{"id":13520,"date":"2020-11-29T21:00:07","date_gmt":"2020-11-29T20:00:07","guid":{"rendered":"http:\/\/www.unionbelge.be\/?p=13520"},"modified":"2020-12-07T22:33:18","modified_gmt":"2020-12-07T21:33:18","slug":"50-jaar-geleden-het-begin-van-de-federalistische-catastrofe-il-y-a-50-ans-le-debut-de-la-catastrophe-federaliste","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.unionbelge.be\/?p=13520","title":{"rendered":"50 JAAR GELEDEN: HET BEGIN VAN DE FEDERALISTISCHE CATASTROFE &#8211; IL Y A 50 ANS : LE DEBUT DE LA CATASTROPHE FEDERALISTE"},"content":{"rendered":"\n<p>Afbeelding &#8211; image: Gaston Eyskens, de grootste flamingant aller tijden&#8230; &#8211; Gaston Eyskens, le plus grand flamingant de l&#8217;histoire (bron &#8211; source: wikipedia; auteur: onbekend &#8211; inconnu)<\/p>\n\n\n\n<p><strong>DE WAARHEID OVER DE CREATIE VAN HET TAALFEDERALISME<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Het Belgische taalfederalisme is \u00e9\u00e9n van de belangrijkste oorzaken van de huidige politiek-communautaire problemen. Dit tweeledige apartheidssysteem zet voortdurend de Nederlandstalige en Franstalige Belgen tegen elkaar op. In deze tekst onderzoeken we de oorsprong van het taalfederalisme. Hoe is het zover kunnen komen? Een intrigerend verhaal dat tot nadenken stemt en ons confronteert met de menselijke domheid alsook de macht van enkele separatistische of opportunistische individuen, die de eenheid van een heel land op het spel kunnen zetten.<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Tussen januari 1967 en februari 1970 werd het Belgische unitarisme voorlopig ten grave gedragen. Natuurlijk is dit gebeuren niet enkel het resultaat van de gebeurtenissen tijdens die drie jaren. Sedert decennia was de macht van Vlaams-nationalisten enerzijds en \u201cWaalse\u201d regionalisten anderzijds binnen de Belgische samenleving toegenomen. Nochtans had het nooit zover moeten komen, indien de betrokken partijen meer staatsmanszin aan de dag gelegd hadden en naar de vroegere waarschuwingen van hun eigen partijen hadden geluisterd. In deze context kan men dan ook spreken van een&nbsp;kapitale bestuursfout&nbsp;met grote en nefaste gevolgen.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>1. De drie traditionele partijen verzetten zich tegen het federalisme<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Tijdens de jaren 60 van de 20ste&nbsp;eeuw werd er op een aantal partijcongressen gedebatteerd over het federalisme. In de winter van 1960-1961 was er de staking tegen de zgn. \u201cEenheidswet\u201d, o.l.v. de linkse regionalist Andr\u00e9 Renard die alle heil van het federalisme verwachtte.<\/p>\n\n\n\n<p>Een jaar later, in december 1961, maakte het&nbsp;CVP-PSC Congres&nbsp;gewag van de \u201cgevaarlijke spanning tussen de gemeenschappen\u201d. Drie oplossingen waren mogelijk volgens de christendemocratische partij: 1) separatisme; 2) federalisme; 3) unitarisme met culturele autonomie. Separatisme en federalisme werden ondubbelzinnig verworpen.<\/p>\n\n\n\n<p>Waarom verwierp de CVP separatisme? Allereerst meende de partij dat het begrip \u201cdubbelzinnig\u201d was. Hoe sterk het Belgische federalisme op confederalisme lijkt, merken we inderdaad vandaag. Ten tweede zou federalisme zorgen voor de volledige soevereiniteit van de samenstellende delen zonder inmenging van de federale staat. Dit is in het Belgische \u201cco\u00f6peratieve federalisme\u201d vandaag inderdaad het geval. Ten derde zouden de deelstaten een vetorecht verwerven, ook in federale materies. Bovendien zouden de deelstaten betrokken worden in de grondwetsherzieningen. Dat is vandaag het geval, vooral sinds de creatie van de Senaat van de gemeenschappen sinds de staatshervorming van 2012-2014. Tenslotte was de methode om tot een bevoegdheidsverdeling te komen onduidelijk. Dat is wel het minste wat men kan zeggen na 50 jaar chaotische versnippering van bevoegdheden. Deze bedenkingen waren dan ook visionair. De partij concludeerde: \u201ceen dualistisch federalisme leidt fataal naar separatisme&nbsp;[\u2026]&nbsp;We staan voor het ge\u00efnstitutionaliseerde conflict. Een federalistische politiek, een ware economische nonsens&nbsp;die voor onze welvaart rampzalige gevolgen zou hebben, druist in tegen een historische beweging die thans overal in de wereld op een&nbsp;hergroepering van de volkeren&nbsp;aanstuurt\u201d (P. MENU,&nbsp;Congresresoluties van de Vlaamse politieke partijen, II., De Christelijke Volkspartij 1945, Gent, 1993, p. 135-149).<\/p>\n\n\n\n<p>De liberale partij&nbsp;PVV-PLP&nbsp;was nog meer uitgesproken in zijn aanval tegen het federalisme. Zo verklaarde de partij begin oktober 1967: \u201com de Belgische staat te kunnen moderniseren, moet definitief een einde gesteld worden aan de twisten die de Belgen vaak&nbsp;op kunstmatige wijze&nbsp;tegenover elkaar stellen, ingevolge de demagogische actie van sommige groepen&nbsp;[\u2026]&nbsp;De PVV verwerpt iedere federalistische oplossing voor de Belgische staat, omdat zij ervan overtuigd is dat het federalisme het land zou leiden naar het separatisme, het economisch avontuur en de achteruitgang van zijn welvaart. De PVV verwerpt alle immobilisme, wil een nieuwe sfeer in het land scheppen, een sfeer van solidariteit en vertrouwen in een gemeenschappelijke toekomst.\u201d&nbsp;In dit kader wilde de liberale partij maatregelen nemen op het vlak van onderwijs (bevordering tweede landstaal, uitwisseling leerkrachten over de taalgrens), media, economie en staatsinrichting (o.a. inrichting van een Senaat met een nationale kieskring en provinciaal geco\u00f6pteerde Senatoren)\u201d, kortom zowat het programma van de B.U.B. vandaag (\u201cVoor een nieuw Belgi\u00eb\u201d, IXde Congres PVV-PLP, Knokke, 29-30 september, 1 oktober 1967,&nbsp;<a href=\"http:\/\/www.liberaalarchief.be\/\">www.liberaalarchief.be<\/a>).<\/p>\n\n\n\n<p><strong>2. Wie was premier Gaston Eyskens?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Een aantal maanden eerder, namelijk op 5 januari 1967, bezorgde&nbsp;Gaston Eyskens&nbsp;aan Koning Boudewijn een nota aangaande de problematiek van het federalisme.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>Vooreerst is het van belang te vermelden dat Gaston Eyskens zich in de jaren 1930 op een triestige manier heeft onderscheiden door zijn splitsingsplan van de Belgische katholieke partij in een Franstalige en een Nederlandstalige vleugel en dat hij een kortstondige samenwerking tussen die flamingantische vleugel (de KVV) en de in de VNV verenigde fascisten en separatisten van Staf De Clercq heeft op poten gezet, die met de partij REX van L\u00e9on Degrelle en tijdens de tweede wereldoorlog met de nazi\u2019s collaboreerde (Memoires van Gaston Eyskens, Lannoo, Tielt, 1993, p. 76 en v.). &nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>Eyskens was v\u00f3\u00f3r de tweede wereldoorlog lid van de ultra-flamingantische studentenvereniging KVHV en hield toespraken op uitnodiging van het Davidsfonds en het Vlaams Economisch Verbond (VEV), twee flamingantische organisaties\u2026 Men kan bijgevolg stellen dat Gaston Eyskens de grootste flamingant van de geschiedenis is, hoewel zijn vader extreem pro-Belgisch was omdat hij de flaminganten haatte wegens hun collaboratie met de Duitsers tijdens de eerste wereldoorlog. Gaston Eyskens zag hierin een banaal generatieconflict (Memoires van Gaston Eyskens, Lannoo, Tielt, 1993, p. 27). In de jaren 1930 stelde de jonge universiteitsprofessor Gaston Eyskens zelfs de afschaffing van de provincies en hun vervanging door \u00ab&nbsp;gouwraden&nbsp;\u00bb voor Brussel, \u00ab&nbsp;Walloni\u00eb&nbsp;\u00bb et \u00ab Vlaanderen&nbsp;\u00bb voor (Memoires van Gaston Eyskens, Lannoo, Tielt, 1993, p. 66). Hij wenste ook de oprichting van een flamingantische volkspartij, de Katholieke Vlaamse Volkspartij genaamd, en wilde samenwerken met het separatistische en fascistische VNV (Memoires van Gaston Eyskens, Lannoo, Tielt, 1993, p. 74-76). In een artikel in de Standaard van 3 juni 1936 verklaarde Gaston Eyskens zelfs onder de titel&nbsp;: \u00ab&nbsp;Naar een volksfront van alle Vlaamse strijdformaties. Laat het katholieke Vlaanderen bouwen aan een eigen huis&nbsp;\u00bb&nbsp;:<\/p>\n\n\n\n<p>\u00ab&nbsp;Vlaanderen had behoefte aan een bezielende politieke idee, een gemeenschappelijke politiek en een ware offergeest voor grote idealen. Om die tot stand te brengen, betoogde ik, was het nodig dat de Vlamingen zich in \u00e9\u00e9n groot strijdfront verenigden om radicaal en agressief en met alle propagandamiddelen op te rukken tegen alle volksvernietigende krachten [\u2026]\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cIk besloot dat een machtig strijdfront van alle gezonde en volkse krachten tot stand moest komen voor het vestigen van een christelijke en volkse orde in Vlaanderen. Dat was de weg die bewandeld moest worden. Het was hoog tijd, schreef ik ten slotte, dat dergelijke taal in de katholieke partij gesproken werd.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>(Memoires van Gaston Eyskens, Lannoo, Tielt, 1993, p. 71).