Twee jaar geleden, op 8 april 2009, ontviel ons de stichter van de moderne Belgische beweging, Ludo Dierickx. In 2002 verscheen van hem een boek “Nationalisme onder het mes” waaruit we graag een opmerkelijke en zeer belangrijke passage citeren (p. 91):

Begint nationalisme bij de indeling van de samenleving?

Zelfs wanneer mensen in een eerste stadium en zonder politieke bedoelingen zich beperken tot het ‘wetenschappelijk’ trekken van lijnen en tot het indelen van de samenleving in volkeren, etnieën, volks- en taalgemeenschappen, landen en vaderlanden, kan dit indelen toch aangevoeld worden als zijnde in het voordeel van een bepaalde (de eigen) groep en in het nadeel van andere. Dit is niet of nauwelijks het geval als de uitgedachte en voorgestelde indeling niet strekt tot het afbakenen van potentiële vaderlanden, maar tot het afgrenzen van entiteiten die niet met deze geladenheid behept zijn en waarschijnlijk niet kunnen zijn, omdat ze gaan ‘vaderlanden’ in de klassieke zin kunnen worden. We denken aan louter administratieve indelingen van gebieden groot genoeg om leefbaar te zijn en gedecentraliseerde bevoegdheden en gedeconcentreerde taken op zich te nemen, maar waarvan de grenzen niet samenvallen met deze van een etnie, een taalgroep, een religieuze gemeenschap. Afgebakende gebieden die minder kans maken ‘vaderlanden’ te worden zijn bijvoorbeeld, de Belgische provincies, het Brussels gewest, de Duitse en Oostenrijkse Länder, de Zwitserse kantons, de negen provincies van het nieuwe Zuid-Afrika.

Het eenvoudig vaststellen dat er verschillen bestaan is op zich niet gevaarlijk.  Als echter op basis van zulke vaststellingen overgegaan wordt tot de indeling (in de geesten en de sociale structuren) van de menselijke samenleving in administratieve, staatkundige en andere entiteiten stijgt het risico en belanden we in de buurt van nationalistische politiek die kan leiden tot nationalistische conflictsituaties.”


Il y a deux ans, le 8 avril 2009, le fondateur du mouvement belge moderne, Ludo Dierickx, s’est éteint. En 2002, son livre « Nationalisme onder het mes » est paru dont nous citons volontiers un passage remarquable et très important (p. 91) :

« Le nationalisme commence-t-il lors de la répartition de la société ?

Même lorsqu’au départ des gens se limitent sans intentions politiques à tracer “scientifiquement” des limites et à répartir la société en nations, en ethnies, en communautés culturelles ou linguistiques, en pays et en patries, cette classification peut être ressentie comme étant en faveur d’un certain groupe (le propre) et au détriment d’un autre. Ce n’est pas ou guère le cas lorsque la répartition conçue et présentée ne vise pas à délimiter des patries potentielles, mais à baliser des territoires qui n’ont pas et ne pourront probablement jamais avoir cette tension, car ils  ne peuvent se transformer en “patries” au sens classique du terme. Nous pensons aux répartitions purement administratives de territoires qui sont suffisamment étendus pour être vivables et pour assumer les compétences décentralisées et déconcentrées, mais dont les frontières ne coïncident pas avec celles d’une ethnie, d’un groupe linguistique ou d’une communauté religieuse. Des territoires délimités qui risquent moins de devenir des “patries” sont, par exemple, les provinces belges, la région bruxelloise, les Länder allemands et autrichiens, les cantons suisses, les neuf provinces de la nouvelle Afrique du Sud.

Il n’est pas dangereux en soi de constater que des différences existent. Toutefois, lorsqu’on procède à la répartition (dans les esprits et dans les structures sociales) de la société humaine sur la base de telles constats en entités administratives, politiques et autres, le risque augmente et on s’approche de la politique nationaliste qui peut mener à des situations conflictuelles à caractère nationaliste. »

Post Navigation