de Cauter op de gemeenteraad van Ukkel – Président Hans Van de Cauter au conseil communal d’Uccle (03.12.2018)

INTERPELLATIE VOOR DE GEMEENTERAAD VAN UKKEL VAN 07.02.2019

De 6de staatshervorming voorziet in de creatie op het niveau van de vroegere provincie Brabant van een hoofdstedelijke gemeenschap. Deze bepaling werd nog steeds niet uitgevoerd hoewel ze uiterst nuttig zou kunnen zijn om een samenwerking tussen Brussel, dat institutioneel opgesloten is binnen de grenzen van 19 gemeenten, en zijn groot hinterland tot stand te brengen.

Wat de Brabantse Gemeenschap betreft heeft de bijzondere wet van 19 juli 2012 het artikel 92bis van de Bijzondere Wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der Instellingen inzake de Hoofdstedelijke Gemeenschap van Brussel gewijzigd. Aan dit artikel werd een nieuwe paragraaf 7 toegevoegd, die bepaalt:

§ 7. Er wordt een hoofdstedelijke gemeenschap van Brussel opgericht met het oog op overleg over de aangelegenheden bedoeld in artikel 6, §1, die meerdere gewesten aanbelangen, in het bijzonder mobiliteit, verkeersveiligheid en de wegenwerken vanuit, naar en rond Brussel. De gewesten zijn lid van de hoofdstedelijke gemeenschap en de vertegenwoordigers van hun regeringen hebben er zitting in. Alle gemeenten van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en van de provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant, evenals de federale overheid zijn van rechtswege lid van de hoofdstedelijke gemeenschap. De provincies Vlaams-Brabant en Waals-Brabant kunnen vrij toetreden.

  De gewesten sluiten een samenwerkingsakkoord om de nadere regels en het voorwerp van dit overleg vast te leggen.
  De op- en afritten van de autosnelwegring om Brussel (R0) mogen enkel worden gesloten of onbruikbaar worden gemaakt nadat daarover overleg is gepleegd tussen de gewesten in de hoofdstedelijke gemeenschap bedoeld in het eerste lid.
  Bij wijze van overgangsmaatregel heeft het in het derde lid bedoelde overleg plaats buiten de hoofdstedelijke gemeenschap in afwachting van het sluiten van het in het tweede lid bedoelde samenwerkingsakkoord”.

Onze gemeente behoort derhalve van rechtswege tot deze hoofdstedelijke gemeenschap, die de hele voormalige provincie Brabant omvat. Nochtans wachten de Brabanders en de inwoners van Ukkel nog steeds op een samenwerkingsakkoord om dit overleg toe te passen.

Het belang van deze Brabantse Gemeenschap voor Ukkel ligt voor de hand: samenwerken met naburige gemeenten over de kunstmatige taal- en gewestgrenzen heen, die een belemmering vormen voor de efficiëntie en de kostenbeheersing. Ik neem het voorbeeld van Drogenbos en van Linkebeek. Met deze gemeenten werken we op heden al samen op cultureel en sportief vlak. Maar ik denk ook en vooral aan de mobiliteit in Brabant, de belangrijkste aangelegenheid waarover sprake in de geciteerde paragraaf. De problematiek van de Brusselse ring die ook expliciet vernoemd wordt, laat zeker de Ukkelaars die bijna dagelijks gebruik maken van deze snelweg niet onverschillig. Onze nationale minister van mobiliteit, Bellot, heeft trouwens een constructief en zinvol voorstel gedaan, dat – hoewel het zeer minimalistisch is – beoogt de samenwerking tussen de gewestelijke overheden en de federale staat op het vlak van mobiliteit in België te verbeteren. Zijn voorstel werd evenwel onmiddellijk afgeschoten door de separatisten van de N-VA, wat niet verwonderlijk is, maar ook door Brussels ministers van mobiliteit Smet. Dat is al veel verwonderlijker en zorgwekkender aangezien deze weigering ingaat tegen dit luik van de staatshervorming, dat zijn eigen partij mee onderhandeld en goedgekeurd heeft !

Ik vraag dan ook dat de gemeente vóór de volgende gemeenteraad zijn voogdijoverheden contacteert, nl.

1) de regering van het Brussels gewest, die dan contact opneemt met de regeringen van het “Vlaams” en “Waals” gewest en de provincies “Vlaams”- en “Waals”-Brabant, en

2) de federale regering en dit met het oog op de voorbereiding van het in de bijzondere wet geviseerde samenwerkingsakkoord.

Ik vraag ook aan onze Burgemeester om dit onderwerp op de agenda van de conferentie van burgemeesters van het Brussels gewest te plaatsen en zo de steun te vragen van de verschillende Brusselse burgemeesters voor de oprichting van deze hoofdstedelijke gemeenschap.