<\/p>\n\n\n\n<p>Precies een toespraak van Joseph Goebbels, de nazi-minister voor propaganda\u2026<\/p>\n\n\n\n<p>Een positief punt betreffende deze sinistere figuur, die sommigen een staatsman noemen (maar van welke Staat&nbsp;?) is het volgende&nbsp;: in 1970 wilde hij niet meer raken aan het bestaan van de provincies noch aan de provinciale samenstelling van de Senaat, die volgens hem behouden diende te worden.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>3. Een nota van premier Gaston Eyskens<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Maar we moeten terug naar de vermelde nota. In zijn brief aan Koning Boudewijn van 5 januari 1967 verklaarde Gaston Eyskens in essentie het volgende:<\/p>\n\n\n\n<p>1) de taalproblemen zorgden voor ernstige twisten tussen de taalgemeenschappen. Anderzijds stond&nbsp;de meerderheid van de bevolking er onverschillig&nbsp;tegenover, behoudens \u201cVlaams\u201d-gezinde organisaties en de arbeiders in \u201cWalloni\u00eb\u201d. Eyskens bedoelde met name de \u201cWaalse\u201d politieke en syndicale leiders die het federalisme afschilderden als de mogelijkheid om grondige economische hervormingen door te voeren en de economische \u201cwederopstanding\u201d van hun gewest te realiseren.<\/p>\n\n\n\n<p>2)&nbsp;Persoonlijk was hij ervan overtuigd dat in een referendum over de keuze tussen de eenheidsstaat en een federale staat een ruime meerderheid van de Belgen zich voor de eerste formule zou uitspreken.&nbsp;De eenheidsstaat bestond sedert de onafhankelijkheid van ons land. Onze instellingen, partijen en organisaties waren op basis van die unitaire structuur georganiseerd. De bevolking had nooit een andere staatsvorm gekend. \u201cGehecht zijn aan de eenheidsstaat was voor velen synoniem met vaderlandsliefde en trouw aan onze instellingen. Andere formules waren voor velen gelijk aan diepe verdeeldheid, versnippering van het gezag, ondermijning van de nationale geest of het begin van separatisme, dat tot riskante avonturen zou leiden\u201d.<\/p>\n\n\n\n<p>3)&nbsp;Nochtans, zo merkte hij op, waren het in de politiek meestal&nbsp;actieve en agressieve&nbsp;minderheden&nbsp;en de acties van intellectuelen die dikwijls de doorslag gaven en die hervormingsplannen doordrukten.<\/p>\n\n\n\n<p>4) Sommigen hoopten dat \u201cde internationalisering van de politieke en economische vraagstukken, de toenemende internationale samenwerking en vooral de&nbsp;eenmaking van Europa&nbsp;de spanningen tussen \u201cVlamingen\u201d en \u201cWalen\u201d zouden doen afnemen. Vooralsnog was dat niet het geval. Integendeel, de eenheidsstaat werd van vele zijden ondergraven door voorstellen voor decentralisatie, deconcentratie, culturele autonomie in verschillende graden, federalisatie en federalisme\u201d.<\/p>\n\n\n\n<p>5) Tenslotte waren de drie nationale partijen meer en meer onderhevig geworden aan interne communautaire spanningen. De eenheid van de CVP was een fictie geworden. Eind 1966 werd aangekondigd dat begin 1967 zogenaamde \u201cWaalse\u201d en \u201cVlaamse\u201d socialisten afzonderlijk zouden congresseren. De meeste \u201cWaalse\u201d socialistische leiders verdedigden sedert verscheidene jaren het federalisme. De PVV behield naar buiten toe haar eenheid. Maar dat gebeurde, volgens Eyskens, waarschijnlijk \u201cvooral om tactische redenen\u201d. Het Liberaal Vlaams Verbond schaarde zich echter geleidelijk achter diegenen die meer \u201cVlaamse\u201d autonomie wensten.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>4. Het woelige jaar 1968<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>In 1968 viel de regering over de kwestie \u201cLeuven-Vlaams\u201d. In de daaropvolgende verkiezingen, die sterk communautair geladen waren, gingen de zogenaamde taalpartijen sterk vooruit. De VU ging van 12 naar 20 zetels in de Kamer en het RW haalde in \u00e9\u00e9n klap 6 zetels.<\/p>\n\n\n\n<p>Op 17 juni 1968 legde de regering Gaston Eyskens IV de eed af. Deze regering was samengesteld uit de CVP\/PSC en de BSP\/PSB, maar beschikte niet over een 2\/3de&nbsp;meerderheid. Het volumineuze regeerakkoord voorzag in vier maatregelen: 1) culturele autonomie; 2) verregaande administratieve decentralisatie naar de provincies; 3) economische decentralisatie door de oprichting van gewestelijke economische raden en ontwikkelingsmaatschappijen; 4) het waarborgen van de rechten van ideologische minderheden en taalminderheden.<\/p>\n\n\n\n<p>In oktober 1968 dienden de twee ministers, belast met gemeenschapsrelaties, hun voorstellen in het Parlement in. Het voorstel van Tindemans (CVP) bevatte volgende elementen: a) bepaalde gebieden konden aan de provincies onttrokken worden om er een apart statuut aan te geven (Voeren); b) Belgi\u00eb zou grondwettelijk in vier taalgebieden ingedeeld worden; c) de parlementsleden zouden in twee taalgroepen ingedeeld worden. Voor sommige wetten zou dus een meerderheid in beide taalgroepen vereist zijn; c) twee raden van Senatoren zouden worden opgericht, respectievelijk voor de Nederlandstalige gemeenschap en de Franstalige gemeenschap. Deze raden zouden bevoegd zijn voor een uitgebreide reeks culturele materies, zoals de bescherming en de luister van de taal, het beleid inzake radio en tv, de cultuur- en jeugdpolitiek, de kunsten en letteren, de culturele relaties met de andere taalgemeenschap en het buitenland, en een aantal onderwijsmateries; d) er zou een zgn. \u201calarmbelprocedure\u201d ingevoerd worden. Het voorstel van zijn Franstalige tegenhanger, de socialist Terwagne, voorzag in de oprichting van \u201cgewestelijke ontwikkelingsmaatschappijen\u201d. Deze zouden zeer beperkte bevoegdheden hebben: de inventarisering van de economische streekbehoeften, het ontwerpen van een regionaal ge\u00f6rienteerde politiek en (bindende) planning.<\/p>\n\n\n\n<p>Het protest tegen deze plannen was heftig. De PVV-PLP vond de culturele autonomie te vergaand. Volgens haar was die in strijd met de wet omdat artikel 26 van de grondwet bepaalde dat de Koning, de Kamer en de Senaat gezamenlijk de wetgevende macht uitoefenden. De liberalen stelden voor om cultuurraden op te richten, waarvan de besluiten door de Koning zouden worden bekrachtigd. De partij was ook niet te vinden voor de oprichting van gewestraden en eiste provinciale decentralisatie. Anderzijds vond de VU de culturele autonomie te limitatief. De partij eiste eigen regionale parlementen en regeringen met een eigen financiering en tekende bezwaren aan bij de \u201cgrendelgrondwet\u201d. Over de economische decentralisatie was er aan \u201cWaalse\u201d socialistische zijde een offensief op gang gekomen om de gewestelijke economische raden wetgevende bevoegdheden toe te kennen. Hoe dan ook bereikte de kabinetsraad op 28 februari 1969 een akkoord over de uitbreiding van de bevoegdheden van de gewestelijke ontwikkelingsmaatschappijen (socialistische eis). Ook zou de economische raad van Brabant dezelfde bevoegdheden als de twee andere gewestraden verkrijgen (eis PSC), maar paritair samengesteld worden (eis CVP).<\/p>\n\n\n\n<p><strong>5. De ramp van oktober 1969<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Ondanks enorm veel voorbereidend parlementair werk, raakten de besprekingen in het slop. Nochtans zorgde op 21 augustus 1969 een gesprek tussen Gaston Eyskens en Pierre Descamps, die in juni Omer Vanaudenhove als voorzitter van de PVV-PLP was opgevolgd, voor de deblokkering. Descamps bevestigde dat zijn partij niet bereid was aan de grondwetsherziening mee te werken zolang de regeringsvoorstellen als basis werden genomen en dat de PVV-PLP problemen bleef hebben met de culturele autonomie. Eyskens stelde voor om een Werkgroep op te richten, bestaande uit de regeringspartijen, de PVV-PLP en de \u201ctaalpartijen\u201d. De regeringsvoorstellen zouden weliswaar als basis dienen, maar konden geamendeerd worden. Voor de eerste maal in de Belgische geschiedenis werden alle politieke partijen betrokken bij een communautair overleg.<\/p>\n\n\n\n<p>Maar het resultaat van dat gezamenlijk overleg was allesbehalve positief. Op 24 september 1969 startte de \u201cWerkgroep van 28\u201d. De besprekingen werden gehouden in de Wetstraat 16. Eyskens zat de werkgroep voor, geflankeerd door de ministers Tindemans en Terwagne. Aan zijn rechterzijde, naast Tindemans, zat de delegatie van de CVP-PSC: Robert Houben, Robert Vandekerckhove, L\u00e9on Servais, Renaat Van Elslande, Raf Hulpiau en Paul de Stexhe. Aan zijn linkerzijde, naast Terwagne, zat de BSP-delegatie: L\u00e9o Collard, Elie Van Bogaert, Frans Gelders, Henri Simonet, Jos Van Eynde en Fernand Dehousse. De PVV-PLP-delegatie zat recht tegenover Eyskens: Pierre Descamps, G\u00e9rard Delruelle, August De Winter, Basile Risopoulos, Carlos De Baeck, Herman Vanderpoorten. Links en rechts van de liberalen zaten de vertegenwoordigers van de kleine partijen: Frans Van der Elst, Wim Jorissen en Frans Baert (van de fameuze Baert-doctrine die in stappen uitlegt hoe \u201cVlaamse\u201d onafhankelijkheid moest bekomen worden) voor de VU, Jean Duvieusart, Fran\u00e7ois Perin en Andr\u00e9 Lagasse voor het FDF-RW (= Front des Francophones en Rassemblement wallon), en ten slotte Mare Drumeaux voor de communistische partij. Achteraf zou blijken dat de inbreng van de zes vertegenwoordigers van de taalpartijen doorslaggevend zou zijn.