info@unionbelge.be - info@belgischeunie.be

REPUBLIKEINEN WETEN NIET MEER VAN WELK HOUT PIJLEN TE MAKEN – LES RÉPUBLICAINS NE SAVENT PLUS À QUEL SAINT SE VOUER

REPUBLIKEINEN WETEN NIET MEER VAN WELK HOUT PIJLEN TE MAKEN – LES RÉPUBLICAINS NE SAVENT PLUS À QUEL SAINT SE VOUER

SEPARATISTEN MAKEN ZICH BELACHELIJK

In het magazine Knack van 15 februari 2016 beargumenteren twee N-VA-parlementsleden, Hendrik Vuye en Veerle Wouters, dat de Koning ”buiten de grondwet’‘ zou zijn getreden. Er zou zich namelijk een probleem stellen met het KB van 12 november 2015 dat de erkenning van het huwelijk van prins Amadeo regelt.

Volgens de redenering van de Kamerleden wilde prins Amadeo afstand doen van zijn rechten op de Kroon. Dat zou volgens hen de reden geweest zijn waarom hij voorafgaand aan zijn huwelijk geen toestemming vroeg aan de Koning om te mogen huwen. Hun bron daarvoor is “de media”. Deze berichtten dat hij een meer onafhankelijk leven verkoos. De prins is zesde in lijn voor de troonopvolging, wat deze berichtgeving al erg ongeloofwaardig maakte.

Krachtens artikel 85, 2de lid van de Grondwet verliest een wettelijke troonopvolger die huwt zonder toestemming van de Koning zijn recht op de Kroon. Volgens de Kamerleden heeft prins Amadeo die rechten verloren, waardoor artikel 85, lid 3 van de grondwet geldt: dat een prins die geen toestemming heeft gevraagd en zijn rechten op de kroon is verloren, in zijn recht kan worden hersteld door de Koning, ‘doch alleen met toestemming van beide Kamers’.

Bij artikel 85 van de Grondwet dienen we twee kanttekeningen te maken:

1) bedoeld grondwetsartikel bepaalt nergens wanneer (vóór of na een huwelijk) de Koning het huwelijk moet erkennen.

2) het grondwetsartikel bepaalt ook niet op welke wijze de Koning het huwelijk moet erkennen. Het kan dus gaan om een mondelinge of stilzwijgende toestemming of om een schriftelijke toestemming (al dan niet per KB).

In het Belgisch gewoonterecht is de aanwezigheid op het huwelijk zelf al een belangrijk bewijsmiddel. Zo huwde de toenmalige kroonprins Albert op 2 oktober 1900 met prinses Elisabeth. Koning Leopold II was aanwezig op hun huwelijk in Beieren, maar heeft nooit een Koninklijk Besluit ondertekend om schriftelijk zijn toestemming te geven. Nochtans is Koning Albert, na de gebruikelijke eed van trouw aan de verenigde Kamers in 1909 de derde Koning der Belgen geworden, die daarmee im- of expliciet hun instemming verleenden met deze lezing van de Grondwet.

Het huwelijk van prins Amadeo voltrok zich op 5 juli 2014. De Koning gaf zijn toestemming alleen al door zijn aanwezigheid op dit huwelijk. Op 20 september 2015 diende prins Amadeo een verzoek tot formele toestemming in, dat hem per KB van 12 november 2015 (Belgisch Staatsblad, 24 november 2015, p. 70312) werd toegekend. Hetzelfde KB van november 2015 heeft het over het ”[aan] ons [nl. aan de Koning, noot van de B.U.B.] gericht […] formeel verzoek tot instemming” van september 2015, waarop de Koning op basis van artikel 85, 2de lid schriftelijk toestemming verleende. Het KB ging retroactief in op 4 juli 2014, waarmee de Koning duidelijk te kennen gaf dat hij het altijd eens geweest is met het huwelijk. Met dit KB werd, anders gezegd, een juridisch feit schriftelijk bevestigd.

De reden van deze post factum formalisering lijkt ons het feit te zijn dat het huwelijk zich voltrok na de verkiezingen, op een moment dat de regering in lopende zaken was. Hierbij is het belangrijk artikel 88 van de Grondwet voor ogen te houden: “de persoon des Konings is onschendbaar; zijn ministers zijn verantwoordelijk”. Het Hof heeft dus gewacht op een regering met volheid van bevoegdheden om het huwelijk te regulariseren.