Ik ben ervan overtuigd dat bepaalde problemen zoals mobiliteit, of beter immobiliteit, slechts opgelost kunnen worden door een samenwerking tussen alle overheden in Brabant.

INTERPELLATION POUR LE CONSEIL COMMUNAL D’UCCLE DU 07.02.2019

La 6ième réforme de l’Etat a prévu la création à l’échelle de l’ancienne province du Brabant d’une communauté métropolitaine. Cette disposition n’a toujours pas été mise en œuvre alors qu’elle serait des plus utiles pour permettre une coopération entre Bruxelles, institutionnellement enfermée dans son carcan des 19 communes, et sa large périphérie.

En ce qui concerne cette Communauté brabançonne, la loi spéciale du 19 juillet 2012 a modifié l’article 92bis de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, en ce qui concerne la communauté métropolitaine de Bruxelles. Il est ajouté à cet article un nouveau paragraphe 7 qui dispose :

§ 7. Il est créé une communauté métropolitaine de Bruxelles en vue d’une concertation en ce qui concerne les matières visées à l’article 6, § 1er, qui sont d’importance transrégionale, en particulier la mobilité, la sécurité routière et les travaux routiers de, vers et autour de Bruxelles. Les régions sont membres de la communauté métropolitaine et les représentants de leur gouvernement y siègent. Toutes les communes de la Région de Bruxelles-Capitale et des provinces du Brabant flamand et du Brabant wallon, de même que l’autorité fédérale sont membres de droit de la communauté métropolitaine. Les provinces du Brabant flamand et du Brabant wallon sont libres d’adhérer.
  Les régions concluent un accord de coopération pour fixer les modalités et l’objet de cette concertation.
  Les accès et sorties du ring autoroutier de Bruxelles (R0) ne peuvent être fermés ou rendus inutilisables qu’après concertation entre les régions au sein de la communauté métropolitaine visée à l’alinéa 1er.
  A titre transitoire, la concertation prévue à l’alinéa 3 a lieu en dehors de la communauté métropolitaine dans l’attente de la conclusion de l’accord de coopération visé à l’alinéa 2”.

Notre commune appartient donc de droit à cette communauté métropolitaine qui englobe toute l’ancienne province du Brabant. Toutefois, les Brabançons et les Ucclois restent toujours en attente de l’accord de coopération pour mettre en œuvre cette concertation.

L’intérêt de cette communauté brabançonne pour Uccle est évident : collaborer avec des communes limitrophes au-delà des frontières linguistiques et régionales artificielles qui sont un obstacle à l’efficacité et à la maîtrise des coûts. Je prends l’exemple de Drogenbos et de Linkebeek avec lesquelles nous collaborons déjà sur le plan culturel et sportif. Je pense aussi et surtout à la mobilité au sein du Brabant, la matière-clé visée par le paragraphe cité. La problématique du Ring de Bruxelles qui y est également explicitement mentionnée ne laisse certainement pas indifférents les nombreux Ucclois qui empruntent cette autoroute quasi quotidiennement. Notre ministre national de la mobilité Bellot vient d’ailleurs de faire une proposition constructive et judicieuse, quoique purement minimale, pour améliorer la collaboration entre les autorités régionales et l’Etat fédéral au niveau de la mobilité en Belgique. Sa proposition a cependant immédiatement été rejetée par les séparatistes de la N-VA, ce qui n’est pas étonnant, ainsi que par le ministre bruxellois de la mobilité Smet du SP.a, ce qui est déjà bien plus étonnant et plus inquiétant puisque ce refus est contraire à cet aspect de la réforme de l’Etat que son propre parti a négocié et approuvé !

Je demande dès lors que la commune contacte avant le prochain conseil communal ses autorités de tutelle, c’est-à-dire :

1) le gouvernement de la région de Bruxelles-Capitale, pour lui demander de prendre contact avec les gouvernements des régions “flamande” et “wallonne” d’une part et les provinces du Brabant “wallon” et du Brabant “flamand” d’autre part et

2) le gouvernement fédéral et ceci en vue de préparer l’accord de coopération visé dans la loi spéciale.

Je demande également à notre Bourgmestre d’aborder ce sujet à la conférence des Bourgmestres de la région de Bruxelles-Capitale et de solliciter par ce biais le soutien des différents Bourgmestres bruxellois pour la création de cette communauté métropolitaine.

Je suis persuadé que certains problèmes comme la mobilité ou plutôt l’immobilité ne peuvent être résolus que par une collaboration entre toutes les autorités que compte le Brabant.

Hans Van de Cauter

Voorzitter B.U.B. – Président du B.U.B.

Gemeenteraadslid Ukkel – Conseiller communal à Uccle