<\/p>\n\n\n\n<p>Over de culturele autonomie werd vrij snel een consensus bereikt. De cultuurraden kregen een wetgevende bevoegdheid. Ze werden samengesteld uit Senatoren, omdat het uitgesloten was dat een wetgevende bevoegdheid buiten het Parlement zou worden uitgeoefend. De liberalen waren het op dat vlak met de christen-democraten eens.<\/p>\n\n\n\n<p>Na de bespreking van de culturele autonomie, volgde de administratieve decentralisatie. Het regeerakkoord voorzag in dat verband in de overheveling van talrijke bevoegdheden naar de provincies en de omvorming van de bestendige deputaties tot een soort provinciale regering. De consensus die hierover bestond, werd echter onmiddellijk onder vuur genomen.&nbsp;De \u201cWaalse\u201d regionalist Fran\u00e7ois Perin eiste een normatieve beslissingsbevoegdheid van de \u201cgewesten\u201d op economisch gebied, met een mogelijkheid voor die entiteiten om belastingen te heffen. Eyskens repliceerde daarop dat een nationale economische politiek noodzakelijk was. Bovendien waren er binnen de nationale regering al twee staatssecretarissen voor streekbeleid. In sommige aangelegenheden bestond er al een verdeelsleutel van het nationaal budget over wat later de drie gewesten zouden worden. Breidde men de bevoegdheden van de \u201cgewesten\u201d nog uit, dan zouden de problemen die nu terzake al bestonden nog groter worden. De doos van pandora was echter geopend. In een spiraal van communautair opbod vroeg Frans Van der Elst (VU) een uitbreiding van de culturele autonomie tot andere bevoegdheden. Robert Houben (PSC) kon zich wel neerleggen bij culturele autonomie, maar verwierp elke vorm van economische autonomie.&nbsp;Dat laatste zou immers een \u201ctotaal federalisme\u201d betekenen en, zo meende hij, in een latere fase naar separatisme leiden.&nbsp;Houben, de laatste voorzitter van de unitaire CVP-PSC had in&nbsp;december 1966 een vorm van beperkt provinciaal federalisme uitgewerkt. Zijn wens was dat de bevoegdheden in verband met cultuur, onderwijs, openbare werken, volksgezondheid, huisvesting, land- en stedenbouw naar de provincies overgeheveld zouden worden. Ook verdedigde hij een provinciale Senaat waarin elke provincie door een gelijk aantal afgevaardigden vertegenwoordigd zou zijn.<\/p>\n\n\n\n<p>Op 2 oktober 1969 werd het spoor van de provinciale decentralisatie voorgoed verlaten,&nbsp;toen de PVV-PLP, hierin gevolgd door de BSP, verkondigde dat zulk een decentralisatie tot \u201cniets\u201d zou leiden. Daarmee bliezen liberalen en socialisten het luik aangaande de provincies \u2013 dat nochtans een grote plaats in het regeerakkoord innam \u2013 op. De gewestvorming, want daarover ging het nu, was iets heel anders dan de \u201ceconomische decentralisatie\u201d waarover tot dan toe gesproken was (Advocaat Jean-Pierre Debandt noemde dit in 1993 de \u201contsporing\u201d van de jaren 1960, zie G. VAN ISTENDAEL, J.-M. DEHOUSSE, J. GOL et. al.,&nbsp;Het Nut van Belgi\u00eb, Antwerpen, 1993, p. 78).<\/p>\n\n\n\n<p>Dat impliceerde immers een defederalisering van de unitaire staat waarbij deze laatste alle controle over de gewesten en gemeenschappen zou verliezen\u2026 Men kan zonder overdrijving stellen dat 2 oktober 1969 de zwartste dag van de geschiedenis van Belgi\u00eb in vredestijd was\u2026<\/p>\n\n\n\n<p>Een paar maanden na het einde van het voorzitterschap van unitarist Vanaudenhove (PVV-PLP) werd Belgi\u00eb, onder impuls van het RW en de VU \u2013 later gesteund door liberalen en socialisten \u2013 op heel korte tijd in de richting van het&nbsp;dualistisch taalfederalisme, dat alle partijen tot dan toe hadden veroordeeld, gestuwd. De werkgroep kwam van 24 september 1969 tot 13 november 1969 samen en al na iets meer dan een week werd het principe van provinciale decentralisatie zonder de minste motivering naar de prullenmand verwezen. De regering, die over geen 2\/3de&nbsp;meerderheid beschikte, had onderhandeld met nationalisten en gaandeweg de nationalistische principes overgenomen\u2026<\/p>\n\n\n\n<p><strong>6. Van 1970 tot 1980<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Op 21 februari 1970&nbsp;legde Gaston Eyskens volgende verklaring af in het Parlement:&nbsp;\u201cde unitaire Staat, met zijn structuur en zijn werkwijze zoals die thans door de wetten nog geregeld zijn, is door de gebeurtenissen achterhaald. De gemeenschappen en de gewesten moeten hun plaats innemen in vernieuwde staatsstructuren die beter aangepast moeten zijn aan de eigen toestanden van het land.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Na verschillende maanden getouwtrek werd de staatshervorming uiteindelijk door de twee Kamers in december 1970 goedgekeurd. De laatste stemming vond plaats in de Senaat op 22 december 1970. Het is tekenend vast te stellen dat ondanks het feit dat de Volksunie de stemming geboycot heeft, er daarna een hartelijke ontmoeting tussen de eerste minister Gaston Eyskens en de voorzitter van de flamingantische nationalisten Frans Van der Elst tijdens dewelke de eerste minister zich erop beroemde een schitterende staatshervorming doorgevoerd te hebben zonder belangrijke toegevingen aan de Franstaligen Belgen en de Belgische unitaristen (bron&nbsp;: Memoires van Gaston Eyskens, Lannoo, Tielt, 1993, p. 853-854). Eyskens heeft zich dus als een \u00ab&nbsp;goede flamingant&nbsp;\u00bb gedragen, wat de leider van de VU heeft erkend. Deze laatste heeft hem zelfs gefeliciteerd en heeft zich ge\u00ebxcuseerd voor het gedrag van zijn partijleden in het parlement&nbsp;(!).<\/p>\n\n\n\n<p>De \u201cconstituante\u201d heeft echter in 1970 twee artikels ingevoegd, namelijk artikel 59bis dat \u201cgemeenschappen\u201d moest cre\u00ebren en artikel 107quater dat \u201cgewesten\u201d zou cre\u00ebren. Nochtans had de \u201cpreconstituante\u201d in 1968 niet in zo\u2019n grondwetswijziging voorzien.&nbsp;M.a.w., bij de grondwetswijziging van 1970 werden artikels in de grondwet ingevoerd, namelijk die over de gewesten en de gemeenschappen, die niet in de verklaring tot herziening van de grondwet van 1968 vermeld stonden. Dat is verboden en maakt het hele federale systeem ongrondwettelijk. Anders gezegd: het federalisme is dus niet alleen het gevolg van een barslecht bestuur, maar ook \u2013 en dat is nog erger \u2013 van een misdrijf.<\/p>\n\n\n\n<p>Vandaag ondervinden we nog de rampzalige gevolgen van de ontsporing van 1969. Deze hervorming bevatte de kern van heel de huidige structuur van het taalfederalisme met zijn gewesten en gemeenschappen. De 5 andere staatshervormingen van 1980, 1988, 1993, 2001 en 2013 waren niet meer dan de uitvoering van het separatistische project van Gaston Eyskens. Hij was dus echt de auteur van dit complexe, dure, ineffici\u00ebnte en discriminerende systeem in zo\u2019n klein land. Objectief gezien was Eyskens een groot politicus, maar in de eerste plaats voor de flaminganten. Aan Belgi\u00eb en zijn bevolking heeft hij veel schade berokkend waar ze vandaag nog altijd dagelijks onder lijden.<\/p>\n\n\n\n<p>Ook na de staatshervorming van 1970 waren er nog waarschuwende stemmen.&nbsp;Zo verklaarde Leo Tindemans in 1971:&nbsp;\u201cIk heb geen enkel, maar ook geen enkel vooroordeel tegen een federaal systeem. Indien het ons land beter zou organiseren, met minder wrijvingen en zonder verlies van welvaart, dan zou men wel gek zijn het niet te aanvaarden. Maar de grootste specialisten in de wereld die ik daarover geconsulteerd heb, hebben mij gezegd&nbsp;dat het federalisme met twee&nbsp;[\u2026]&nbsp;een contradictio in terminis is. Federalisme met twee, zeggen ze mij, is geen federalisme; het is de juxtapositie van twee volken die een tegenovergestelde richting uitgaan.\u201d Leo Tindemans (CVP) in de Senaat, 7 juli 1971 (Parlementaire Handelingen Senaat, p. 2368)<\/p>\n\n\n\n<p>Fran\u00e7ois Perin, die de lont aan het kruitvat stak, verklaarde tien jaar later niet meer in Belgi\u00eb te geloven (gegeven dat hij er al ooit in geloofd had !).<\/p>\n\n\n\n<p>Uit de VU, opvolgster van de collaborateurs van het VNV, kwamen achtereenvolgens de \u201cnieuwe\u201d separatistische en extreemrechtse partijen VB en N-VA voort.<\/p>\n\n\n\n<p>Na de staatshervorming van 1970 kwam die van 1980. Wilfried Martens (CVP) was toen premier.&nbsp;Opnieuw werden de duidelijke waarschuwingen van de jaren 1960 volledig in de wind geslagen. Deze \u201chervorming\u201d (lees: staatsafbraak) heeft de bevoegdheden van de gemeenschappen en gewesten gevoelig uitgebreid, ook al heeft Martens niet geraakt aan de structuur van het taalfederalisme van 1970.