Overigens kan de Koning krachtens een KB niet ”buiten de grondwet” treden aangezien de ministers altijd verantwoordelijk zijn. In casu gaat het om de Eerste Minister (Charles Michel dus) en de minister van justitie (Koen Geens). Zelfs als er sprake was van een grondwetsschending, quod non, dan moet men de verantwoordelijke ministers berispen. Zullen de parlementsleden van de N-VA om hun ontslag vragen wegens een grondwetsschending? Wat zou overigens de reactie van de N-VA geweest zijn indien de Koning geweigerd had het KB dat hem in november 2015 voorgelegd werd te ondertekenen? Gaat de N-VA bij elk KB waarvan ze de grondwettelijkheid betwist – gaande van ambtenarenzaken, energie over belastingen, mobiliteit, justitie en de regie der Gebouwen – de Koning persoonlijk verantwoordelijk houden?

Indien deze partij het KB ongrondwettig achtte, waarom heeft ze dan de ministerraad hier niet op attent gemaakt? Waarom is de N-VA niet naar de Raad van State gestapt?

Op vlak van ongrondwettelijkheden heeft de N-VA trouwens geen lessen te spellen. Deze separatistische partij wil immers de Grondwet afschaffen om een ongrondwettig systeem, confederalisme genaamd, tot stand te brengen. Niet echt een opzet voor een zogezegde hoeder van de Belgische Grondwet…

Maar men kan de discussie ook breder opentrekken. Wat moet men dan niet zeggen over de grondwettelijkheid van het federalisme (zie tekst B.U.B.), de zesde staatshervorming met haar gedeeltelijke opschorting van de Grondwet en de verkiezingen van 2010 zonder splitsing van BHV, die zogezegd ongrondwettelijk zouden geweest zijn volgens een pre-electorale retoriek van de N-VA die ze onmiddellijk na haar verkiezingsoverwinning volledig heeft verlaten)? Ongrondwettelijkheid op institutioneel vlak is de laatste tijd meer de regel dan de uitzondering in de Belgische politiek. En toch blijven de N-VA’ers zagen over één futiel detail over de zesde troonopvolger. Vuye en Wouters moeten zich stierlijk vervelen.

Of misschien geloven ze zelf niet meer in de confederalistische onzin van hun partij en willen ze die verhullen in een zweem van pseudo-intellectualisme.

 

LES SEPARATISTES SE RIDICULISENT

Dans le magazine Knack du 15 février 2016, deux parlementaires de la N-VA, Hendrik Vuye et Veerle Wouters, argumentent que le Roi aurait « outrepassé la constitution ».  Il y aurait notamment un problème avec l’AR du 12 novembre 2015 qui règle la reconnaissance du mariage du prince Amadeo de Belgique.

Selon le raisonnement des membres de la Chambre, le prince Amadeo de Belgique souhaitait résigner aux droits de succession au trône. D’après eux, ce serait la raison pour laquelle il n’a pas demandé au Roi la permission pour se marier. Leur source est « les médias ». Ceux-ci annonçaient qu’il préférait une vie plus indépendante. Le prince est le sixième en ligne pour la succession au trône, ce qui rendait déjà cette information très peu crédible.

En vertu de l’article 85, 2me alinéa de la Constitution, un héritier de la couronne qui se marie sans le consentement du Roi, perd ses droits de succession sur le trône. D’après les députés, le prince Amadeo de Belgique aurait perdu ces droits. Par conséquent, l’article 85, alinéa 3 de la constitution entrerait en vigueur : un prince qui n’a pas demandé la permission et qui a perdu ses droits de succession sur le trône, peut regagner ses droits par le Roi, ‘mais uniquement avec le consentement des deux Chambres’.

Nous devons faire deux observations à propos de l’article 85 de la Constitution :

1) l’article visé ne stipule nulle part à quel moment (avant ou après un mariage) le Roi doit reconnaître le mariage.

2) L’article visé ne stipule pas non plus de quelle façon le Roi doit reconnaître le mariage. Il pourrait donc s’agir d’un consentement verbal ou tacite ou d’un consentement écrit (par AR ou non).