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>7. De staatshervormingen vanaf 1988<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>De \u201cstaatshervorming\u201d van 1988 was eveneens het werk van premier Martens. Deze hervorming was even drastisch als die van 1980. Belgi\u00eb werd meer en meer \u201cuitgekleed\u201d, vooral in het voordeel van de gewesten, die alleen aan hun eigen belang dachten. Zelfs tijdens deze zgn. \u201cderde fase\u201d van de staatshervorming waren kritische stemmen niet afwezig, maar alweer werden ze niet gehoord. Zo waarschuwde Senator en staatsman Ludo Dierickx (Agalev) in 1988 in Le Soir de toenmalige Eerste Minister, Wilfried Martens: \u201cCe f\u00e9d\u00e9ralisme ethnique&nbsp;\u00e0 deux va-t-il enfin satisfaire et apaiser la classe politique de notre pays?&nbsp;La r\u00e9forme de l\u2019Etat donne \u00e0 deux nationalismes des institutions, des parlements, des gouvernements, des pouvoirs, des milliards et surtout beaucoup de mati\u00e8res \u00e0 conflit. Pensez-vous qu\u2019un f\u00e9d\u00e9ralisme \u00e0 deux ou \u00e0 trois puisse fonctionner et ne pas mener au s\u00e9paratisme?\u201d&nbsp;(\u201cTribune Libre \u2013 Six questions \u00e0 M. Martens\u201d,&nbsp;Le Soir, 21 november 1988).<\/p>\n\n\n\n<p>Vertaling: \u201eZal dit tweeledige etnische federalisme eindelijk de politieke klasse van ons land tevreden en geruststellen ? De staatshervorming geeft aan twee nationalismen instellingen, parlementen, regeringen, bevoegdheden, miljarden en vooral veel twistappels. Denkt u dat een federalisme met twee of drie kan werken en niet tot separatisme zal leiden ?\u201d &nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>Door de vierde staatshervorming van 1993-94 onder impuls van Jean-Luc Dehaene (CVP) werd Belgi\u00eb officieel een federale staat (grondwet van 17 februari 1994), maar die beslissing riep een nieuwe nationalistische dynamiek in het leven, wat resulteerde in de staatshervorming van 2001 van premier Verhofstadt (VLD) en later de zesde staatshervorming van eerste minister Elio Di Rupo (PS) van 2012 tot 2014. Deze laatste hervorming heeft nog meer bevoegdheden aan de gewesten toegekend en heeft zelfs een deel van de sociale zekerheid, nl. de kinderbijslagen, aan de gemeenschappen toegekend.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>8. Besluit<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Als men de huidige federalisering van Belgi\u00eb vergelijkt met de waarschuwingen van de partijcongressen van de jaren 1960, wie durft dan nog te beweren dat de nationalisten geen heel eind gevorderd zijn in het ontmantelen van de Belgische staat? Wie denkt dan nog dat de \u201cstaatshervormingen\u201d een goede zaak zijn voor Belgi\u00eb en de Belgen?&nbsp;Wie heeft dan nog niet begrepen dat federalisme een codewoord is voor separatisme ?&nbsp; De B.U.B. doet een plechtige oproep aan elke Belg die zijn land respecteert om het taalfederalisme als een zware vergissing uit de nationale geschiedenis te verwerpen. Belgi\u00eb is eerst en vooral nood aan een intellectuele revolutie (\u2018ein grosses Umdenken\u2019, zoals men het zo goed in het Duits zegt) om de weg naar een nieuw unitair en drietalig Belgi\u00eb op basis van de 9 historische provincies vrij te maken.<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>LA VERITE SUR LA CREATION DU FEDERALISME LINGUISTIQUE<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Le f\u00e9d\u00e9ralisme linguistique belge constitue l&#8217;une des plus importantes causes des probl\u00e8mes politico-communautaires actuels. Ce syst\u00e8me d\u2019apartheid bipolaire oppose constamment les Belges n\u00e9erlandophones aux Belges francophones et invers\u00e9ment. Dans ce texte, nous \u00e9tudierons les origines du f\u00e9d\u00e9ralisme&nbsp;linguistique. Comment en sommes-nous&nbsp;arriv\u00e9s l\u00e0&nbsp;? On verra que le premier ministre Gaston Eyskens, qui a un pass\u00e9 tr\u00e8s flamingant, a mis en marche la machine infernale du f\u00e9d\u00e9ralisme linguistique et qu\u2019il a jet\u00e9 toutes les bases de la catastrophe f\u00e9d\u00e9raliste. Les r\u00e9formes de l\u2019Etat subs\u00e9quentes ne sont que l\u2019ex\u00e9cution de ce projet s\u00e9paratiste. La premi\u00e8re r\u00e9forme de l\u2019Etat est une histoire&nbsp;intrigante&nbsp;qui donne&nbsp;\u00e0&nbsp;r\u00e9fl\u00e9chir et qui nous confronte&nbsp;\u00e0&nbsp;la stupidit\u00e9 humaine ainsi qu\u2019au pouvoir de quelques individus s\u00e9paratistes ou opportunistes qui peuvent mettre en danger l\u2019unit\u00e9 du pays.&nbsp;<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Entre janvier 1967 et f\u00e9vrier 1970, l\u2019unitarisme belge a \u00e9t\u00e9 temporairement enterr\u00e9.&nbsp;Naturellement,&nbsp;cet \u00e9v\u00e9nement n\u2019est pas uniquement le r\u00e9sultat des \u00e9v\u00e9nements de ces trois ann\u00e9es. Pendant des d\u00e9cennies, le pouvoir des nationalistes flamands et des r\u00e9gionalistes &#8220;wallons&#8221; s&#8217;est accru au sein de la soci\u00e9t\u00e9 belge. Cependant, cela n&#8217;aurait&nbsp;jamais d\u00fb arriver si les partis impliqu\u00e9s avaient fait preuve de plus d&#8217;esprit d&#8217;\u00c9tat et avaient \u00e9cout\u00e9 les avertissements pr\u00e9c\u00e9dents de leurs propres partis. Dans ce contexte, on peut&nbsp;donc&nbsp;parler d&#8217;une&nbsp;erreur de gestion capitale avec des cons\u00e9quences majeures et n\u00e9fastes.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p><strong>1. Les trois partis traditionnels s\u2019opposent au f\u00e9d\u00e9ralisme<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Au cours des ann\u00e9es 60 du 20e si\u00e8cle, le f\u00e9d\u00e9ralisme a \u00e9t\u00e9 d\u00e9battu lors de plusieurs congr\u00e8s&nbsp;de&nbsp;partis. \u00c0 l&#8217;hiver 1960-1961, une gr\u00e8ve se d\u00e9roula contre la &#8220;loi unique&#8221;, notamment \u00e0 l\u2019instigation du r\u00e9gionaliste de gauche Andr\u00e9 Renard, qui&nbsp;voyait le f\u00e9d\u00e9ralisme comme une solution.<\/p>\n\n\n\n<p>Un an plus tard, en d\u00e9cembre 1961, le&nbsp;Congr\u00e8s CVP-PSC&nbsp;a discut\u00e9 la &#8220;tension dangereuse entre les communaut\u00e9s&#8221;. Trois solutions \u00e9taient possibles selon le parti chr\u00e9tien-d\u00e9mocrate: 1) le s\u00e9paratisme; 2) le f\u00e9d\u00e9ralisme; 3) l\u2019unitarisme avec autonomie culturelle. Le s\u00e9paratisme et le f\u00e9d\u00e9ralisme ont \u00e9t\u00e9 rejet\u00e9s sans \u00e9quivoque.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>Pourquoi le CVP a-t-il rejet\u00e9 le s\u00e9paratisme? Tout d&#8217;abord, le parti a estim\u00e9 que le terme&nbsp;\u00e9tait&nbsp;&#8220;ambigu&#8221;. Nous constatons en effet aujourd\u2019hui \u00e0 quel point le f\u00e9d\u00e9ralisme belge ressemble fortement au conf\u00e9d\u00e9ralisme. Deuxi\u00e8mement, le f\u00e9d\u00e9ralisme garantirait la pleine souverainet\u00e9 des&nbsp;entit\u00e9s f\u00e9d\u00e9r\u00e9es&nbsp;sans l\u2019intervention de l\u2019\u00c9tat f\u00e9d\u00e9ral (c\u2019est&nbsp;aujourd\u2019hui effectivement&nbsp;le cas dans notre &#8220;f\u00e9d\u00e9ralisme&nbsp;coop\u00e9ratif&#8221;). Troisi\u00e8mement, les \u00c9tats obtiendraient un droit de veto, \u00e9galement dans des mati\u00e8res f\u00e9d\u00e9rales. De plus, les&nbsp;entit\u00e9s f\u00e9d\u00e9r\u00e9es seraient impliqu\u00e9es dans les r\u00e9visions constitutionnelles. C\u2019est aujourd\u2019hui le cas, surtout depuis la cr\u00e9ation d\u2019un S\u00e9nat des communaut\u00e9s par la r\u00e9forme de l\u2019Etat de 2012-2014. Enfin, la m\u00e9thode permettant de parvenir \u00e0 un partage des pouvoirs n\u2019\u00e9tait pas claire. C\u2019est le moindre que l\u2019on puisse dire apr\u00e8s 50 ans de fragmentation chaotique des pouvoirs. Ces pr\u00e9occupations \u00e9taient donc tout simplement visionnaires. Le parti a conclu: \u00abUn f\u00e9d\u00e9ralisme dualiste conduit fatalement au s\u00e9paratisme&nbsp;[\u2026]&nbsp;Nous sommes confront\u00e9s&nbsp;\u00e0&nbsp;un&nbsp;conflit institutionnalis\u00e9. Une politique f\u00e9d\u00e9raliste, un v\u00e9ritable non-sens \u00e9conomique&nbsp;qui aurait des cons\u00e9quences d\u00e9sastreuses sur notre prosp\u00e9rit\u00e9,&nbsp;et qui&nbsp;va \u00e0 l&#8217;encontre d&#8217;un mouvement historique qui vise actuellement \u00e0&nbsp;regrouper les peuples&nbsp;dans le monde entier \u00bb&nbsp;(P. MENU,&nbsp;Congresresoluties van de Vlaamse politieke partijen, II., De Christelijke Volkspartij 1945, Gand, 1993, p. 135-149).<\/p>\n\n\n\n<p>Le parti lib\u00e9ral&nbsp;PVV-PLP&nbsp;\u00e9tait encore plus franc dans son attaque contre le f\u00e9d\u00e9ralisme. D\u00e9but octobre 1967, le parti a d\u00e9clar\u00e9 : \u00abpour pouvoir moderniser l\u2019\u00c9tat belge, il faut mettre d\u00e9finitivement un terme aux diff\u00e9rends qui opposent les Belges les uns aux autres&nbsp;de mani\u00e8re artificielle, \u00e0 la suite de l\u2019action d\u00e9magogique de certains groupes [\u2026]. Le PVV rejette toute solution f\u00e9d\u00e9raliste pour l\u2019\u00c9tat belge, car il est convaincu que le f\u00e9d\u00e9ralisme m\u00e8nerait le pays au s\u00e9paratisme, \u00e0 l\u2019incertitude&nbsp;\u00e9conomique et au d\u00e9clin de sa&nbsp;prosp\u00e9rit\u00e9. Le PVV rejette tout&nbsp;immobilisme,&nbsp;et souhaite&nbsp;cr\u00e9er une nouvelle atmosph\u00e8re dans le pays, une atmosph\u00e8re de solidarit\u00e9 et de confiance dans un avenir commun.\u201c Dans ce contexte, le parti lib\u00e9ral souhaitait prendre des mesures dans le domaine de l&#8217;\u00e9ducation (promotion de la seconde langue nationale, \u00e9change d&#8217;enseignants au-del\u00e0 de la fronti\u00e8re linguistique), les m\u00e9dias,&nbsp;l&#8217;\u00e9conomie et&nbsp;l&#8217;organisation de l&#8217;\u00c9tat (notamment par la mise en place d&#8217;un S\u00e9nat compos\u00e9 sur base d\u2019une circonscription nationale et de s\u00e9nateurs coopt\u00e9s par la province). En bref, il s\u2019agissait du programme&nbsp;du&nbsp;B.U.B.&nbsp;aujourd&#8217;hui. (\u201cVoor een nieuw Belgi\u00eb\u201d, IXde Congres PVV-PLP, Knokke, 29-30 septembre, 1er octobre 1967,&nbsp;<a href=\"http:\/\/www.liberaalarchief.be\/\">www.liberaalarchief.be<\/a>).&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p><strong>2. Qui \u00e9tait le premier ministre Gaston Eyskens?<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Quelques mois auparavant, le 5 janvier 1967,&nbsp;Gaston Eyskens&nbsp;(CVP) avait adress\u00e9 au Roi Baudouin une note sur la probl\u00e9matique du f\u00e9d\u00e9ralisme.<\/p>\n\n\n\n<p>Pr\u00e9alablement, il faut savoir que ce monsieur s\u2019\u00e9tait tristement distingu\u00e9 dans les ann\u00e9es 1930 par son projet de scission du parti catholique belge en une aile francophone et une aile n\u00e9erlandophone et qu\u2019il a mis sur pied une collaboration \u00e9ph\u00e9m\u00e8re entre cette aile flamingante (la KVV) et les fascistes et s\u00e9paratistes de Staf De Clercq r\u00e9unis dans le VNV, qui collaborait avec le parti REX de L\u00e9on Degrelle et avec les nazis pendant la deuxi\u00e8me guerre mondiale (M\u00e9moires de Gaston Eyskens, Lannoo, Tielt, 1993, p. 76 et s.).<\/p>\n\n\n\n<p>Avant la deuxi\u00e8me guerre mondiale, ce triste sire \u00e9tait membre de l\u2019organisation estudiantine ultra-flamingante KVHV et qui tenait des discours \u00e0 l\u2019invitation du Davidsfonds &nbsp;et le Vlaams Economisch Verbond (VEV), deux organisations flamingantes\u2026 On peut dire par cons\u00e9quent que Gaston Eyskens est le plus grand flamingant de l\u2019Histoire, m\u00eame si son p\u00e8re \u00e9tait extr\u00eamement pro-belge car il d\u00e9testait les flamingants en raison de leur collaboration avec les Allemands pendant la premi\u00e8re guerre mondiale. Gaston Eyskens y voyait un banal conflit de g\u00e9n\u00e9rations (M\u00e9moires de Gaston Eyskens, Lannoo, Tielt, 1993, p. 27). Dans les ann\u00e9es 1930, le jeune professeur d\u2019universit\u00e9 Gaston Eyskens proposa m\u00eame la suppression des provinces et leur remplacement par des \u00ab&nbsp;gouwraden&nbsp;\u00bb pour Bruxelles, la \u00ab&nbsp;Wallonie&nbsp;\u00bb et la \u00ab&nbsp;Flandre&nbsp;\u00bb (M\u00e9moires de Gaston Eyskens, Lannoo, Tielt, 1993, p. 66). Il voulait aussi la cr\u00e9ation d\u2019un parti populaire flamingant nomm\u00e9 Katholieke Vlaamse Volkspartij et souhaitait collaborer avec la VNV s\u00e9paratiste et fasciste (M\u00e9moires de Gaston Eyskens, Lannoo, Tielt, 1993, p. 74-76). Dans un article paru au Standaard le 3 juin 1936, Gaston Eyskens a m\u00eame d\u00e9clar\u00e9&nbsp;sous le titre&nbsp;: \u00ab&nbsp;Naar een volksfront van alle Vlaamse strijdformaties. Laat het katholieke Vlaanderen bouwen aan een eigen huis&nbsp;\u00bb (Traduction: \u201cVers un front populaire de toutes les formations de combat flamandes. Faites la Flandre catholique construire sa propre maison&nbsp;\u00bb)&nbsp;:<\/p>\n\n\n\n<p>\u00ab&nbsp;Vlaanderen had behoefte aan een bezielende politieke idee, een gemeenschappelijke politiek en een ware offergeest voor grote idealen. Om die tot stand te brengen, betoogde ik, was het nodig dat de Vlamingen zich in \u00e9\u00e9n groot strijdfront verenigden om radicaal en agressief en met alle propagandamiddelen op te rukken tegen alle volksvernietigende krachten [\u2026]\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>\u00ab&nbsp;Ik besloot dat een machtig strijdfront van alle gezonde en volkse krachten tot stand moest komen voor het vestigen van een christelijke en volkse orde in Vlaanderen. Dat was de weg die bewandeld moest worden. Het was hoog tijd, schreef ik ten slotte, dat dergelijke taal in de katholieke partij gesproken werd.\u201d<\/p>\n\n\n\n<p>Traduction:<\/p>\n\n\n\n<p>\u201cLa Flandre avait besoin d\u2019une id\u00e9e politique enthousiasmante, une politique commune et un vrai esprit de sacrifice au profit de grands id\u00e9aux. Pour mettre cela en \u0153uvre, d\u00e9clarais-je, il \u00e9tait n\u00e9cessaire que les Flamands se rassemblent dans un grand front de combat afin d\u2019affronter radicalement et agressivement et \u00e0 l\u2019aide de tous les moyens de propagande toutes les forces d\u00e9truisant le peuple [\u2026]&nbsp;\u00bb<\/p>\n\n\n\n<p>\u00ab&nbsp;Je concluais qu\u2019un puissant front de combat de toutes les forces saines et populaires devait voir le jour pour la r\u00e9alisation d\u2019un ordre chr\u00e9tien et populaire en Flandre. &nbsp;Cela, c\u2019\u00e9tait la voie \u00e0 suivre. Il \u00e9tait grand temps, ajoutais-je enfin, qu\u2019un tel langage soit tenu au sein du parti catholique.&nbsp;\u00bb<\/p>\n\n\n\n<p>(M\u00e9moires de Gaston Eyskens, Lannoo, Tielt, 1993, p. 71).<\/p>\n\n\n\n<p>On dirait un discours de Joseph Goebbels, ministre de la propagande des nazis\u2026<\/p>\n\n\n\n<p>Un point positif tout de m\u00eame sur ce sinistre personnage que certains appellent homme d\u2019Etat (mais duquel&nbsp;?) est le suivant&nbsp;: en 1970, il ne voulait plus toucher \u00e0 l\u2019existence des provinces ni \u00e0 la composition provinciale du S\u00e9nat, ce dernier devant \u00eatre maintenu, selon lui.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>3. Une lettre au Roi du premier ministre<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Mais revenons \u00e0 sa lettre pr\u00e9cit\u00e9e adress\u00e9e au Roi Baudouin du 5 janvier 1967.&nbsp; Le flamingant Gaston Eyskens y d\u00e9clara en substance&nbsp;:&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>1) les probl\u00e8mes linguistiques ont provoqu\u00e9 de graves conflits entre les communaut\u00e9s linguistiques. En revanche,&nbsp;la majorit\u00e9 de la population y \u00e9tait indiff\u00e9rente, \u00e0 l&#8217;exception des organisations&nbsp;flamingantes&nbsp;et des travailleurs de &#8220;Wallonie&#8221;. Eyskens visait ainsi les dirigeants politiques et syndicaux &#8220;wallons&#8221; qui d\u00e9crivaient le f\u00e9d\u00e9ralisme comme une occasion de mettre en \u0153uvre des r\u00e9formes \u00e9conomiques approfondies et de&nbsp;relancer l\u2019\u00e9conomie de leur r\u00e9gion.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>2)&nbsp;Il \u00e9tait personnellement convaincu que lors d&#8217;un r\u00e9f\u00e9rendum sur le choix entre l\u2019\u00c9tat unitaire et l\u2019\u00c9tat f\u00e9d\u00e9ral, une large majorit\u00e9 de Belges appuierait la premi\u00e8re formule.&nbsp;L\u2019\u00c9tat unitaire existait depuis l\u2019ind\u00e9pendance de la Belgique. Les institutions, partis et organisations belges ont \u00e9t\u00e9 organis\u00e9s sur la base de cette structure unitaire. La population n&#8217;avait jamais connu une autre forme \u00e9tatique. \u00abPour beaucoup de gens, \u00eatre attach\u00e9 \u00e0 l\u2019\u00c9tat unitaire \u00e9tait synonyme de patriotisme et de loyaut\u00e9 envers nos institutions. D\u2019autres formules \u00e9taient pour bon nombre de personnes \u00e9quivalentes \u00e0 une division profonde, \u00e0 une fragmentation de l\u2019autorit\u00e9, \u00e0 une atteinte \u00e0 l\u2019esprit national ou au d\u00e9but du s\u00e9paratisme qui conduirait \u00e0 des risques incertains.&nbsp;\u00bb<\/p>\n\n\n\n<p>3)&nbsp;Cependant, a-t-il fait observer, en politique, ce sont principalement les&nbsp;minorit\u00e9s&nbsp;actives et agressives ainsi que les actions d\u2019intellectuels qui sont d\u00e9cisives et qui font aboutir les plans de r\u00e9forme.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>4) Certains esp\u00e9raient que &#8220;l&#8217;internationalisation des questions politiques et \u00e9conomiques, la coop\u00e9ration internationale croissante et, surtout,&nbsp;l&#8217;unification de l&#8217;Europe, att\u00e9nueraient les tensions entre &#8220;Flamands&#8221; et &#8220;Wallons&#8221;. Pour le moment, ce n&#8217;\u00e9tait pas le cas.&nbsp;Au contraire, l\u2019Etat unitaire \u00e9tait attaqu\u00e9 de tous les c\u00f4t\u00e9s par des propositions de d\u00e9centralisation, de d\u00e9concentration, d\u2019autonomie culturelle \u00e0 diff\u00e9rents niveaux, de f\u00e9d\u00e9ralisation et de f\u00e9d\u00e9ralisme.