En droit coutumier belge, la présence au mariage constitue déjà un moyen de preuve important. Ainsi, le prince héritier Albert s’est marié avec la princesse Elisabeth le 2 octobre 1900. Le Roi Léopold II a assisté à leur mariage en Bavière, mais n’a jamais signé un Arrêté Royal pour donner son consentement écrit. Néanmoins, en 1909, le Roi Albert est devenu le troisième Roi des Belges, après avoir prêté serment devant les Chambres réunies (qui de ce fait ont manifesté implicitement ou explicitement leur approbation par rapport à cette lecture de la Constitution).

Le mariage du prince Amadeo de Belgique a été célébré le 5 juillet 2014. Par sa simple présence au mariage, le Roi a donné sa permission. Le 20 septembre 2015, le prince Amadeo de Belgique a introduit une requête de permission formelle, laquelle lui a été accordée par AR du 12 novembre 2015 (Moniteur belge du 24 novembre 2015, p. 70312). Dans le même AR de novembre 2015, il est question d’une requête formelle de consentement «adressée [à] nous [notamment au Roi, note du B.U.B.] » en septembre 2015, à laquelle le Roi a donné l’approbation écrite fondée sur l’article 85, 2me alinéa. Avec effet rétroactif, l’AR prenait cours le 4 juillet 2014 de sorte que le Roi a indiqué clairement qu’il avait toujours consenti à ce mariage. Autrement dit, par cet AR, un fait juridique a été confirmé par écrit.

La raison de cette formalisation post factum nous semble être le fait que le mariage a été célébré après les élections, à un moment où le gouvernement expédiait les affaires courantes. Dans ce cas, il est important de garder à l’esprit l’article 88 de la Constitution : « la personne du Roi est inviolable; ses ministres sont responsables ». La Cour a donc attendu un gouvernement de pleins pouvoirs pour régulariser le mariage.

D’ailleurs, par un AR, le Roi ne peut « outrepasser la constitution » vu que les ministres sont toujours responsables. En l’espèce, il s’agit du Premier Ministre (Charles Michel donc) et du ministre de la Justice (Koen Geens). Même s’il était question de violation de la constitution, quod non, il faudrait se tourner contre les ministres responsables. Les parlementaires de la N-VA demanderont-ils leur démission à cause d’une violation de la constitution ? Quelle aurait été d’ailleurs la réaction de la N-VA si le Roi avait refusé de signer l’AR qu’on lui avait soumis à sa signature en novembre 2015 ? La N-VA va-t-elle tenir le Roi personnellement responsable de chaque AR dont elle conteste la constitutionnalité – allant des affaires de la fonction publique, de l’énergie aux contributions, à la mobilité, à la justice, jusqu’à la Régie des Bâtiments ?

Si ce parti considérait l’AR comme étant inconstitutionnel, pourquoi alors ne l’a-t-il pas signalé au conseil des ministres ? Pourquoi la N-VA n’a-t-elle pas eu recours au Conseil d’Etat ?

En ce qui concerne les inconstitutionnalités, la N-VA n’a pas de leçons à donner. Ce parti séparatiste veut notamment dissoudre la Constitution afin d’établir un système inconstitutionnel, nommé le confédéralisme. Ce n’est pas vraiment un projet d’un soi-disant gardien de la Constitution belge…

On pourrait cependant élargir la discussion. Que ne devrait-on pas dire sur la constitutionnalité du fédéralisme (voir le texte du B.U.B.), la sixième réforme de l’état accompagnée d’une suspension partielle de la Constitution et les élections de 2010 sans la scission de BHV, qui auraient été inconstitutionnelles selon une rhétorique préélectorale de la N-VA abandonnée immédiatement après sa victoire électorale) ? En politique belge, l’inconstitutionnalité sur le plan institutionnel forme plus la règle que l’exception. Et pourtant, les membres de la N-VA continuent à se plaindre d’un détail futile concernant le sixième héritier du trône. Apparemment, Vuye et Wouters doivent s’ennuyer terriblement.

Ou bien ne croient-ils plus eux-mêmes au non-sens confédéraliste de leur parti et essaient-ils de la dissimuler par un brin de pseudo-intellectualisme.