&nbsp;\u00bb<\/p>\n\n\n\n<p>5)&nbsp;Enfin, les trois partis nationaux \u00e9taient de plus en plus sujets aux tensions&nbsp;communautaires internes. L&#8217;unit\u00e9 du CVP \u00e9tait devenue une fiction. Fin 1966, il a \u00e9t\u00e9 annonc\u00e9 que, d\u00e9but 1967, les socialistes dits &#8220;wallons&#8221; et &#8220;flamands&#8221; se r\u00e9uniraient s\u00e9par\u00e9ment. La plupart des leaders socialistes &#8220;wallons&#8221; d\u00e9fendaient le f\u00e9d\u00e9ralisme depuis plusieurs ann\u00e9es. Le PVV a conserv\u00e9 son unit\u00e9&nbsp;en apparence. Mais, selon Eyskens, c\u2018\u00e9tait &#8220;principalement pour des raisons tactiques&#8221;. Cependant, l&#8217;association lib\u00e9rale flamande \u2018Liberaal Vlaams Verbond \u2018 a progressivement soutenu ceux qui souhaitaient davantage d&#8217;autonomie &#8220;flamande&#8221;.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p><strong>4. 1968: une ann\u00e9e tr\u00e8s tumultueuse<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>En 1968, le gouvernement Vanden Boeynants est tomb\u00e9 en raison de l\u2018affaire &#8220;Leuven-Vlaams&#8221;. Lors des \u00e9lections suivantes, tr\u00e8s communautaris\u00e9es, les partis communautaires se sont consid\u00e9rablement renforc\u00e9s. La VU est&nbsp;pass\u00e9e&nbsp;de 12 \u00e0 20 si\u00e8ges \u00e0 la Chambre et le RW a obtenu 6 si\u00e8ges d&#8217;un coup.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>Le 17 juin 1968, le gouvernement Gaston Eyskens IV a pr\u00eat\u00e9 serment. Ce gouvernement \u00e9tait compos\u00e9 du CVP \/ PSC et du BSP \/ PSB, mais ne disposait pas d&#8217;une majorit\u00e9 des deux tiers. Le volumineux accord de coalition pr\u00e9voyait quatre mesures: 1) l&#8217;autonomie culturelle; 2) une d\u00e9centralisation administrative pouss\u00e9e vers les provinces; 3) la d\u00e9centralisation \u00e9conomique par la mise en place de conseils \u00e9conomiques r\u00e9gionaux et de soci\u00e9t\u00e9s de d\u00e9veloppement; 4) garantir les droits des minorit\u00e9s id\u00e9ologiques et des minorit\u00e9s linguistiques.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>En octobre 1968, les deux ministres responsables des relations intercommunautaires ont pr\u00e9sent\u00e9 leurs propositions au Parlement. La proposition de Tindemans (CVP) contenait les \u00e9l\u00e9ments suivants: a) certaines zones pourraient \u00eatre retir\u00e9es des provinces pour leur attribuer un statut s\u00e9par\u00e9 (p.ex. Les Fourons); b) la Belgique serait constitutionnellement divis\u00e9e en quatre zones linguistiques; c) les d\u00e9put\u00e9s seraient divis\u00e9s en deux groupes linguistiques et certaines lois exigeraient une majorit\u00e9 dans les deux groupes linguistiques; d) deux conseils s\u00e9natoriaux&nbsp;seraient&nbsp;cr\u00e9\u00e9s, un pour la communaut\u00e9 n\u00e9erlandophone et un pour la communaut\u00e9 francophone. Ces conseils seraient comp\u00e9tents pour un large \u00e9ventail de questions culturelles,&nbsp;telles que la protection de la langue,&nbsp;la radio et t\u00e9l\u00e9vision, la politique&nbsp;culturelle et&nbsp;de la jeunesse, les arts et lettres, les relations culturelles avec les autres communaut\u00e9s linguistiques et avec l&#8217;\u00e9tranger ainsi qu\u2019un certain nombre de questions d\u2019\u00e9ducation; d) une &#8220;proc\u00e9dure de sonnette&nbsp;d&#8217;alarme&#8221; serait introduite. La proposition de son homologue francophone, le socialiste&nbsp;Terwagne, pr\u00e9voyait la cr\u00e9ation de &#8220;soci\u00e9t\u00e9s&nbsp;de d\u00e9veloppement r\u00e9gional&#8221;. Celles-ci auraient des pouvoirs tr\u00e8s limit\u00e9s: l&#8217;identification des besoins \u00e9conomiques r\u00e9gionaux, la conception d&#8217;une politique r\u00e9gionale et la planification (contraignante).&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>La protestation contre ces projets \u00e9tait f\u00e9roce. Le PVV-PLP a jug\u00e9 l&#8217;autonomie culturelle trop \u00e9tendue. Selon eux, elle \u00e9tait contraire \u00e0 la loi puisque l&#8217;article 26 de la Constitution stipulait que le Roi, la Chambre et le S\u00e9nat exer\u00e7aient conjointement le pouvoir l\u00e9gislatif. Les lib\u00e9raux ont propos\u00e9 la cr\u00e9ation de conseils culturels dont les d\u00e9cisions seraient ratifi\u00e9es par le Roi. Le parti n\u2019\u00e9tait pas non plus favorable \u00e0 la cr\u00e9ation de conseils r\u00e9gionaux et a demand\u00e9 une d\u00e9centralisation&nbsp;provinciale. D&#8217;autre part, la VU&nbsp;a jug\u00e9 l&#8217;autonomie culturelle trop restrictive. Le parti a demand\u00e9&nbsp;des&nbsp;parlements et gouvernements propres \u00e0 chaque r\u00e9gion&nbsp;disposant&nbsp;d&#8217;un financement propre et a soulev\u00e9 des objections \u00e0 l&#8217;encontre de la &#8220;constitution verrouill\u00e9e&#8221; (\u00ab&nbsp;grendelgrondwet&nbsp;\u00bb). En ce qui concerne la d\u00e9centralisation \u00e9conomique, une offensive a \u00e9t\u00e9 lanc\u00e9e du c\u00f4t\u00e9 socialiste &#8220;wallon&#8221; pour accorder des pouvoirs l\u00e9gislatifs aux conseils \u00e9conomiques r\u00e9gionaux. Quoi qu\u2019il en soit, le 28 f\u00e9vrier 1969, le cabinet des ministres parvint \u00e0 un accord sur l&#8217;extension des pouvoirs des soci\u00e9t\u00e9s de d\u00e9veloppement r\u00e9gional (\u00e0 la&nbsp;demande&nbsp;des&nbsp;socialistes). On attribuerait \u00e9galement les m\u00eames pouvoirs au conseil \u00e9conomique&nbsp;du Brabant qu\u2019aux deux autres conseils r\u00e9gionaux (exigence du PSC), mais il serait compos\u00e9 de mani\u00e8re&nbsp;paritaire&nbsp;(exigence du CVP).&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p><strong>5. La catastrophe d\u2019octobre 1969<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Malgr\u00e9 un consid\u00e9rable travail parlementaire pr\u00e9paratoire, les discussions \u00e9taient un \u00e9chec. Cependant, le 21 ao\u00fbt 1969, une conversation entre Gaston Eyskens et Pierre Descamps, qui avait succ\u00e9d\u00e9 \u00e0 Omer&nbsp;Vanaudenhove&nbsp;en tant que pr\u00e9sident du PVV-PLP en juin, a conduit au d\u00e9blocage. Descamps a confirm\u00e9 que son parti n&#8217;\u00e9tait pas dispos\u00e9 \u00e0 coop\u00e9rer \u00e0 la r\u00e9vision de la constitution tant que les propositions du gouvernement \u00e9taient prises comme base&nbsp;et que le PVV-PLP continuait \u00e0 avoir des probl\u00e8mes&nbsp;avec les propositions d\u2019autonomie culturelle. Eyskens a propos\u00e9 de cr\u00e9er un groupe de travail compos\u00e9 des partis gouvernementaux, du PVV-PLP et des &#8220;partis&nbsp;communautaires&#8221;. Les propositions du gouvernement serviraient de base, mais pourraient \u00eatre amend\u00e9es. Pour la premi\u00e8re fois dans l&#8217;histoire de la Belgique, tous les partis politiques ont \u00e9t\u00e9 impliqu\u00e9s dans une consultation communautaire.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>Toutefois, le r\u00e9sultat de cette concertation conjointe \u00e9tait tout sauf positif. Le &#8220;groupe de travail des 28&#8221; a d\u00e9but\u00e9 le 24 septembre 1969. Les discussions se sont tenues au 16&nbsp;rue&nbsp;de la Loi. Eyskens a pr\u00e9sid\u00e9 le groupe de travail, accompagn\u00e9 des ministres Tindemans et&nbsp;Terwagne. Sur le c\u00f4t\u00e9 droit, \u00e0 c\u00f4t\u00e9 de Tindemans, se trouvait la d\u00e9l\u00e9gation du CVP-PSC: Robert&nbsp;Houben, Robert&nbsp;Vandekerckhove, L\u00e9on Servais, Renaat Van&nbsp;Elslande, Raf&nbsp;Hulpiau&nbsp;et Paul de&nbsp;Stexhe. \u00c0 sa gauche, \u00e0 c\u00f4t\u00e9 de&nbsp;Terwagne, se trouvait la d\u00e9l\u00e9gation du BSP: L\u00e9o Collard, Elie Van&nbsp;Bogaert, Frans&nbsp;Gelders, Henri Simonet, Jos Van Eynde et Fernand&nbsp;Dehousse. La d\u00e9l\u00e9gation du PVV-PLP \u00e9tait directement en face d&#8217;Eyskens: Pierre Descamps, G\u00e9rard&nbsp;Delruelle, August De Winter, Basile&nbsp;Risopoulos, Carlos De&nbsp;Baeck&nbsp;et Herman&nbsp;Vanderpoorten. \u00c0 gauche et \u00e0 droite des lib\u00e9raux se trouvaient les repr\u00e9sentants des petits partis: Frans Van der Elst, Wim&nbsp;Jorissen&nbsp;et Frans&nbsp;Baert&nbsp;(de la c\u00e9l\u00e8bre doctrine&nbsp;Baert&nbsp;qui explique par \u00e9tapes comment l&#8217;ind\u00e9pendance &#8220;flamande&#8221; devrait \u00eatre r\u00e9alis\u00e9e) pour la&nbsp;VU, Jean&nbsp;Duvieusart&nbsp;,&nbsp;Fran\u00e7ois&nbsp;Perin&nbsp;et Andr\u00e9&nbsp;Lagasse&nbsp;pour le FDF-RW (= Front des francophones et Rassemblement wallon), et enfin Mare&nbsp;Drumeaux&nbsp;pour le parti communiste. Apr\u00e8s, il s\u2019av\u00e9rerait que la contribution des six repr\u00e9sentants des partis linguistiques fut d\u00e9cisive.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>Un consensus s&#8217;est rapidement d\u00e9gag\u00e9 sur l&#8217;autonomie culturelle. Les conseils&nbsp;culturels ont re\u00e7u un pouvoir l\u00e9gislatif. Ils \u00e9taient compos\u00e9s de s\u00e9nateurs, car il \u00e9tait jug\u00e9 impossible que des pouvoirs l\u00e9gislatifs soient exerc\u00e9s en dehors du Parlement. Les lib\u00e9raux&nbsp;\u00e9taient d\u2019accord avec&nbsp;les chr\u00e9tiens-d\u00e9mocrates \u00e0 ce sujet.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>Apr\u00e8s la discussion sur l\u2019autonomie culturelle, les n\u00e9gociateurs abordaient la d\u00e9centralisation administrative. Dans ce contexte, l&#8217;accord de coalition pr\u00e9voyait le transfert de nombreux pouvoirs aux provinces et la transformation des d\u00e9putations permanentes en une sorte de gouvernements provinciaux. Cependant, le consensus qui existait a \u00e9t\u00e9 imm\u00e9diatement critiqu\u00e9.&nbsp;Le r\u00e9gionaliste wallingant Fran\u00e7ois&nbsp;P\u00e9rin (RW)&nbsp;a demand\u00e9&nbsp;un pouvoir de d\u00e9cision normatif&nbsp;dans le&nbsp;domaine \u00e9conomique pour les&nbsp;&#8220;r\u00e9gions&#8221;,&nbsp;leur donnant la possibilit\u00e9 de pr\u00e9lever des taxes. Eyskens a ensuite r\u00e9pondu qu&#8217;une politique \u00e9conomique nationale \u00e9tait n\u00e9cessaire. De plus, il y avait d\u00e9j\u00e0 deux secr\u00e9taires d&#8217;\u00c9tat charg\u00e9s de la politique r\u00e9gionale au sein du gouvernement national. Dans certains cas, il existait d\u00e9j\u00e0 une cl\u00e9 de r\u00e9partition du budget national sur ce qui allait devenir les trois r\u00e9gions. Si les comp\u00e9tences des &#8220;r\u00e9gions&#8221; \u00e9taient encore \u00e9tendues, les probl\u00e8mes qui existaient d\u00e9j\u00e0 dans ce domaine deviendraient encore plus importants. La bo\u00eete de Pandore \u00e9tait cependant ouverte. Dans une spirale de surench\u00e8re communautaire, Frans Van der Elst (VU) a ensuite demand\u00e9 l&#8217;extension de l&#8217;autonomie culturelle \u00e0 d&#8217;autres comp\u00e9tences. Robert&nbsp;Houben&nbsp;(PSC) pouvait accepter l&#8217;autonomie culturelle, mais a rejet\u00e9 toute forme d&#8217;autonomie \u00e9conomique.&nbsp;Sinon, on aboutirait, selon lui, au &#8220;f\u00e9d\u00e9ralisme total qui conduirait au s\u00e9paratisme \u00e0 un stade ult\u00e9rieur&nbsp;\u00bb.&nbsp;Houben, le dernier pr\u00e9sident du CVP-PSC unitaire,&nbsp;avait \u00e9labor\u00e9 une forme de f\u00e9d\u00e9ralisme provincial restreint en d\u00e9cembre 1966. Il souhaitait que les comp\u00e9tences en mati\u00e8re de culture, d&#8217;\u00e9ducation, de travaux publics, de sant\u00e9 publique, de logement, d&#8217;agriculture et d&#8217;urbanisme soient transf\u00e9r\u00e9es aux provinces. Il a \u00e9galement d\u00e9fendu un S\u00e9nat provincial dans lequel chaque province serait repr\u00e9sent\u00e9e par un nombre \u00e9gal de repr\u00e9sentants.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>Le 2 octobre 1969, la proposition&nbsp;de d\u00e9centralisation provinciale a \u00e9t\u00e9&nbsp;d\u00e9finitivement abandonn\u00e9e,&nbsp;lorsque le PVV-PLP, suivi du BSP, a annonc\u00e9 qu&#8217;une telle&nbsp;d\u00e9centralisation ne m\u00e8nerait \u00ab&nbsp;\u00e0 rien&nbsp;\u00bb. Ce faisant, lib\u00e9raux et socialistes ont&nbsp;ray\u00e9 le volet des provinces de l\u2019accord de coalition. La r\u00e9gionalisation, parce que c\u2019est ce dont il s\u2019agissait maintenant, \u00e9tait tr\u00e8s diff\u00e9rente de la &#8220;d\u00e9centralisation \u00e9conomique&#8221; qui avait \u00e9t\u00e9 discut\u00e9e jusqu\u2019\u00e0 pr\u00e9sent (l\u2019avocat Jean-Pierre Debandt l\u2019appelait en 1993 le \u201cd\u00e9raillement\u201d des ann\u00e9es 1960, voy. G. VAN ISTENDAEL, J.-M. DEHOUSSE, J. GOL et. al.,&nbsp;Het Nut van Belgi\u00eb, Anvers, 1993, p. 78). puisqu\u2019elle impliquait une d\u00e9-f\u00e9d\u00e9ralisation de l\u2019\u00c9tat unitaire, par laquelle ce dernier perdrait tout contr\u00f4le sur les r\u00e9gions et les communaut\u00e9s\u2026 On peut dire sans exag\u00e9ration que le 2 octobre 1969 a \u00e9t\u00e9 le jour le plus noir de l\u2019histoire de la Belgique en p\u00e9riode de paix\u2026&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>Quelques mois&nbsp;apr\u00e8s la fin de la pr\u00e9sidence de&nbsp;l\u2019unitariste&nbsp;Vanaudenhove&nbsp;(PVV-PLP), la Belgique, sous l\u2019impulsion du RW et de la VU &#8211; soutenus&nbsp;plus tard par les chr\u00e9tiens-d\u00e9mocrates, les lib\u00e9raux et les socialistes&nbsp;\u2013&nbsp;s\u2019est rapidement dirig\u00e9e&nbsp;vers un&nbsp;f\u00e9d\u00e9ralisme linguistique dualiste,&nbsp;que tous les partis avaient auparavant condamn\u00e9.&nbsp;Le groupe de travail s\u2018est r\u00e9uni&nbsp;du 24 septembre 1969 au 13 novembre 1969, mais d\u00e9j\u00e0 apr\u00e8s un peu plus&nbsp;d&#8217;une semaine, le principe de&nbsp;la d\u00e9centralisation provinciale \u00e9tait ray\u00e9 de la carte sans le moindre&nbsp;motif. Le gouvernement, qui n&#8217;avait pas la majorit\u00e9 des 2\/3, a&nbsp;n\u00e9goci\u00e9 avec les nationalistes et a&nbsp;progressivement adopt\u00e9 leurs principes nationalistes\u2026&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p><strong>6. De 1970 \u00e0 1980<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>Le 21 f\u00e9vrier 1970, Gaston Eyskens a d\u00e9clar\u00e9 devant le Parlement:&nbsp;&#8220;L\u2019\u00c9tat unitaire, avec sa structure et son mode de fonctionnement tels que r\u00e9glement\u00e9s par la loi, est devenu obsol\u00e8te en raison des \u00e9v\u00e9nements. Les communaut\u00e9s et les r\u00e9gions doivent s&#8217;inscrire dans des structures \u00e9tatiques renouvel\u00e9es, qui doivent \u00eatre mieux adapt\u00e9es \u00e0 leurs propres situations. &#8220;<\/p>\n\n\n\n<p>Apr\u00e8s plusieurs mois de tractations, la r\u00e9forme de l\u2019Etat fut finalement approuv\u00e9e par les deux Chambres en d\u00e9cembre 1970, le dernier vote \u00e9tant celui du S\u00e9nat le 22 d\u00e9cembre 1970. Il est significatif de voir que malgr\u00e9 que la Volksunie a boud\u00e9 le vote, il y a eu apr\u00e8s ce dernier une rencontre cordiale entre le premier ministre Gaston Eyskens et le pr\u00e9sident des nationalistes flamingants Frans Van der Elst lors de laquelle le premier ministre s\u2019est vant\u00e9 d\u2019avoir fait passer une r\u00e9forme de l\u2019Etat grandiose sans concessions notables aux Belges francophones et aux unitaristes belges (source&nbsp;: M\u00e9moires de Gaston Eyskens, Lannoo, Tielt, 1993, p. 853-854). Eyskens s\u2019est donc comport\u00e9 en \u00ab&nbsp;bon flamingant&nbsp;\u00bb, ce que le leader de la VU a reconnu. Ce dernier l\u2019a m\u00eame f\u00e9licit\u00e9 et s\u2019est excus\u00e9 du comportement des membres de son parti au parlement&nbsp;(!).<\/p>\n\n\n\n<p>En outre, la \u201cconstituante\u201d a ins\u00e9r\u00e9 deux articles, notamment l\u2019article 59bis qui devait cr\u00e9er des \u201ccommunaut\u00e9s\u201d et l\u2019article 107quater qui devait cr\u00e9er les \u201cr\u00e9gions\u201d.&nbsp; N\u00e9anmoins, en 1968, la \u201cpr\u00e9constituante\u201d n\u2019avait pas&nbsp; propos\u00e9 la r\u00e9vision de ces deux articles. Autrement dit, lors de la r\u00e9vision de la constitution de 1970, certains articles qui n\u2019\u00e9taient pas mentionn\u00e9s dans la r\u00e9vision de la constitution de 1968 ont \u00e9t\u00e9 introduits dans la constitution, notamment ceux concernant les r\u00e9gions et les communaut\u00e9s. Ceci est interdit et rend l\u2019ensemble du syst\u00e8me f\u00e9d\u00e9ral inconstitutionnel. Autrement dit, le f\u00e9d\u00e9ralisme est non seulement le r\u00e9sultat d\u2019une mauvais gestion, mais \u2013 pire encore \u2013 d\u2019un acte illicite.<\/p>\n\n\n\n<p>Nous subissons encore aujourd&#8217;hui les cons\u00e9quences d\u00e9sastreuses du d\u00e9raillement de 1969-1970.&nbsp;Cette r\u00e9forme contenait en germe toute la structure actuelle du f\u00e9d\u00e9ralisme linguistiques avec ses communaut\u00e9s et r\u00e9gions. Les autres 5 r\u00e9formes de l\u2019Etat de 1980, 1988, 1993, 2001 et 2013 n\u2019\u00e9taient que l\u2019ex\u00e9cution du projet s\u00e9paratiste de Gaston Eyskens. Celui-ci \u00e9tait donc vraiment l\u2019auteur de ce syst\u00e8me complexe, co\u00fbteux, inefficace et discriminatoire dans un si petit pays. De fa\u00e7on objective, Eyskens \u00e9tait un grand politicien, mais en premier lieu pour les flamingants. A la Belgique et sa population, il a caus\u00e9 de s\u00e9rieux dommages dont elles souffrent encore quotidiennement \u00e0 l\u2019heure actuelle.<\/p>\n\n\n\n<p>M\u00eame apr\u00e8s la r\u00e9forme de l&#8217;\u00c9tat de 1970,&nbsp;l\u2019on entendait encore des avertissements.&nbsp;Leo Tindemans, par exemple, qui a lui-m\u00eame aid\u00e9 Gaston Eyskens \u00e0 r\u00e9aliser la premi\u00e8re \u00ab&nbsp;destruction de l\u2019Etat&nbsp;\u00bb, si on peut dire, a&nbsp;d\u00e9clar\u00e9 en 1971: \u00abJe n&#8217;ai aucun, mais vraiment aucune crainte d\u2019un syst\u00e8me f\u00e9d\u00e9ral. S&#8217;il organisait mieux notre pays,&nbsp;avec moins de frictions et sans perte de prosp\u00e9rit\u00e9, il serait fou de ne pas l&#8217;accepter. Mais les plus grands sp\u00e9cialistes du monde que j&#8217;ai consult\u00e9s \u00e0 ce sujet m&#8217;ont dit que&nbsp;le f\u00e9d\u00e9ralisme \u00e0 deux [&#8230;] \u00e9tait une contradiction. Le f\u00e9d\u00e9ralisme \u00e0 deux, me dit-on, n&#8217;est pas du f\u00e9d\u00e9ralisme; c&#8217;est la juxtaposition de deux nations allant dans une direction oppos\u00e9e&#8221;. (Leo Tindemans (CVP) au S\u00e9nat le 7 juillet 1971 (Annales parlementaires du S\u00e9nat, p. 2368). Toutefois, c\u2019est exactement ce f\u00e9d\u00e9ralisme, qui est en r\u00e9alit\u00e9 un f\u00e9d\u00e9ralisme \u00e0 deux (\u00ab&nbsp;Flandre&nbsp;\u00bb contre \u00ab&nbsp;Wallonie&nbsp;\u00bb), qui a \u00e9t\u00e9 mis en place d\u00e8s 1970, notamment \u00e0 l\u2019instigation de ce m\u00eame Tindemans. Il \u00e9tait donc un peu tard de s\u2019en plaindre&nbsp;!<\/p>\n\n\n\n<p>Fran\u00e7ois&nbsp;Perin, qui a&nbsp;aid\u00e9 \u00e0 mettre le feu aux poudres en 1969, a d\u00e9clar\u00e9 dix ans plus tard&nbsp;ne&nbsp;plus croire&nbsp;en&nbsp;la&nbsp;Belgique (si \u00e0 tout le moins il y a jamais cru !).<\/p>\n\n\n\n<p>La Volksunie, successeur des collaborateurs du VNV, a&nbsp;plus tard&nbsp;engendr\u00e9 les \u00ab&nbsp;nouveaux&nbsp;\u00bb partis s\u00e9paratistes et d\u2019extr\u00eame droite VB et&nbsp;N-VA.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p>Apr\u00e8s la r\u00e9forme de l&#8217;\u00c9tat de 1970&nbsp;est venue celle&nbsp;de 1980. Wilfried Martens (CVP) \u00e9tait alors Premier ministre.&nbsp;Encore une fois, les avertissements clairs des ann\u00e9es 1960 ont \u00e9t\u00e9 compl\u00e8tement ignor\u00e9s. Cette &#8220;r\u00e9forme&#8221; (lire: d\u00e9molition de l&#8217;\u00c9tat) a s\u00e9rieusement \u00e9largi les comp\u00e9tences des r\u00e9gions et communaut\u00e9s, m\u00eame si Martens n\u2019a plus touch\u00e9 \u00e0 la structure du f\u00e9d\u00e9ralisme linguistique de 1970.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>7. Les r\u00e9formes de l\u2019Etat \u00e0 partir de 1988<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p>La &#8220;r\u00e9forme de l&#8217;Etat&#8221; de 1988 fut \u00e9galement le travail&nbsp;du Premier ministre Martens. Cette r\u00e9forme \u00e9tait aussi drastique que celle de 1980. La Belgique \u00e9tait de plus en plus&nbsp;\u00ab&nbsp;d\u00e9shabill\u00e9e&nbsp;\u00bb, notamment au profit des r\u00e9gions, qui ne pensaient qu&#8217;\u00e0 leurs propres int\u00e9r\u00eats. M\u00eame pendant cette soi-disant &#8220;troisi\u00e8me phase&#8221; de la r\u00e9forme de l&#8217;\u00c9tat, les voix critiques n&#8217;\u00e9taient pas absentes, mais encore une fois, elles n&#8217;\u00e9taient pas entendues. En 1988, le S\u00e9nateur et homme d&#8217;\u00c9tat Ludo Dierickx (Agalev) avait mis en garde le Premier ministre Wilfried Martens dans Le Soir en ces termes&nbsp;: \u201cCe f\u00e9d\u00e9ralisme ethnique \u00e0 deux va-t-il enfin satisfaire et apaiser la classe politique de notre pays? La r\u00e9forme de l\u2019Etat conf\u00e8re \u00e0 deux nationalismes des institutions, des parlements, des gouvernements, des pouvoirs, des milliards et surtout beaucoup de mati\u00e8res \u00e0 conflit. Pensez-vous qu\u2019un f\u00e9d\u00e9ralisme \u00e0 deux ou \u00e0 trois puisse fonctionner et ne pas mener au s\u00e9paratisme?\u201d (\u201cTribune Libre \u2013 Six questions \u00e0 M. Martens\u201d,&nbsp;Le Soir, 21 novembre 1988).<\/p>\n\n\n\n<p>Avec la quatri\u00e8me r\u00e9forme de l&#8217;\u00c9tat de 1993-1994, la Belgique, sous l&#8217;impulsion de Jean-Luc Dehaene (CVP), est officiellement devenue un \u00c9tat f\u00e9d\u00e9ral (constitution du 17 f\u00e9vrier 1994), mais cette d\u00e9cision a cr\u00e9\u00e9 une nouvelle dynamique nationaliste, entra\u00eenant la r\u00e9forme de l&#8217;\u00c9tat de 2001 du Premier ministre Verhofstadt (VLD) et plus tard la sixi\u00e8me r\u00e9forme de l\u2019Etat du premier ministre Elio Di Rupo (PS) de 2012 \u00e0 2014.&nbsp;Cette derni\u00e8re r\u00e9forme a accord\u00e9 encore plus de comp\u00e9tences aux r\u00e9gions et a m\u00eame transf\u00e9r\u00e9 une partie de la s\u00e9curit\u00e9 sociale, c\u2019est-\u00e0-dire les allocations familiales, aux communaut\u00e9s.<\/p>\n\n\n\n<p><strong>8. Conclusion<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Si l&#8217;on compare la f\u00e9d\u00e9ralisation actuelle de la Belgique aux avertissements lanc\u00e9s par les congr\u00e8s des partis des ann\u00e9es 1960, qui ose encore pr\u00e9tendre que les nationalistes n&#8217;ont pas fort avanc\u00e9 dans le d\u00e9mant\u00e8lement de l&#8217;\u00c9tat belge ? Qui pense encore que les &#8220;r\u00e9formes de l&#8217;Etat&#8221; sont une bonne chose pour la Belgique et les Belges ?\u00a0Qui n&#8217;a pas encore compris que le f\u00e9d\u00e9ralisme est l\u2018antichambre du s\u00e9paratisme ?\u00a0 Le B.U.B. lance un appel solennel \u00e0 chaque Belge qui respecte son pays de rejeter le f\u00e9d\u00e9ralisme linguistique comme une grave erreur de l\u2019Histoire nationale. La Belgique a d\u2019abord besoin d\u2019une r\u00e9volution intellectuelle (\u2018ein grosses Umdenken\u2019, comme on dit si bien en allemand) afin de pr\u00e9parer la voie vers une nouvelle Belgique unitaire et trilingue bas\u00e9e sur les 9 provinces historiques.<\/strong><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Het Belgische taalfederalisme is \u00e9\u00e9n van de belangrijkste oorzaken van de huidige politiek-communautaire problemen. Dit tweeledige apartheidssysteem zet voortdurend de Nederlandstalige en Franstalige Belgen tegen elkaar op. In deze tekst onderzoeken we de oorsprong van het taalfederalisme. Hoe is het zover kunnen komen? Een intrigerend verhaal dat tot nadenken stemt en ons confronteert met de menselijke domheid alsook de macht van enkele separatistische of opportunistische individuen, die de eenheid van een heel land op het spel kunnen zetten.<\/p>\n<p>Le f\u00e9d\u00e9ralisme linguistique belge constitue l&#8217;une des plus importantes causes des probl\u00e8mes politico-communautaires actuels. Ce syst\u00e8me d\u2019apartheid bipolaire oppose constamment les Belges n\u00e9erlandophones aux Belges francophones et invers\u00e9ment. Dans ce texte, nous \u00e9tudierons les origines du f\u00e9d\u00e9ralisme linguistique. Comment en sommes-nous arriv\u00e9s l\u00e0 ? On verra que le premier ministre Gaston Eyskens, qui a un pass\u00e9 tr\u00e8s flamingant, a mis en marche la machine infernale du f\u00e9d\u00e9ralisme linguistique et qu\u2019il a jet\u00e9 toutes les bases de la catastrophe f\u00e9d\u00e9raliste. Les r\u00e9formes de l\u2019Etat subs\u00e9quentes ne sont que l\u2019ex\u00e9cution de ce projet s\u00e9paratiste. La premi\u00e8re r\u00e9forme de l\u2019Etat est une histoire intrigante qui donne \u00e0 r\u00e9fl\u00e9chir et qui nous confronte \u00e0 la stupidit\u00e9 humaine ainsi qu\u2019au pouvoir de quelques individus s\u00e9paratistes ou opportunistes qui peuvent mettre en danger l\u2019unit\u00e9 du pays. <\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":13521,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"ngg_post_thumbnail":0,"jetpack_post_was_ever_published":false,"_jetpack_newsletter_access":"","_jetpack_dont_email_post_to_subs":false,"_jetpack_newsletter_tier_id":0,"_jetpack_memberships_contains_paywalled_content":false,"powered_cache_disable_cache":false,"_jetpack_memberships_contains_paid_content":false,"footnotes":"","jetpack_publicize_message":"","jetpack_publicize_feature_enabled":true,"jetpack_social_post_already_shared":true,"jetpack_social_options":{"image_generator_settings":{"template":"highway","default_image_id":0,"font":"","enabled":false},"version":2}},"categories":[1,5,33],"tags":[],"class_list":["post-13520","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-news0","category-opinions","category-reforme-de-letat"],"jetpack_publicize_connections":[],"jetpack_featured_media_url":"https:\/\/www.unionbelge.be\/wp-content\/uploads\/2020\/11\/Gaston_Eyskens_1969.jpg","jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_shortlink":"https:\/\/wp.me\/p6Y7u0-3w4","jetpack_likes_enabled":false,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.unionbelge.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/13520","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.unionbelge.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.unionbelge.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.unionbelge.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.unionbelge.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcomments&post=13520"}],"version-history":[{"count":5,"href":"https:\/\/www.unionbelge.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/13520\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":13527,"href":"https:\/\/www.unionbelge.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/posts\/13520\/revisions\/13527"}],"wp:featuredmedia":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.unionbelge.be\/index.php?rest_route=\/wp\/v2\/media\/13521"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.unionbelge.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fmedia&parent=13520"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.unionbelge.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Fcategories&post=13520"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.unionbelge.be\/index.php?rest_route=%2Fwp%2Fv2%2Ftags&post=13520"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}